23 april 2006

N i e u w s   i n   B u s b r i e f f o r m a a t   <++++>
_____________________________________________________

______ Onderwerp:  WSM stoomtram/trein _____________
           Verhalen over oude en nieuwe bussen           
                                                                                               

 
Een gedurfde aflevering deze keer omdat de Westlandse periode over het algemeen voortleeft via wat minder scherpe afdrukjes van prentbriefkaarten en krantenartikelen. Toch wilde ik proberen om het een en ander bij elkaar te vinden dat de moeite waard is. Of dat gelukt is, merk je wel als je bij het slotwoord bent aangekomen en denkt: "Was dat alles?" of "Dat wist ik niet". Ik hoop natuurlijk dat het dat laatste is want het gaat deze keer over een stukje oergeschiedenis van het openbaar vervoer in dit deel van Nederland waar ik, en velen van jullie met mij, ben opgegroeid. Doordat het mij deze week bloed, zweet en tranen gekost heeft, is de aanhef "brief 47" deze keer wat rood uitgelopen dus heeft het niets met een eventueel Dracula-achtig trekje van mij te maken. Wel is het per ongeluk van toepassing op het stukje tekst over ‘De Westlandse moordenaar’. (zie tekst bij foto 2)
 
Tegen het eind van de negentiende eeuw werd in veel stedelijke gebieden van Nederland de paardentram verruild voor de stoomtram en werden nieuwe lijnen aangelegd. Zo ook in het Westland, waar de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM) vanaf 1881 de verschillende dorpen met elkaar verbond. Schipluiden en de verbinding naar Delft was het laatste deel trambaan dat de WSM aanlegde. Op 1 oktober 1912 werd dit deel feestelijk geopend.
Eerst wil ik proberen het verschil tussen tram en trein te verduidelijken. Nù weten wij dat precies omdat er (nog even) heel duidelijk verschil is tussen die twee maar door alle varianten die nu en in de komende jaren realiteit worden, is het weleens goed om de definitie van tram of trein te bepalen. Ook in de dagen van de originele WSM was er vermenging van de begrippen. Een redelijk betrouwbaar onderscheid zat hem in het feit dat een tram lange tijd stadsvervoer was met een enkele lijn uitgezonderd b.v. lijn 1 van de HTM die vanuit Den Haag de streek introk. Een trein zien we toch meer als een interlokaal vervoermiddel.
 
De Encarta-encyclopedie geeft  voor 'tram' de volgende omschrijving: "De naam tram is afgeleid van het Laag-Duits traam, dat balk betekent. (De Schotten gebruikten het woord al vóór 1500.) In 1832 werd de eerste tramweg voor personenvervoer in New York aangelegd. De wagens werden door paarden getrokken. Groot-Brittannië volgde in 1858. Omstreeks dezelfde tijd kwamen in de Belgische steden Brussel (1854), Antwerpen (1865) en Gent (1873) tramwegen tot stand. Veelal verdreven zij reeds eerder begonnen paardenomnibuslijnen. In Nederland kwam de eerste tramweg tot stand tussen Den Haag en Scheveningen in 1864, welke door de Haagsche Tramweg Maatschappij werd bereden. In 1875 begon Amsterdam ermee, gevolgd door verscheidene andere steden."
 
Voor trein is geen echte pure omschrijving te vinden maar de Encarta maakt voor spoorweg het volgende bekend: "een verkeersbaan waarbij de daarover gaande voertuigen geleid worden door één of meer sporen, die gewoonlijk bestaan uit paren stalen spoorstaven (rails). Onder de beheerder wordt bij spoorwegen verstaan een bedrijf dat deze soort wegen en het daarbij behorend rollend materieel exploiteert. Er bestaat geen principieel verschil tussen spoor- en tramwegen, alleen een verschil in zwaarte van baan en materieel, in wijze van exploitatie en in de wettelijke regelingen ter zake. Als een tussenvorm kunnen worden beschouwd de vroegere lokaal- of buurtspoorwegen, die evenals de regionale tramwegen tegenwoordig merendeels zijn vervangen door busdiensten of opgegaan in de nationale spoorwegondernemingen."
 
Dit is niet wat ik verwachtte als omschrijvingen te lezen omdat blijkbaar het verschil minder groot was en is dan ik dacht maar toch geeft het enigszins aan hoe er vroeger over gedacht werd. Wat men over 100 jaar denkt over onze huidige manier van OV zal ik nooit te weten komen maar de definities zullen veel varianten kennen.

Foto 1a-1b:
Als startpunt van deze WSM special leek het mij aardig om te beginnen met het punt van waaruit het bedrijf werd bestuurd in Loosduinen. De villa, opgeleverd in 1904, op de foto in zwart-wit tijden en op een tegelplateau ter herdenking van een heugelijk feit, een 25-jarig jubileum!!! Het gebied aan de Lippe Biesterfeldweg (ooit Stationsweg geheten) in Loosduinen waar deze villa staat en waar de remise cq garage van WSM stond, is vanaf de jaren 80 ingrijpend veranderd. De villa is gebleven en vermoedelijk een monument geworden waar we zo nu en dan tijdens een omleiding nog een enkele keer langsrijden. De remise ging plat en aan de Houtwijklaan kwam de nieuwe vestiging van Westnederland tot stand. Op het oude terrein verrees een complete woonwijk.
(Redactie: de vestiging aan de Houtwijklaan is in 2009 niet meer in gebruik voor de streekbussen en heeft Veolia onderdak gezocht bij de HTM)

Aardig detail is de naam op het tableau: Verspijck, de WSM directeur van toen. Een naam die we ook tegenkomen in Naaldwijk namelijk de Verspijcklaan en laat dat nu de plek zijn waar ooit de WSM tram reed en waar het stationsgebouwtje nog steeds staat (zie foto 2c). Toeval? Nee.

           


Foto 2a-2b-2c-2d-2c:

Aan het eind van de 19de eeuw maakte Loosduinen een economische bloei door als gevolg van de ontwikkeling in de tuinbouw. In 1899 werd de ‘Loosduinsche Groenteveiling’ opgericht. De opleving die dat voor het dorp opleverde, kon je terugvinden in de bouw van verscheidene herenhuizen aan de huidige Loosduinse Hoofdstraat en aan de Willem III straat. In 1881 ging de Westlandse stoomtrein rijden. Deze reed over de Lijnbaan en de Loosduinseweg in de richting van Loosduinen en het Westland. Hiermee begon de groei van Den Haag in westelijke richting, naar Loosduinen, dat in de 20e eeuw onderdeel van Den Haag zou worden.
 
Het 19de-eeuwse tuindersdorp werd, net als het Westland, aan het eind van die eeuw uit zijn isolement verlost door de aanleg van de tramwegen van de Westlandsche Stoomtram Maatschappij, waarvan de lijn uit Den Haag naar Loosduinen reed via de Oude Haagweg. Ter hoogte van de huidige Lippe Biesterfeldweg boog de tramlijn ter hoogte van de smalle Loosduinse Hoofdstraat (voor 1967 de Emmastraat en Wilhelminastraat genaamd) naar het zuiden af, richting Honselersdijk en Naaldwijk, met een afsplitsing bij de Leugenbrug richting Monster en ‘s-Gravenzande.
In 1905 werd de verbinding tussen Naaldwijk en de Maaslandsche Dam (nu nog bekend als halte van lijn 38) aangelegd. Op dit punt splitste de lijn zich in de richting Maassluis en in de richting Delft, zie foto 6a en 6b.
Daar kwamen uiteraard stationsgebouwen en daarvan hieronder 3 voorbeelden.
Op foto 2c zie je het stationsgebouw van Naaldwijk dat in die dagen volledig buiten de bebouwing lag. Ook op de foto zie je een locomotief die duidelijker te zien is op foto 5b met een gevaarlijke naam/nummer: 13. Mogelijk heeft dat verband met de volgende informatie. De WSM stoomtram had ooit de minder positieve bijnaam ‘De Westlandse moordenaar’, gekregen door de vele ongevallen met en door deze stoomtram.

           


Foto 3a-3b:
Bij foto 3 zie je 2 unieke plaatjes uit een privé-verzameling. Van Vut-collega Henk Kegge (foto 7 in busbrief 45 helemaal links). In de jaren 50 van de vorige eeuw, wat klinkt dat lang geleden, werkte een ver familielid van Henk bij de WSM op de trein. Recent kreeg Henk een aantal foto's toegestuurd en hij was zo vriendelijk om mij te vragen of er interesse was voor de busbrief. Kijk, aan deze mensen heb ik veel exclusieve kwaliteit te danken die ik met liefde in deze epistels aan de orde stel. Hulde. Driewerf hulde. Het kan niet op....
Op foto 3a zie je een aantal machinisten en stokers met daartussen met het routeboek onder de arm een vierde man en omdat deze centraal poseert, ga ik ervan uit dat dit Jan Kegge is en van de andere mannen zijn de namen Jan Kouwelaar en Henk Maarsen bekend. Dat mijn vermoeden juist blijkt, zie je op de foto 3b want daar herken ik wederom Jan Kegge die aankoppelt, al zal dit in vaktermen wel anders genoemd worden.
Nu we toch met personele zaken bezig zijn: andere info die ik mocht ontvangen betreft de laatste stoker die op een WSM-trein werkzaam was. Zijn naam is Piet Bronstein. Mannen van de gestampte pot die nog nooit van Europese fijnstofnormen en luchtvervuiling hadden gehoord en hun bammetjes gewoon met het kolengruis aan hun handen zaten te verorberen.
Vanuit het Wilde Westen, om precies te zijn vanuit Chicago in de USA, kwam een email van een familielid van de mannen die op de foto's te zien zijn. De functie die uitgeoefend werd op de rechter foto had de naam van "Anpikkeleur".
Hier de tekst van dit bijzondere overzeese e-mailbericht:
Beste Wim,
Leuk om die twee foto's van Jan Kegge, Jan Kouwelaar en Maarse te zien in busbrief 47)
Jan Kegge is mijn vader en Jan Kouwelaar mijn (favoriete) oom. Ik heb tussen 1953 en 1956 veel tijd doorgebracht op de oude locomotieven en ook in de WSM loods. Het was een prachtige tijd voor mij. Ik reed dikwijls mee van Loosduinen to Delft en weer terug. Hier is nog een leuke foto uit 1946 waar Bep Kouwelaar (vrouw van Jan Kouwelaar) en mijn moeder Clasina Timmers (vrouw van Jan Kegge) aan het wandelen zijn met de kinderwagen met op de achtergrond het WSM kantoor.
 
Groeten uit Chico, Ca, USA
Willem Kegge

           


Foto 4:
Dichter bij huis voor mij, is deze foto. Een verzameling ongeregeld qua samenstelling van de trein/tram en vermoedelijk ook van het zichtbare publiek. De Spoorsingel in Delft op de plek waar ooit lijn 81 van rechts, tegenover de Binnenwatersloot, onder het treinviaduct vandaan kwam om in de rijrichting van de afgebeelde trein/tram naar de Hugo de Grootstraat te gaan. Of er al veel bebouwing aanwezig was achter de Spoorsingel weet ik niet want Delft is pas in later jaren flink gaan uitbreiden. Het wijkje "Siberië" aan de Buitenwatersloot lag in die dagen geheel geïsoleerd buiten Delft, vandaar ook de wijknaam en de straatnaam. Het haventje op de voorgrond maakte deel uit van een veel uitgebreider netwerk van watertransport want samen met het 'moderne' trein/tramvervoer van de WSM, werden de diverse (veiling)goederen aan- en afgevoerd per boot/trekschuit. Op de plaats waar nu nog een aantal jaren het spoorviaduct wacht op afbraak om plaats te maken voor een spoortunnel dwars door Delft, lag toen nog het restant van de stadgracht uit de Middeleeuwen waar later de trein op de begane grond langs tjoekte. Een verkeersader in Delft die al vele verschijningsvormen heeft gekend en de nabije toekomst gaat daar nog weer een nieuw gezicht aan geven.

Foto 5a-5b-5c:
De zware jongens van de WSM in drievoud hieronder. Een heel klein plaatje van wat duidelijk meer trein dan tram is en 2 foto's van de 'tramtrekkers'. Het bijschrift van foto 5c luidt: Proefrit voor de openingsrit van de tramdienst Loosduinen - Naaldwijk en 's Gravenzande, met WSM-loc 16, NS C323 en C328, Loosduinen, 28 februari 1942.
Locomotief 13, 16 en ook 18 zijn origineel een stoomtramlocomotief, zoals er velen in ons land in dienst waren op interlokale tramlijnen. De gehele locomotief is bij dit type met plaatwerk omgeven, naar het heet "om de paarden niet aan het schrikken te maken". Het drijfwerk ligt van buiten niet zichtbaar onder de ketel tussen de frameplaten, de machinist heeft zijn standplaats naast de ketel. Loc 18 werd in 1921 door Henschel te Cassel aan de Gooische Stoomtram geleverd (lijn Amsterdam-Laren) en kwam in 1937 in het bezit van de Suikerfabriek te Roosendaal die haar tot 1964 als rangeerloc gebruikte. In 1967 maakte de loc enkele ritten met reizigerstreinen door het Westland en in 1968 werd zij overgebracht naar de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik.

Loc 23, vervoert tussen 1928-1940 goederentrams bij de Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij en is gebouwd in 1918.




Foto 6a-6b:
Ja en dan natuurlijk de nog steeds bestaande brug tussen Schipluiden en Maasland. Vroeger een spoorverbinding, tegenwoordig een fietsverbinding. En wie weet wordt het in de toekomst nog weer eens een spoorverbinding want tijden herhalen zich. Van spoorverbindingen door de hele regio werd alles in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw omgezet naar modern busvervoer en de het gehele railnetwerk werd verwijderd en wat zien we tegenwoordig gebeuren: het busvervoer wordt steeds meer teruggedrongen door tram, lightrail, randstadrail enz. enz. dus we zien wel hoe het zich verder gaat ontwikkelen.

De tram bleef tot 1925 in gebruik voor personenvervoer. Daarna nam de autobus dit vervoer over. Vrachtvervoer van voornamelijk veilingproducten ging nog door tot 1 januari 1968 (lijn Loosduinen-Schipluiden-Delft). Per 1 januari 1965 al werd de dienst op het traject Poeldijk - 's Gravenzande opgeheven. Ik kan me in ieder geval deze foto's nog vanuit eigen beleving herinneren. De route ging langs de Gaag bij Schipluiden waar het via de 60 meter lange door de NV Werkspoor gebouwde trambrug over de Vlaardingsevaart ging (zie foto's). Ooit begon de route op de Spoorsingel (zie foto 4), het stuk tussen Delft en Schipluiden is op 1 oktober 1912 geopend. Het treintje kwam Delft dan binnen via de Westlandseweg, later langs het in aanbouw zijnde Poptahof, kruiste in de jaren 60 de Papsouwselaan en eindigde later bij het NS-emplacement. Als kind heb ik geprobeerd hoe plat een muntje of een spijker werd als het onder de wielen van de trein had gelegen. Grotere spullen legden we toen nog niet op de rails maar dat wordt tegenwoordig helaas wel gedaan.


 


Foto 7:
Niet heel erg goed leesbaar maar toch kun je er wat feitjes uithalen. Een beetje ramptoerisme avant-la-lettre.


   
Surftips:
       Collega Tony wilde graag eens aandacht voor de online encyclopedie Wikipedia waar iedereen via internet een bijdrage aan kan leveren. Deze link stuurt je naar het ov-gedeelte maar er is over van alles wat te vinden. De ov-link mag er zijn maar bedenk wel dat het samengesteld wordt door de lezers zelf en dat de betrouwbaarheid, ondanks een redactionele controle, niet voor 100 % gegarandeerd is.

Klik op:     

Meer passend bij de sfeer en de spruitjeslucht van vroeger tijden waar deze busbrief over gegaan is, kun je eens rondkijken op deze pagina over de jaren 50. Veel Amerikaanse foto's maar ook die geven een aardig beeld van de sfeer van toen. Zo vestigden reclamemakers, op de toen moderne manier, aandacht op producten van die tijd. Tip: Oldsmobiel-liefhebbers moeten vooral het hoofdstuk "cars" eens bekijken waar je fraaie plaatjes vindt van o.a. Cadillacs, Pontiacs en Buicks :Plan59



Tot slot:

Pfffft, dat was geen kleinigheid om al die informatie bij elkaar te sprokkelen en samen te voegen tot een redelijk leesbaar geheel. Er is wel documentatie te vinden maar niet op grote schaal en dus heb ik regelmatig leentjebuur gespeeld voor de tekst en de foto's via oude folders, boekjes en het internet. Alle bewust en onbewust meewerkende mensen wil ik hierbij dan ook hartelijk danken en ik hoop dat ze content zijn met mijn bedoeling om dit stukje geschiedenis weer eens te belichten.

Ik wens iedereen het beste en volgende week busbrief krijgt de veelzeggende titel "Rondje Nederland". Tot dan.

 

Wim Koeleman           (kameleon@ziggo.nl)

 
 
      
Wijsheden:
 
Ook de goede oude tijd was eens een slechte nieuwe tijd
en
Vroeger was er ook een jeugd van tegenwoordig.

terug naar de