Busbabbels
terug naar de startpagina
Busbrief 63  
Laatst stapte er een man de bus in met 2 kleine kinderen. Peuters zou ik, met mijn onervaren oog, zeggen. De man was misschien wel een hele grote peuter maar dan eentje waar ik geen meningsverschil mee zou willen hebben. Ik schat hem zodanig in dat ik hem verwacht op een voetbaltribune in het meest ordinaire vak. Hij ging 3 bankjes achter mij zitten en sprak zijn jongens toe met een flink volume. Ik denk dat iedereen, van voor tot achter, hem wel kon horen. Hij verkondigde allerlei onzin maar vond zichzelf toch boeiend genoeg om dat aan iedereen te laten weten. Een van zijn kinderen zat op het eerste stoeltje en vroeg wat ze gingen eten. Hij zei dat er gefrituurd zou gaan worden en dat er tot die tijd buiten gespeeld moest worden zonder schoppen, slaan of spugen. Ik zat met stijgende ergernis en verwondering te luisteren. De jongste van de 2 knulletjes moest nog even zekerheid hebben. "Als X (naam ben ik vergeten) dan ook buiten is en gaat pesten?" vroeg hij. Zijn vader zei dat hij dan maar een dreun uit moest delen. Tot mijn grote ontsteltenis voegde de dreumes daar het volgende aan toe: "of ik snij hem z'n strot af". Zijn vader antwoordde verveeld: "Doe wat je wilt."
Dit is allemaal letterlijk zo gebeurd, het joch was rond de 5 jaar oud, dus als iemand nog denkt dat de wereld te redden is: Blijf vooral zo denken maar ik weet intussen beter. En als je dit verhaal in twijfel trekt, raad ik je aan eens op een voetbalveld te gaan luisteren dan geloof je deze gebeurtenis zonder meer.
Busbrief 64  
Op personeelsreis naar Brugge vertelde Paul van der B. mij een waargebeurd, grappig voorval uit de tijd dat wij in Delft nog gewoon een stadsdienst hadden die station Delft-Zuid aandeed. Hij stond daar zijn tijd af te wachten (klinkt altijd een beetje eng vind ik) toen er een vrachtwagencombinatie naast hem stopte. De chauffeur kwam op Paul af met een gezicht als een groot vraagteken. Het bleek een buitenlandse Henk Wijngaard te zijn uit een onbestemd gebied ten oosten van de lijn Italië-Polen. Het kenteken van de vrachtwagen verried Bulgarije, geen probleem want Paul spreekt vele talen maar deze chauffeur sprak alleen maar wartaal dus ga er maar aanstaan. De man had een vrachtbrief die met de hand was ingevuld en de bestemming was zelfs voor een Nederlander moeilijk te ontcijferen. Toch ontdekte Paul dat de chauffeur enigszins uit de route was geraakt want de man had iets van Delft op de bon zien staan met daarachter een z en een i. Dus op naar Delft Zuid moet hij gedacht hebben. Paul kon hem op weg helpen naar de ware bestemming en die bleek Delfzijl te zijn.......
Busbrief 65  
Van Walter J. - Controleur 4711 - uit de Wippolder, bekend van o.a. zijn lama's, cateringbestellingen voor onderweg en oproepen om toch vooral mee te doen aan het saté-stokjes werpen op rij 12 in de stalling en de repetities van het zangkoor (was er nog maar Kort Verkeer), kreeg ik de volgende anekdote doorgestuurd:
»Jaren geleden, toen zat Dirk nog in de sextant (oude loket op Delft cs met 6 hoeken, red.), had ik in de middag een bus mee om te pendelen tussen de Kluyverweg (Technische Universiteit) en Delft CS. Je herkent die diensten wel, elke halfuurslag van lijn 129 moest je vóór zijn om het studentenvervoer te versterken. Ik had een blonde collega al richting Rotterdam zien gaan, dus die zou ik geheid een uur later ook terug kunnen verwachten om te versterken.
Nou ja, tegen die tijd riep ik op waar ze reed en ze gaf door dat ze vlakbij was waar nu de Kringloopcentrale zit dus vlakbij de Kluyverweg en ik ging met versterken beginnen.
Op Dt CS moest ik iedereen uit laten stappen. De (blonde)dienstrit ging door naar Kijkduin. Ik vroeg haar om haar personeelsnummer, het ritnummer en hoeveel passagiers ze had vervoerd. Het duurde even maar toen had ik alle gegevens. Ze vroeg daarna waarom ik dat vroeg. Ik zeg: "Ik ben uit Delft, en jij van de vestiging Den Haag en om een rekening te kunnen versturen, moet ik die informatie doorgeven op kantoor. Die troela had niks door, maar je begrijpt het wel, het verhaal ging later van hoog tot laag, whahahah.................zulke dingen houden je op de been. Doeg Walter.«
Busbrief 66  
Nog niet zo lang geleden op een rit met de service-lijn 82 naar Ikea in Delft, had ik zoals wel vaker gebeurt naar Ikea, een mevrouw met 2 kleine kindertjes in mijn bus. Kinderen willen altijd óf helemaal achterin óf helemaal voorin zitten. Deze wilde dus op het eerste stoeltje zitten en keek aandachtig om zich heen. Omdat ik nog wat tijd over had, bleef ik op het station even staan wachten en vroeg het joch terloops of hij naar Ikea ging. Hij knikte eerbiedig. Het heilige Ikea is voor veel mensen het summum van vertier en het ventje had van thuis meegekregen dat het die dag een feestdag was. Ik zei hem dat hij maar bofte en hij knikte weer beduusd. "Ach", zo merkte ik langs mijn neus weg op: "Voor kindertjes is bijna alles in het leven nog erg leuk".
Hij keek me aan en in plaats van een enthousiaste reactie kreeg ik een antwoord dat mij even van mijn stuk bracht. Hij zei: "Behalve doodgaan". Kort maar krachtig en ik kon alleen maar zeggen: "Dat is zo". Mijn vertrektijd was aangebroken en ik maakte daar gretig gebruik van. Wat moest ik anders? Een jochie van 5 of 6 jaar dat zo'n antwoord geeft is een prille doemdenker, een vroeg ernstig jongetje of iemand die recent in aanraking is geweest met de eindigheid van ons leven. In al die gevallen is de bus op dat moment geen geschikte plek om van gedachten te wisselen en het liet mij die dag niet meer los. Zo'n joch toch.
Busbrief 67  
Bijna 25 jaar ben ik bezig om mensen van hot naar haar te brengen en in die tijd zijn er vele gebeurtenissen gepasseerd die de moeite waard zijn om te vermelden. In veel gevallen zakt zo'n verhaal na verloop van tijd in de vergetelheid. Een manier om het te bewaren is het op te schrijven. Een andere succesvolle manier om iets niet gauw te vergeten, is om het steeds weer opnieuw ergens te vertellen. In mijn begintijd was alles bijzonder en toen zat ik op menig verjaarsfeest een aaneenschakeling van leuke voorvallen te vertellen. Tegenwoordig doe ik dat een stuk minder maar zelfs onder collega's komt het regelmatig voor dat we met een aantal aan de koffietafel zitten en dat er uit 'de oude doos' herinneringen opgehaald worden. Meestal tot vermaak van nieuwe collega's.
In 1984 reed ik dus mijn rondjes in de Delftse stadsdienst en ik probeerde natuurlijk mezelf te bewijzen. Geen stoeprandjes, gelijkmatig schakelen, klantgericht mijn werk doen. Toen ik dan ook met lijn 61 bij de Meermanstraat een oude baas zag staan, probeerde ik dusdanig te halteren dat ik de voordeur netjes precies voor zijn neus liet stoppen. Mijn nog niet zo grote ervaring speelde mij (en hem) echter parten. Ik zie het nog steeds voor me. De man getooid met 'bloedblaar' (= alpinopet) en een sigaartje tussen zijn lippen geklemd, hielp ik één keer van het roken af. Met grote precisie raakte mijn spiegel de sigaar die daarop niet berekend was en uit het zicht verdween. Ik schrok me een hoedje (geen alpino) en het enige dat ik kon uitbrengen was: "Dag meneer, ja, u mag in de bus toch niet roken." De man, normaal al geen opgewekte, zou mij nu wel even pittig op mijn nummer zetten, zo verwachtte ik. Maar wat schetst mijn verbazing, hij knikt beduusd, stapt in en ging zitten. Langzaam blies ik mijn ingehouden adem uit, dat was goed afgelopen. Ik zie hem tegenwoordig nooit meer dus óf hij heeft het leven zelf uitgeblazen óf er is een andere chauffeur geweest die minder precies kon mikken....        
Busbrief 68  
Vaak praat ik in deze rubriek over ervaringen uit een grijs verleden maar heel recent overkwam mij toch ook een vermeldenswaardig voorval. Onze personeelsvereniging ging een meerdaagse reis maken naar Londen. Luid zingend: "We zijn er bijna" en "een potje met vet" reden wij door het fraaie Engelse landschap. Omdat ik na ruim 30 jaar Britse vakanties over de meeste linkse rijervaring beschikte en ik het ook nog eens heel erg leuk vind, was ik de chauffeur. In mijn spiegel zag ik aan de achterzijde van de bus zo nu en dan rooksignalen naar buiten komen maar ach, we zijn wel wat gewend dus het zal wel loslopen. Bij het hotel aangekomen, voelden we toch wel letterlijk en figuurlijk nattigheid en hebben we nog een deskundige blik geworpen op de motor en we hebben voor de zekerheid contact met de technische dienst opgenomen. Moeilijk om een diagnose te stellen via de telefoon dus het advies was om gewoon door te rijden maar wel zeer attent te blijven opletten. 's Avonds tijdens een lichttoer kon er geen twijfel meer bestaan. Londen kwam in een ouderwetse smog terecht veroorzaakt door een Integro uit Nederland. Om een kort verhaal lang te maken: een scheurtje in de brandstofaanvoerslang. Na veel vijven en zessen kregen we het voor elkaar om met voorrang terecht te kunnen in een 24-uurs servicegarage voor en van Mercedes. En dat was om 11 uur 's avonds. Circa 5 kwartier rijden, een uurtje sleutelen en dan weer 5 kwartier terug dus dat was een korte nacht maar met ondersteuning van 5 medereizigers die solidair wilden zijn, is het een bijzondere avond en een niet te missen ervaring geweest. Onder leiding van een TomTom gingen wij op de heenweg gecamoufleerd door een plaatselijke mistbank dwars door het centrum van Londen. Een beetje balorig drukte ik op het InfoXX-paneel op CVL en daarna op 'defect'. Wat kon mij het schelen, even kijken wat er zou gebeuren. Een paar minuten later hoorde ik opeens: "CVL, wat kan ik voor u doen?" Mijn gezicht zal wel een foto waard geweest zijn maar dat van de CVL'er daarna ook vermoed ik. Toen ik hem vertelde dat ik net de BigBen voorbijreed en dat de oproep geen echte oplossing voor ons probleem kon zijn, bleef het even stil. "Waar bent u nu....???" klonk het ongelovig. Ik kon praten als Brugman maar de CVL medewerker geloofde mij niet en bleef een beetje lacherig aan de lijn. Het contact was trouwens wel glashelder en dat wil in eigen land nogal eens tegenvallen. Aangekomen bij de garage wilde Vladimir de monteur natuurlijk eens in een bus rijden met links-stuur en hij zat woest met zijn linkervoet rond te stampen om de pedalen te vinden. Ik wist wat er zou gaan komen en jahoor, een noodoproep. Een andere CVL medewerker die na uitleg wel wilde aanvaarden dat wij in Engeland zaten. Vladimir zette de bus in de werkplaats, klaarde de klus.......
 
...........en na een uurtje wachten onder het genot van een lekker Engels bakkie pleur, zijn wij in een uitstekend humeur teruggereden en eindelijk tussen de klamme lappen gegaan. Het reisschema was gered en Londen ook. Wonderlijk was wel dat wij niet door een agent aangehouden zijn dwars door zo'n wereldstad rijdend maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het hier en daar weinig gescheeld heeft maar dat we door het oog van de naald glipten doordat het verkeerslicht net op tijd op groen sprong.
Long live the Queen maar ook Emma onze gids!
Busbrief 69  
Regelmatig moet ik mensen wijzen op de gevaren in de bus. Op het oog is er niets te zien dat gevaarlijk is dus iedereen gedraagt zich ook zo maar dat accepteer ik alleen van volwassenen. Kinderen mogen van mij iets minder omdat ze nog niet verantwoordelijk zijn en de ernst van de situatie niet kunnen inschatten. Van ouders verwacht ik meer bewustzijn maar daar schort het in de meeste gevallen nogal eens behoorlijk aan. Waar heb ik het nu over? In deze Busbabbel wil ik het hebben over de gevolgen van een noodstop. Zelfs gewoon flink remmen zonder bovenop de rem te springen, heeft al flinke gevolgen voor de aanwezige passagiers. De krachten die optreden in zo'n geval moeten niet onderschat worden. Ooit, toen lijn 130 in Delft nog tot Tanthof reed en de tram, HTM lijn 1, z'n eindpunt had op het station, reed ik weg bij een halte in Tanthof. Ik reed met een MB200, handschakelen dus, en ik was net in de tweede versnelling opgetrokken toen er een kind onverwachts voor mijn bus overstak. Een echte noodstop dus met een snelheid van circa 15 km/uur. Het kind bleef heelhuids maar een oudere dame die op het bankje net achter de uitstapdeur had gezeten, lag nu ondersteboven in het trapgat. Geen lagevloerbus in die tijd dus ruimte genoeg om diep te vallen. Ik heb haar overeind geholpen en een ambulance laten komen want ze had een kleine hoofdwond. Verder niets gebroken gelukkig maar wel erg geschrokken. Als je zo'n simpele situatie met lage snelheid hebt meegemaakt, ga je je afvragen wat er bij hogere snelheden allemaal kan gebeuren. Een ander voorbeeld had met het voorgaande te maken. Een bekende van me vroeg om een dienst met me mee te mogen, een jongen van 14, met een beginnende eigen visie op bepaalde zaken. Toen ik hem waarschuwde voor de gevaren van het een en ander, keek hij mij meewarig aan. Je zag hem denken: "je lijkt mijn vader wel, ik kan best voor mezelf zorgen hoor!" Om hem te overtuigen van de krachten die tot grote narigheid kunnen leiden, stelde ik voor dat hij in het gangpad zou gaan staan en dat hij zich met zijn handen (goed) vast zou houden aan de stangen voor de bagagenetten die je toen had. Lacherig deed hij wat ik wilde na beloofd te hebben zich echt heeeel goed vast te houden. Het was tijdens een materiaalrit op een rustig stukje weg. Ik maakte daarna een echte noodstop en ik zag hem in de spiegel horizontaal gaan. Niet een beetje scheef naar voren maar echt horizontaal zonder met zijn voeten nog maar enigszins in de buurt van de vloer te zijn. Na de eerste schrik vond hij het natuurlijk prachtig, net een pretpark maar daarna merkte ik toch dat hij onder de indruk was van de krachten.
Als ik dan vaak een vrouw zie zitten die met 1 hand de kinderwagen vasthoudt en boos wordt als ik daarvoor waarschuw, ben ik een zeikerd en ze weet heus wel wat ze doet. Ik ben maar gestopt met die discussies maar ik houd mijn hart vast voor de gevolgen bij die ene keer dat het niet anders kan.
Wat schetst mijn verbazing toen ik na het schrijven van dit verhaal in de OV-nieuwsbrief (http://www.ov-website.nl/) van deze week toevallig een ondersteunend artikel voor mijn Babbel vond.
Busbrief 70  
We zitten momenteel in de lijstjesperiode. In de wat periode? De periode van lijstjes met de top 10 van de foto van het jaar, de top 100 van de oliebollen en de top 2000 van de muziek en vele anderen. Wie heeft de hoogste kijkcijfers op televisie en wie de grootste politieke partij. Met zulke lijstjes over de meeste dit en de meeste dat voor mijn neus moet ik altijd denken aan onze eigen club: de busreizigers. Wij hebben vaste klanten, regelmatige klanten, zonuendan klanten en zeldzame klanten maar allemaal zijn ze lid van de club als ze een abonnement of een strippenkaart gebruiken. Wij zouden hoge ogen gooien als onze klantenkring gemeten zou worden aan de hand van een lijstje. Ook in deze tijd van vrede op aarde en zorgen voor onze naasten, komen we er goed vanaf. Wij doen het hele jaar door goed werk want een groot deel van onze reisgenoten behoort tot de minderbedeelden. Ik haast mij te zeggen dat niet iedereen zich aangesproken hoeft te voelen maar het is natuurlijk wel zo. Mensen die zich geen auto kunnen veroorloven zitten veelal in het openbaar vervoer. En dat veroorloven moet je ruim zien want ik denk dan niet alleen aan de financiële kant van een auto. Ook de mensen die emotioneel geen auto mogen en kunnen besturen horen daarbij. De geestelijke gezondheidszorg kent vele gezichten en velen daarvan zitten in onze bussen. Wazig door b.v. medicijnen of juist heel praatgraag door andere medicijnen maar we kennen ze allemaal: de vaste klanten.
Ik heb meestal een zwak voor deze mensen. Als je een been breekt, heeft iedereen wel een vriendelijk woord voor je over maar als je iets in je bovenkamer kneust, ben je al gauw ongewenst in de omgang. Maar als ik om mij heen kijk in diverse auto's, zie ik mensen die er ook niet in thuishoren en hinderlijker en gevaarlijker aanwezig zijn dan de meeste buspassagiers. En die mensen die in hun 'gouden koets' de bus een lastige weggebruiker vinden, staan wel op hun horloge kijkend bij de halte als het toevallig een keertje stormt, vriest of sneeuwt en nemen dan de zitplaats in van de vaste klant.
Ooit zat er, op het oog, een heer op het eerste stoeltje ongemakkelijk te zijn omdat hij niet gewend was aan zones en strippenkaarten en al helemaal niet aan het vervoer met veel mensen tegelijk. Bij een halte stapte Alfons in, een vaste klant met een vaste alcoholkegel die altijd vergezeld ging van een fles Martini Vermouth onder zijn arm. Lallend stapte hij moeizaam in en met een brede glimlach begroette hij mij uitbundig waarbij hij bijna over mijn stuur kwam te liggen. Toen hij eenmaal halverwege de bus een zitplaats had gevonden, ging ik weer rijden. De 'heer' meende mij als bondgenoot te moeten aanspreken: "Bah, wat een nare dronken kerel". Hij zei het met flinke minachting in zijn stem en hoopte op mijn instemming. Om in drinktermen te blijven....het schoot mij in het verkeerde keelgat en ik zei geheel onverwacht: "Deze dronken kerel heeft mij in ieder geval wel vriendelijk gegroet".  De 'heer' in kwestie begreep de hint want hijzelf had niet de moeite genomen ook maar een vorm van beleefdheid te gebruiken bij het instappen en hij stond na mijn antwoord beledigd op en verdween naar een zitplaats verder naar achteren. Dat zijn momenten dat ik geniet en dat ik 'mijn' vaste klantenkring extra waardeer.
Busbrief 71  
Het is zover. Ik ben een jubilaris. Jarenlang zie je collega's komen en gaan en een flink aantal gelukkig ook blijven. In personeelsblaadjes staan steeds respectvolle aantallen vermeld met betrekking tot het dienstverband van sommigen. 12,5 jaar? Ach, wat stelt dat nou voor. Nee dan de echte 'diehards' die vroeger vaker voorkwamen dan tegenwoordig, de 40 jaar jubilarissen. Daar had je ontzag voor, daar keek je tegenop. Als iemand aan de koffietafel zei dat hij of zij al weer 8 jaar in dienst was dan zag je die ouwe knarren meewarig hun hoofd schudden. "Stumpers", hoorde je hen denken, "je komt pas kijken." Als ze dan na wat aandringen hun eigen tropenjaren noemden dan steeg er altijd een verbaasd 'Zo hé!' op en hier en daar kwam dan fluitend wat adem naar buiten: 'Tsss' 
Nu ben ik zelf aan de beurt. Geen 40-jarig jubileum want dat ga ik hopelijk niet halen want ik zou graag wat eerder achter de geraniums zitten die ik dan als bureaublad op mijn monitor zal hebben staan. Als het aan de instanties en de politiek ligt, mag ik vermoedelijk doorgaan tot ik zelfs een bus met stuurbekrachtiging zwaar zal vinden sturen. Vandaag las ik toevallig dat er gedacht wordt aan werken tot je 67e jaar. Misschien moet ik dan met een busje van de afdeling 'aangepast vervoer' naar de afloshalte gereden worden maar het politieke motto van de toekomst is: "werken zàl je, tot de dood erop volgt". Ik heb in de schuur al een rollator staan met het bedrijfslogo, je weet maar nooit.
Ik ben dus aan de beurt schreef ik al en dan bedoel ik dat ik op 1 februari 2008 pas een schamele 25 jaar gezagvoerder ben op de bus. Ik weet de proefrit samen met een controleur nog goed voor de geest te halen en ik herinner me de introductietijd met de lijnverkenning bij controleur Bertus ook als de dag van gisteren. Daarna een paar weken met leermeester Piet de stad Delft leren op busgebied (ik ben Delftenaar....) en met leermeester Joop de imposante buitenlijnen en daarna koos ik zelfstandig het ruime sop. De proefrit met de 2570 was indrukwekkend te noemen. We reden naar een straat in de wijk van de toenmalige Technische Hogeschool (nu Technische Universiteit) en daar wisselden we van positie. "Nu jij", zei controleur Hans en ik ging zitten. Het grote stuur, de giga-voorruit en vooral, in de binnenspiegel, de lengte van 12 meter die ik door het verkeer moest gaan zien te laveren, maakten iets bij me los dat nooit meer is weggegaan. Een triomfantelijk gevoel. Dit wordt mijn ding vanaf nu, dat wist ik zeker en het is tot nu toe gelukt. Tegenwoordig is het stuur weer wat kleiner geworden maar de voorruit nog weer een stuk groter, de lengte is ongeveer gelijk gebleven.
Dit jaar zullen naar verhouding veel collega's net als ik 'gehuldigd' worden want in 1983 zijn er een flink aantal ingestroomd. Hopelijk kijken ze met evenveel plezier terug op die voorbije kwart eeuw als ik. Dat hebben we toch maar mooi in onze knip, de komende jaren moeten we nog maar zien wat ons te wachten staat. Ik hou mijn hart vast want hartverwarmende zaken zullen uit onszelf moeten komen. Ik ben helaas geen optimist. 
Busbrief 72  
Soms gebeurt het plotseling: je pakt een bus uit de stalling om je dienst te gaan rijden en op het moment dat je hem start weet je het, dit is 'm. Het muntje valt, zal ik maar zeggen. Bus en chauffeur hebben elkaar gevonden. Tegenwoordig is onze moderne busvloot, geen kwaad woord erover natuurlijk, steeds meer een soort eenheidsworst geworden. Of je in de ene rijdt of in de andere, ze zijn allemaal hetzelfde. Het karakter is er uit verbannen tijdens de productie. Maar nu had ik er weer eentje met uitstraling. Ik zeg altijd op zo'n moment: "Zo'n bus stap je niet in maar trek je aan als een goed zittend pak". In dit geval was het de 2181, een Iveco met Den Oudsten opbouw. Nog gewoon ouderwets geel-wit met ruim 1 miljoen kilometer op de teller, zonder Infoxx maar met Combofoon, zonder irritant zoemertje als een passagiers op de stopknop drukt, zonder eigenzinnige software (vertrekken bij de halte met een nieuwe bus is soms een avontuur omdat de halte-rem niet vrijgegeven wordt) maar wel mét een flinke ouderwetse rookpluim aan de achterzijde. Klinkt dat niet heeeeel nostalgisch?? Ik dacht het wel. De wagen heeft zoveel power dat het mij de hele dienst blijft verbazen. Wat is het dan een genot om in het verkeer gelijkwaardig mee te kunnen doen. Rijtijden? Geen probleem! Een vrolijke chauffeur? Geen probleem! Ik kon het aan het eind van mijn late dienst niet laten om te proberen er een aardig sfeerportret van te maken dat ik hieronder bijsluit. Mijn dienst duurde om precies te zijn 8 uur en 38 minuten maar het was voorbij voor ik het in de gaten had. Het was weer even net als 25 jaar geleden. Zal ik binnenkort vragen of ik mee mag naar Cuba of Georgië als de 2181 z'n 2e leven daar gaat slijten? Nee, ik blijf maar hier want anders betekent dat het einde van de busbrief en dat wil ik niemand aandoen.....;-)
Busbrief 73  
Pas vond ik nog een aantekening over een gebeurtenis die ik al helemaal vergeten was. Het schetst de verrassende kijk van sommige passagiers op het Openbaar Vervoer. Op zekere dag stapt er een Indonesische deftige dame in. Ik zeg opzettelijk 'deftige dame' omdat je over het algemeen direct in de gaten hebt of je een Tokkie tegenover je hebt of een meer beschaafd exemplaar van het menselijke ras. In dit geval was het geen bekakte mevrouw maar iemand waar het leven goed voor geweest was zonder dat er verbeelding was ontstaan. Ze was ruim op leeftijd en goed gehumeurd. Na wat ditjes en datjes uitgewisseld te hebben, vertelde ze dat ze ooit heel vroeger in Indonesië ook buschauffeur(se) was geweest. Toen ze naar Nederland was gekomen, wilde ze dat weer gaan doen en solliciteerde ze bij de WSM (dat zegt iets over haar leeftijd toch?) Tot haar verbazing werd ze afgewezen om de doodeenvoudige reden dat de WSM geen vrouwen achter het stuur wilde hebben. Er klonk nog steeds verontwaardiging door in haar stem. Hoe durfden ze!
Ik vond het iets te vrijpostig om dieper op de zaak in te gaan want ze had zichtbaar een voorspoedig leven geleid en mogelijk was dat allemaal anders gelopen als ze op de bus terecht was gekomen. Niets ten nadele van de WSM maar toch. Op haar huidige leeftijd was ze haar (internationale) rijbewijs al jaren kwijt maar de belangstelling voor het OV is altijd gebleven. Over de tegenwoordige tijd wilde ze ook haar zegje doen. Het verbaasde haar zeer dat de tram zo populair werd ten koste van de bus. Als voorbeeld van haar onvrede noemde ze RandstadRail. Voordat dit vervoermiddel in gebruik was, kon ze met 31 passen naar de halte van haar buslijn maar nu, ze pauzeerde veelbetekenend, kostte het haar wel 142 stappen om dezelfde verbinding te bereiken met die nieuwe tram. Ik probeerde neutraal te blijven kijken en mompelde instemmend dat het een schande was. Zoals ik al schreef zag ze er niet uit als iemand die niet meer spoorde want dat deed ze juist wel regelmatig maar ik probeerde me voor te stellen dat iemand zich op deze manier bezig hield met de vooruitgang in het OV. Het viel haar allemaal een beetje tegen maar voor mij viel de dag weer mee. Ik had weer vulling voor mijn BusBabbel.....
Busbrief 74  
Veel oude waarden worden tegenwoordig afgeschaft maar er komen ontzettend veel regeltjes voor terug. Veel mensen kunnen blijkbaar niet zelf meer bepalen wat de juiste normen en waarden zijn en hebben daar de hulp van de overheid bij nodig. Dat is erg jammer want daardoor slibt ons leven dicht met allerlei bemoeizieke verordeningen. Opstaan voor ouderen, spugen in het openbaar, groeten, bedanken, met 2 woorden spreken, voorschriften accepteren, noem alles maar op waar eigenlijk geen discussie over zou hoeven te worden gevoerd. Toch is het allemaal niet meer vanzelfsprekend. En wij op de bus merken daar elke dag weer alles van. Veel collega's proberen dat te compenseren door stug elke klant enthousiast te begroeten met een automatisme waar ik veel respect voor heb want ik breng het niet meer op. Als een buikspreekpop op de automatische piloot spreken zij hun instappers aan met een hoopvol 'Goeiemorgen', wetende dat het maar zelden, of zeker te weinig, beantwoord wordt. Hun argument is dat als je ook dit nog gaat verwaarlozen dan kun je net zo goed in een afgesloten cockpit gaan zitten. Zij hebben uiteraard volkomen gelijk maar nogmaals: ik trek het niet meer. Vroeger deed ik daar volop aan mee en was vriendelijkheid veel meer vanzelfsprekend. Ik deed er toen zelfs vaak nog een schepje bovenop als ik zag dat de instappende passagier zijn of haar hand dichtgeknepen had. Dit hield namelijk in de meeste gevallen in dat er een kleinigheid in verstopt zat dat, afhankelijk van de begroeting door de chauffeur, als fooi op je betaaltafel belandde. Ooit was een fooitje namelijk een normaal begrip op de bus. Hoe dat ontstaan is weet ik niet. Het kan zijn dat er medelijden was met de hoogte van het salaris en dat zou ik me kunnen voorstellen maar ik denk eerder dat het een gebaar was om te laten merken dat ze het verantwoordelijke werk van de chauffeur waardeerden. Bijkomend was het vaak de wens om de chauffeur kenbaar te maken dat men het op prijs zou stellen als ze eerst konden gaan zitten voor de bus weer ging rijden. Dit werd beloond met, afhankelijk van de aard van het beestje en misschien ook de hoogte van hun eigen salaris, een stuiver, een dubbeltje of een kwartje. In uitzonderlijke gevallen viel er weleens een gulden in de la maar dat gebeurde mijns inziens veel te weinig. Als je goed je best deed, was er in die jaren misschien wel een dertiende maand te verdienen door over het hele jaar je fooi apart te houden en dat is geen geintje! Officieel is fooi altijd verboden geweest maar oogluikend is het toegelaten gebleven. Wat de bedrijfsregels nooit voor elkaar hebben gekregen, heeft de tijd gedaan. Fooi is in onbruik geraakt en van een 13e maand is zelfs geen 53e week overgebleven. Ik ben benieuwd wat er over pakweg de volgende 25 jaar uit zichzelf veranderd is. Ik zal dan, ijs en weder dienende, rond de 80 jaar oud zijn en mogelijk staat er dan weer iemand uit zichzelf op voor me als ik in een bus stap. Ik geef de hoop maar niet op.
Busbrief 75  
Vooruitgang is niet te stoppen, ook al zou je het soms met alle plezier willen doen want niet alle ontwikkelingen zijn een verrijking van ons bestaan. Op medisch gebied kan het niet snel genoeg gaan maar in ons dagelijkse bestaan merk je vaak zoveel flauwekul dat je er moedeloos van wordt. Op de bus zou intussen ook het nodige moeten zijn veranderd met het betaalsysteem maar tot nu toe is het nog steeds het oude liedje. Het schijnt nergens in Nederland nog in 1 keer goed te kunnen gaan. Of het is het foute systeem of er zijn verkeerde berekeningen gemaakt of enz. enz. Ook het betalen met de chipkaart lijkt een gebed zonder einde te worden. Het is eigenlijk schandalig dat wij anno 2008, het digitale tijdperk, nog steeds met een stempel en een inktkussentje werken. Dit gebeurde 100 jaar geleden geloof ik ook al dus we lopen hiermee enigszins achter zou ik denken. "Maar we zijn er toch mee bezig" hoor ik dan de verantwoordelijke mensen zeggen. Jaja, in mijn ogen had dit minimaal 10 jaar geleden al geregeld moeten zijn zodat we een beetje gelijke tred houden met de rest van de maatschappij. In supermarkten is het moderne betalen al jaren gebruikelijk en geld uit de muur is zo normaal dat kinderen soms al niet anders meer weten. Waar waren wij in het OV intussen? Een winterslaap gehouden soms? Wereldwijd is een chipkaart geen onbekende meer maar in Nederland kost het blijkbaar veel moeite om het uitvoerbaar te maken. Zal wel met het poldermodel te maken hebben.
Zo kan ik nog wel een voorbeeld van achterstallige vernieuwing noemen. Anno 2008 werken we nog steeds met een stukje spiegelglas als middel om de omgeving in de gaten te houden tijdens het rijden. Als ik het zo opschrijf begrijp je in één keer wat ik bedoel. Dit principe is namelijk ook al zo oud als de weg naar Rome. Er worden aan voertuigen steeds meer spiegels opgehangen om de veiligheid te vergroten maar het blijft een ouderwetse, achterhaalde methode. De hele wereld hangt vol met camera's, van televisiekolossen tot apparatuur zo groot als een speldenknop. Als ik een vuilniswagen voorbij zie komen, merk ik in de cabine diverse monitorschermpjes op waarmee de beste man of vrouw de complete achterzijde van het milieu-voertuig in de gaten kan houden. Waarom dan geen camera's met groothoeklenzen op de plaats van de huidige spiegels. Misschien hoger op de hoeken van een voertuig dan de spiegels om een zo groot mogelijk overzicht te verkrijgen, de juiste plek laat ik aan deskundigen over, maar volgens mij moet er een veel beter zicht mogelijk gemaakt kunnen worden. Een joy-stickje zorgt voor het wisselen van hoek of het inzoomen terwijl 2 of 3 standaardbeelden altijd zichtbaar blijven. Meer veiligheid en minder schades dus de kosten zullen heus wel opwegen tegen de aanschaf. Op provinciewegen raken dan tegemoet komend beroepsvoertuigen elkaar niet meer met hun spiegels waarbij de schrikreactie vermoedelijk nog weleens voor een ongeval zorgt en in smalle straatjes zit je minder vaak klem door de hinderlijke beugels aan de zijkant van je wagen. Als ik de constructies zie die tegenwoordig bevestigd zitten aan bussen en/of trucks dan lijkt mij dat een minuscuul cameraatje pas echt vooruitgang betekent.
Busbrief 76  
Ooit werd de route van lijn 172 voor de zoveelste keer aangepast. Een lijn die als kerngebied de B-driehoek heeft, en had, d.w.z. de omgeving van Berkel-Bleiswijk-Bergschenhoek. De ene keer ging de route vanaf het Marconiplein, dan weer vanaf Rotterdam CS en tegenwoordig is het een aanvoerlijntje t.b.v. RandStadRail. Ook de route in het tussenliggende gebied werd regelmatig gewijzigd. Vermoedelijk hoopte men door de vele wijzigingen passagiers te trekken in dit noodlijdende lijntje maar volgens mij is vaak wijzigen van route juist de doodsteek want mensen weten het op den duur niet meer en kiezen voor een alternatief. Maar wie ben ik? 25 jaar ervaring wordt overruled door deskundigen die denken dat ze weten hoe het werkt. Laat ik me niet verliezen in een van mijn stokpaardjes maar ter zake komen.
De wijziging die ik hier wil beschrijven betreft het verleggen van de route van lijn 172 van de Schiekade naar de Noordsingel, 2 parallel lopende wegen maar op de Noordsingel was de kans op filevorming minder dus dat was een prima oplossing. De nieuwe dienstregeling was koud 2 weken oud toen ik hem voor het eerst ging rijden. Goed voorbereid, want er zaten nog meer aanpassingen in, steeg ik op vanaf CS.
Op het eerste stoeltje, waar anders, zat de enige klant. Via de Heer Bokelweg kwam ik op de Noordsingel en halverwege begon de man een praatje. Hij vroeg of ik deze route voor het eerst reed en ik stelde hem gerust: het was de eerste keer! Hij benadrukte dat hij elke dag meeging en dat hij de afgelopen 2 weken vaker een chauffeur had geholpen met de route. Ik liet merken dat ik me terdege had voorbereid en dat hij deze keer niet in actie zou hoeven komen. We reden gezapig een paar minuten door toen hij opeens riep: "U moet hier rechts". Ik was de straat al op een paar meter genaderd en ik remde snel af. "Dat lijkt me sterk" zei ik, "want dat heb ik op de kaart niet zien staan." Toch keek ik snel de straat in en ik zag verderop een haltebord. "Dus toch", dacht ik. Dit alles gebeurde in een seconde en je neemt dan het zekere voor het onzekere dus rechtsaf de straat in. Aangekomen bij het haltebord zag ik mijn lijnnummer niet vermeld staan en ik zeg tegen die man: "Nee hoor, u vergist zich, ik moet hier helemaal niet zijn". Hij keek mij lachend aan en zei: "Maar ik wel". Overrompeld door de komische brutaliteit deed ik de deur open en hij zwaaide me vriendelijk gedag. Ik heb de bus gekeerd en ben verder gereden maar er streden 2 sterke gevoelens in mijn binnenste. Aan de ene kant had ik er de pest in maar aan de andere kant zag ik de humor wel in van deze 'practical joke'. In ieder geval ben ik voortaan behoorlijk wat beter op mijn hoede (hoop ik).
Busbrief 77  
Niet alles is wat het lijkt. Dat klinkt heel filosofisch maar het klopt helemaal in de praktijk. We hebben bij het ervaren van bepaalde zaken meestal al gauw een oordeel klaar. Wie heeft niet gemerkt dat soms een nieuwe collega minder warm verwelkomd wordt dan een andere maar dat later blijkt dat juist die collega op termijn populair eindigt. Andersom kan ook natuurlijk en dat gebeurt dan ook regelmatig. Ik noem geen namen, dat zouden er teveel worden.....nee hoor, gekheid.
Lang geleden gebeurde het mij op z'n minst tweemaal dat er een inschattingsfout gemaakt werd. Ik zal de voorbeelden hieronder schetsen. In mijn begintijd als buschauffeur waren eindpunten met koffie dun gezaaid en zodoende nam ik altijd zelf een fles drinken mee. Ik dronk graag melk bij mijn brood en daartoe had ik een beugelfles van Grolsch gepromoveerd/gedegradeerd (*doorhalen wat niet van toepassing is) tot melkfles. Een vloek voor de liefhebber van het gerstenat maar wel heel handig door de beugelconstructie die lekkage tot 0 % terugbracht. Je voelt het al aankomen denk ik. Er was een klacht binnengekomen over een chauffeur die tijdens zijn dienst bier dronk. Ik heb toen overwogen om daarna een whiskyfles te gaan gebruiken met koude thee maar zo provocerend was ik toen dan ook weer niet. Niet alles is wat het lijkt.
Het tweede voorbeeld betreft een passagier die in Den Haag op de Lijnbaan instapte en direct aangaf dat hij niet wilde betalen. Meestal levert dat dan een behoorlijk oponthoud op want voor je het weet zit je in een escalerende situatie waar je niet op zat te wachten. Deze man zag er ook nog eens vrij onverzorgd en aggressief uit en omdat ik erg gebrand was op mijn bekertje koffie na een lange rit, besloot ik mijn mond te houden. Hij ging op het eerste stoeltje zitten en drukte na 2 haltes op de knop om er bij de Grote Markt weer uit te gaan en wilde ook nog eens voor uitstappen. Nog steeds in een 'je ziet maar' stemming deed ik de voordeur open en tot mijn niet geringe verbazing bedankte hij netjes en wenste me een prettige dag verder. Terwijl hij langsliep legde hij een rijksdaalder op de betaaltafel (het was nog in het gulden-tijdperk). Verbluft liet hij me achter. Ik heb de knaak (2 gulden en vijftig cent, voor de jongeren onder ons) in mijn geldblik laten vallen en het onregelementair als fooi opgestreken. Ik vond dat ik dit verdiend had voor mijn verstandige besluit want voor hetzelfde geld had ik op de Lijnbaan gestaan met een kapotte bril en politie-assistentie dus nogmaals: Niet Alles Is Wat Het Lijkt.
Busbrief 78  
Tot nu toe heb ik nog steeds kans gezien om in de Busbabbels 100 % waargebeurde voorvallen te beschrijven. Ik hoefde er niets bij te verzinnen of zelfs helemaal uit mijn duim te zuigen. Ook deze keer is het exact zo gebeurd. Een bekende ergernis in ons beroep is het feit dat je je best doet om aan de buitenwereld te laten zien dat je geen dienstbus bent door er Buiten Dienst of Geen Dienst op te zetten maar dat er weinig of nooit door wachtende passagiers op gelet wordt en dus zie je mensen kwaad reageren omdat je doorrijdt. Sinds kort regelt de InfoXX apparatuur in de bus dit voor ons maar nog niet zo lang geleden draaiden we ons suf aan een slingertje om de filmkast van de juiste informatie te voorzien. Ook nu kan het gebeuren dat je door b.v. vertraging of een mankement handmatig de filmkast wilt aanpassen in het InfoXX-scherm. Helaas worden je inspanningen te vaak niet herkend want mensen blijven hun hand opsteken als je langsrijdt of ze willen instappen als je op een station buffert. Onoplettendheid of onzekerheid liggen vaak ten grondslag aan dit gedrag. Een kriebelig "kunt u niet lezen" is niet aan te raden omdat veel mensen, meest ouderen, slechtziend zijn en dan zou zo'n opmerking jezelf ernstig in verlegenheid brengen. Het kan altijd erger natuurlijk want jaren geleden gebeurde mij het volgende. Ik had een bijklus en die bestond uit het verwisselen van de tijdtabellen bij de haltes vlak voor er een nieuwe dienstregeling inging. Ik had bewust gekozen om dit werk met een bus te doen omdat het bij het overige verkeer minder ergernis opwekt als er een bus bij een halte in (op) de weg staat dan dat ik het met een personenauto zou doen. Voordeur bij de haltepaal, gereedschap op de vloer en de nieuwe tabellen op het dashboard. Alles makkelijk bij de hand en in een mum van tijd was de boel verwisseld. Gezien de inleiding van deze Babbel is het duidelijk wat er gebeurde. Bij een van de haltes stap ik, gekleed in een stofjas, uit en loop naar de abri terwijl intussen iemand achter mijn rug de bus instapt. Kan gebeuren natuurlijk maar die mevrouw moest over allerlei losliggend gereedschap stappen, langs een paar dozen met op volgorde liggende tabellen en langs 2 banken met extra spullen. Bovendien zat er verder niemand in de bus wat een paar jaar geleden nog bijzonder was...dus duidelijk geen dienstbus maar ze ging gewoon zitten. Ik ben dan even uit het veld geslagen want ik snap dat niet. Natuurlijk ben ik prima in staat om met een kwinkslag die mevrouw te wijzen op de misvatting en dat deed ik daarna ook met plezier maar ik probeer ook de mevrouw te begrijpen, ik probeer in haar gedachtegang te komen. Ze vraagt niet even of het allemaal wel klopt maar gaat gewoon zitten. Of ze handelt op de automatische piloot of ze heeft een IQ van een pindarotsje, ik beschouw het maar gewoon als een van de aardige dingen die omgaan met publiek met zich meebrengt. We hebben allemaal wel eens een mindere dag. 
Busbrief 79  
Van de Busbabbel kan ik misschien wel een vervolgverhaal maken. We maken allemaal elke dag dingen mee die de moeite waard zijn om door te geven. Leuk of minder leuk maar altijd de moeite waard. Mijn vorige babbel over de onoplettendheid van veel passagiers prikkelde Edwin T. tot het sturen van zijn eigen ervaring en die wil ik jullie niet onthouden.
Edwin schrijft: "Ik reageer ivm je Busbabbel. Toen ik namelijk in 2001 mijn busrijopleiding genoot, heb ik een soortgelijk voorval meegemaakt. Er werd toen gelest met een DAF Smit 6782.
Bijna heel Zuid-Holland doorkruisten we met dit orgel dus kom je ook nog wel eens in Rotterdam, Prins-Alexander in dit geval. Daar reden op dat moment onderstaande type bussen dus een flinke tegenstelling wat uiterlijk betreft.
We rijden door een straat langs een bushalte, waar een dame met gevulde kinderwagen en peuter aan de hand stond te wachten. Ons in het oog krijgend, geeft ze netjes met de hand een stopteken.
Mijn instructeur, Nardy of John, dat weet ik niet meer, wijst nog verontschuldigend naar de filmkast met LESBUS of BUITEN DIENST erop en we rijden de halte voorbij. In mijn spiegel zie ik de dame woedend gebaren en we hadden een beetje schik over zoveel “domheid”. Maar enkele tientallen meters verder is er een kruising met verkeerslichten waar ik vanwege een rood licht genoodzaakt was om te stoppen. Je doet dan braaf wat je geleerd hebt en bekijkt je omgeving via je spiegels. Tot mijn verbazing zie ik de dame met kinderwagen en peuter rennend de bus naderen, voor zover dat in haar situatie mogelijk was. Je begrijpt, enige hilariteit in de bus. We hebben gedaan wat we konden om het misverstand duidelijk te maken. Intussen zie ik ook de RET-bus in mijn spiegels verschijnen (was toen lijn 46 geloof ik, van Zuidplein via Kralingse Zoom naar Ommoord). We hadden graag de dame gewezen op haar wel heel domme gedrag maar het licht sprong op groen, dus de bus weg. Uiteraard probeerden wij het verdere verloop te volgen en wat we verwachtten gebeurde ook: ze miste door haar paniekerige gedrag ook nog de RET-bus!
Als blikken toen hadden kunnen doden!!!"
Busbrief 80  
Effect van Down
Alle collega's zou teveel gezegd zijn maar ik ben er zeker van dat menigeen eenzelfde ervaring, die ik hieronder op ga schrijven, meegemaakt zal hebben. Wie is nooit met een flinke dieselontbranding Buiten Dienst/Geen Dienst vertrokken van zijn of haar laatste halte zonder de inhoud van de bus te doorzoeken op achtergebleven spullen? Ik geef het stalen ros meestal flink de sporen want na zo'n 8 à 9 uur sturen, ruik ik bijna altijd lijfelijk 'de stal' en het gevolg is dan dat er slechts een groene streep zichtbaar is op de snelweg. Die ene parapluie zal me een zorg zijn, die wordt heus wel gevonden voor de dag om is. Toch kun je je flink vergissen want ik ben echt weleens op mijn schouder getikt op het moment dat ik de garage inreed. Ik zal mijn reactie op zo'n moment maar niet omschrijven want ik vermoed dat iedereen kan bedenken hoe dat is. Nadat de hartslag weer wat tot bedaren gekomen was en er weer bloed door de aderen in mijn bleke gezicht was gaan stromen, bleek de bewuste persoon lekker op de achterbank in slaap gevallen te zijn en was niet zichtbaar in mijn binnenspiegel. De bewuste nablijver vroeg waar hij moest overstappen en helemaal op de bluf (echt gebeurd) wees ik hem de bussen die in de stalling stonden. "Waar moet u naartoe?" vroeg ik. "Naar Delft Station", antwoordde hij. Ik zag een collega naar een bus lopen om zijn dienst te beginnen en riep uit het raampje: "Ga jij naar Delft Station?" Hij bevestigde dat en ik vertelde de man naast mij dat hij zijn overstap gehaald had. Het toeval had mij een handje geholpen.
Een ander voorval was jaren daarna. Ik had 2 jongens/mannen in Monster in de bus gekregen die geboren waren met het Syndroom van Down. Eentje deed het woord en maakte mij duidelijk dat ze in het centrum van Den Haag moesten zijn. Ik zei dat ik zou waarschuwen en ging op weg. In het centrum keek ik in mijn spiegel en zag nog net een van die jongens uitstappen dus ik hoefde niet te waarschuwen (dacht ik). Op Den Haag CS aangekomen deed ik wat ik hierboven heb omschreven en gaf mijn bus de sporen richting huis. Bij het verkeerslicht pakte ik mijn spullen in en schoot de Utrechtse Baan op. Ter hoogte van Voorburg keek ik terloops in mijn binnenspiegel en je raadt het al, ik zie het hoofd van die andere jongen langzaam boven de stoelen uitkomen. Het was net slow-motion. Eerst zijn piekhaar, dan zijn verbaasde blik en dan het rondkijken naar een wereld die hij niet verwachtte. Het was vermakelijk en ontroerend tegelijk maar het betekende ook dat ik een probleem had want omkeren is er op dat punt niet bij. Haastige spoed is dus echt zelden goed. Ik moest doorrijden naar Nootdorp, daar keren en dan terug naar Den Haag CS. De knaap was intussen hersteld van zijn verbazing, naar voren gekomen en begon het gelukkig leuk te vinden. Dat was een hele geruststelling want voor hetzelfde geld raakte hij in paniek. Toen ik hem afgezet had op het busplatform, zwaaide hij nog een keertje, keerde zich om en was mij vermoedelijk alweer vergeten op weg naar andere ervaringen. Met een flinke vertraging ging ik alsnog naar de garage, eigen schuld dikke bult, en ik ben dat moment dat ik in de spiegel keek nooit meer vergeten. Het effect van Down. 
Busbrief 81  
Lekkerbekkie
We hebben allemaal onze favoriete passagiers denk ik waarbij onze zeer gewaardeerde dame in Rijswijk de show steelt door iedere dag één halte mee te reizen met een rollator ter ondersteuning om dan altijd een klein levensmiddelenpakket aan de meeste chauffeurs te overhandigen. Een opvallende verschijning en haar verhaal kun je lezen op http://tinyurl.com/5u3yo8
Het aanbod van bijzondere karakters in de bussen is onuitputtelijk. De vrouw die ik hier wil toelichten bezoekt de sociale werkplaats en als ik haar bij de halte zie staan, zeg ik altijd tegen me zelf: "Daar heb je Lekkerbekkie weer".  Nou is dat niet helemaal een gemeende omschrijving want ik heb haar nog niet betrapt op een vislucht maar als ik bij mezelf zou denken: "Daar heb je Rolmopsje weer" zou het dichter bij de waarheid komen. Haar abonnement hangt in een plastic hoesje om haar hals tussen de massieve boezem en dat zal voor elke zakkenroller een probleem zijn om te ontvreemden. Ze kijkt je altijd met hele grote naïeve ogen aan en 'schuifelt' naar een zitplaats want haar korte en gedrongen postuur weerhoudt haar van een luchtige loop. Er zal geen kwaad schuilen in deze gezette barbiepop maar het ergst is het als er 's zomers reden is om er luchtig bij te gaan lopen. Nou is dat niet een exclusief probleem voor deze mevrouw want tijdens warme dagen smeek ik regelmatig om slecht weer als ik de in leggings gehulde dames voorbij zie lopen waarbij de legging meerdere uitstulpingen accentueert. Cellulitis oftewel de sinaasappelhuid laat een patroon in het kledingstuk zien waar zelfs de meest geharde liefhebber van vrouwelijk schoon zijn eetlust bij verliest. Het Lekkerbekkie stoort zich niet aan modegrillen en zij wordt niet gehinderd door het gevoel van gene dat tegenwoordig hoort bij het modebeeld. Zij is zichzelf en eigenlijk waardeer ik dat meer dan de mensen die achter elke hype aanrennen. Ik ken haar naam niet maar dat is volstrekt onbelangrijk, het is gewoon een Lekkerbekkie. 
Busbrief 82  
Geweld(dad)ig:
Het is momenteel 'hot' en dan heb ik het niet over een erotisch onderwerp. Ik constateer dat geweld, onbeschoft gedrag, schelden, spuwen, bedreiging en roof opeens volop in de belangstelling staan. De media kunnen kijkcijfers scoren en dat zullen ze doen ook. Geweldig dat er aandacht is voor gewelddadige problemen, of toch niet? Ik wil niet beweren dat het een te ver opgeblazen nieuws-item is maar als ik mijn 25 jaar ervaring in het OV eens langsloop dan kan ik alleen maar vaststellen dat er al die jaren van alles is gebeurd en dat de onrust niet zojuist is begonnen. In mijn eerste jaar op de bus, in 1983, ben ik op weg naar huis na een late dienst door circa 10 jongeren die aangeschoten naar huis gingen na kermisbezoek, belaagd en geslagen. Collega's die in die tijd al collega's waren, halen de herinnering daaraan nog regelmatig op. Ik ben in al die jaren zo vaak tegen onverwachte aggressieve gebeurtenissen opgelopen dat ik er een boek over kan schrijven. Ik geef toe dat ik het conflict soms aan handje hielp doordat ik sarcastisch werd of de tegenpartij met mijn optreden een eindje op weg hielp om verhit te kunnen reageren. Tegenwoordig gebeurt het al veel en veel minder dat ik de confrontatie aanga, ik neem minder risico. Mogelijk als gevolg van mijn gestegen leeftijd, mogelijk door de veel gevaarlijkere reacties van tegenstanders die nu meer dan ooit onder invloed van b.v. pillen hun grenzen ver verleggen en te vaak gewapend zijn. Ik ben achtervolgd, er heeft een leger voetbalsupporters mijn bus proberen te kapen, er heeft een vent aan mijn ruitenwissers gehangen, er stond een kerel naast me met schuim op zijn lippen die zei mij neer te gaan steken en ik heb na een lichte aanrijding te maken gekregen met 4 inzittenden die mij bij mijn strot grepen en gelukkig voorwaardelijk op vrije voeten waren na o.a. bankovervallen, waardoor ze voorzichtiger dan normaal (normaal = vuurwapengevaarlijk) optraden want anders had ik dit niet eens meer kunnen schrijven. Zomaar een greep uit voorvallen vanaf 1983. Er werd vroeger nauwelijks aan registratie gedaan en ik geloof ook niet dat dit helpt om de boel op te lossen. Het is leuk voor de statistieken maar in de meeste gevallen los ik gelukkig zelf het probleem op en ik haal daarna redelijk luchtig mijn schouders op.
Toch wil ik het hier graag opnemen voor de collega's die nu merken dat hun voorvallen opeens landelijk nieuws zijn. Langzaam heeft er een verschuiving plaatsgevonden. Respect voor functionarissen in het OV of bij de Brandweer of de Ambulancedienst of bij de ANWB en zelfs bij strooiwagens tijdens gladheid, brokkelt steeds verder af. In onschuldige vorm merken we elke dag overal wel iets van onbeschofdheid en soms escaleert het helaas tot gewelddadige proporties. Toch blijf ik huiverig voor aandacht in de media. Het is een cliché maar ik geloof dat het labiele mensen op bepaalde gedachten brengt. Even lekker centraal in de aandacht staan met misschien nog wel een filmpje op YouTube, zou wel eens juist een stimulans kunnen zijn en dat is precies wat we dus niet nodig hebben. Ik wacht maar af hoelang dit nieuwswaarde heeft want vaak worden zelfs de meest verschrikkelijke dingen al na een week naar de achtergrond gedrongen door de waan van de dag. Een oplossing heb ik niet want horkerig onbeschoft gedrag is een proces dat in tientallen jaren ontstaan is en dat zullen we daardoor niet op korte termijn op gaan lossen. Trouwens in Nederland heerst op alle terreinen toch de zienswijze dat men liever de gevolgen aanpakt dan de oorzaak dus voorlopig zitten we er nog wel mee opgescheept. Rest mij nog om iedereen die heeft ondervonden wat het is, sterkte te wensen en vooral voorzichtig te zijn. En bedrijven en politiek roep ik met drang op om haast te maken met het elektronisch betalen want nu alle banken, tankstations en b.v. telefooncellen zodanig ingericht zijn dat er voor de gauwdief niets meer te halen valt, is het oog gevallen op supermarkten en het openbaar vervoer want het is zóóóó eenvoudig om bij ons een snelle bijverdienste te stelen. Hoogste tijd om het zeer gedateerde risicovolle geldsysteem vaarwel te zeggen.
Busbrief 83  
Mijn eerste ervaring: De datum van 1 februari waarop deze brief de deur uitgaat, is een bijzondere dag voor mij. Dit jaar vier ik op deze dag mijn 26e verjaardag als buschauffeur. Niets unieks natuurlijk, er zijn meer 'slachtoffers' met zo'n getal in hun dossier maar waar ik graag eens over wil vertellen is de eerste dag. Niet de eerste dag in dienst maar de eerste dag waarbij de proefrit aan bod kwam. Ik kwam van een kantoorbaan waar ik dag in dag uit aan een bureau zat met aardige, maar wel steeds dezelfde mensen om mij heen en mijn werkzaamheden bestonden uit het verwerken van cijfers t.b.v. prognoses en begrotingen. Een zeer dynamische baan dus (!) maar ik wilde meer uit het leven halen en dus ging ik mijn geluk beproeven op de bus. Ik reed voor mijn muziekhobby al regelmatig met bestelbusjes en het kon mij niet groot genoeg zijn.
Controleur Hans ging met me op pad om te zien of ik geschikt was voor buschauffeur. Hij nam de lesbus (geen Grieks eiland maar een bus.....) van toen de 2570, zie busbrief 5, en reed naar de TH-wijk in Delft. Nu heet het al jaren TU maar toen was het nog gewoon een Technische Hogeschool. Aangekomen bij de Stieltjesweg zette hij de bus neer en dirigeerde mij achter het stuur. Een onvergetelijk moment. Ik keek door die immense voorruiten (kleintjes vergeleken met tegenwoordig) en ik pakte dat grote grijze Leylandstuur beet. De stoel goedzetten en de spiegels op maat bijdraaien en ik keek in de binnenspiegel naar die grote zaal met stoelen die ik mee moest slepen door alle verkeerssituaties en straatjes en ik wist het op dat moment zo zeker als ik nog nooit iets zeker geweten heb. Dit is mijn ding. Twee zaken bleken heel belangrijk te zijn. Ten eerste het feit dat je vóór de voorwielen zit en dus een bocht heel anders in moet schatten en ten tweede zwaaide de boel een beetje uit en dus moest je niet te dicht langs geparkeerde auto's rijden als er daarna een bocht genomen moest worden. Voor de rest bleek dat ik niet in de bus gestapt was maar dat ik hem aangetrokken had. Hij zat als gegoten en ik heb in de loop van de jaren 755 verschillende bussen aangetrokken en ze zitten me nog steeds als een maatkostuum. Als ze bij mij soms bloed moeten prikken dan verbaast het me dat er geen diesel uitkomt.
Hans liet me geruime tijd rondtuffen en zette zijn pen onderweg rechtop op de betaaltafel en beweerde dat een goede buschauffeur zo kon rijden dat de pen niet omviel. Gelukkig hadden we nog handgeschakelde bussen dus ik kon heel netjes schakelen zodat ik hele stukken de pen in balans hield. Terug bij de vestiging kwam de laatste grote test, het in 1 keer de bus goed draaien zodat we recht de garage in konden rijden tussen de versmalling door die aan weerskanten slechts centimeters ruimte biedt. Ik kon gerust zijn, het ging in 1 keer goed zonder de randen te raken. Ik parkeerde de 2570 op een rij en Hans gaf me een hand. Dit bleek de laatste test te zijn want hij constateerde tevreden dat mijn handpalmen niet klam waren. Geslaagd. En ik heb er geen spijt van, het rijden verveelt me nog steeds niet.
Busbrief 84  
Waarom:
Waarom zijn wij niet in staat om nationale bedrijven in eigen beheer te houden. Nu is ons goeie trouwe bus-ov ook al volledig in buitenlandse handen bij Veolia, Arriva en Connexxion.
Waarom kunnen de mensen die aan tekentafels wegen en busbanen ontwerpen nooit eens rekening houden met b.v. draaicirkels.
Waarom zijn busbouwers niet zo slim als vroeger om in het ontwerp van een nieuwe bus de voorruiten een beetje schuin te plaatsen zodat er veel minder reflectie van de binnenverlichting in de voorruit hindert.
Waarom zijn ambtenaren zo dom om abri's in heel veel gevallen precies verkeerd in te tekenen. Het liefst worden deze wachthuisjes zo geplaatst dat de meest gebruikelijke weersomstandigheden, westenwind en dus de regen vrij spel hebben aan de open zijde zodat passagiers weinig beschutting hebben en de ambtenaren meer een verschutting....
Waarom worden er op grote schaal nieuwe trottoirranden aangelegd bij bushaltes vanwege een verzorgde lage instap terwijl er tegelijkertijd heel dicht aan de rand lantarenpalen, verkeersborden en haltepalen geplaatst worden waardoor je nooit netjes langs de stoep kan komen en elke investering aan de halte-inrichting weggegooid geld is.
Waarom hebben passagiers tegenwoordig alleen maar rechten en geen plichten?
Waarom heeft men ooit de kniptang afgeschaft terwijl daarmee veel definitiever de strippenkaart ontwaard zou kunnen worden en geknoei met kaarsvet, nagellak e.a. geen kans meer zou krijgen bij kaartvervalsers.
Waarom roept men bij vertrek tegenwoordig steeds vaker "Hoi" terwijl dat toch een groet is bedoeld voor het begin van een ontmoeting.
Waarom hebben wij in Nederland nooit op grote schaal met dubbeldekkers gewerkt?
Waarom moeten fietsers altijd door tunneltjes onder wegen door en trappen ze zich een ongeluk om weer boven te komen terwijl auto's keurig rechtdoor kunnen blijven rijden. Waarom niet andersom? Fietsers door tunnels die op straatniveau blijven en auto's over een bult in de weg. Scheelt ook de vaak rampzalige afwatering in de fietsertunneltjes.
En zo kan ik nog wel even doorgaan. Kinderen vragen altijd naar het waarom maar ik blijf het ook gewoon doen. Het houdt je scherp.
Busbrief 85  
Het onderwerp had ik al klaarstaan voor deze babbel maar nu overkomt mij afgelopen week iets dat ik liever eerst hier behandel. Je hebt tijdens je werk het meest te maken met doorsnee voorvallen. In veel gevallen weet je aan het eindpunt al niet meer wat er precies tijdens de rit gebeurde maar soms heb je een pareltje tussen de steenkolen meegemaakt. Toen ik pas als buschauffeur begon, kon ik op verjaardagen uren volpraten over gekke gebeurtenissen of bijzondere passagiers. Alles was nieuw en verrassend. Dat is er na 26 jaar wel vanaf en vaak hoor je het nog wel van nieuwe collega's want die ondergaan dat herkenbare proces als zijnde origineel. Dat er dus voor mij iets voorviel waar ik nu nog met plezier aan terugdenk, dat is opvallend. Ik reed om precies te zijn, hoewel dat er niet echt toedoet maar voor de volledigheid toch vermeld, op lijn 81 in de Delftse binnenstad. Een lijn met een zeer gevarieerd publiek die o.a. 2 volkswijken met de binnenstad verbindt maar ook de nieuwbouwwijk tussen Delft en Delfgauw en het daaraan vastzittende bedrijventerrein. Ik stond aan het beginpunt met zo'n 5 minuten overlooptijd te wachten op de volgende rit toen er een jonge moeder met dito dochtertje instapten. Het dochtertje had de leeftijd dat praten nog niet geheel vloeiend verliep en waarbij alles in de grote boze wereld nog verbazing opriep. Ook de afstand tot oma die zwaaiend voor het raam aan de andere kant van de straat stond, was in haar ogen onbelangrijk. 'Dag oma', riep ze hartstochtelijk. 'Oma kan je toch niet horen gekkie' legde de moeder pedagogisch uit maar dat wilde het meisje zelf toch eerst eens uitproberen en weer riep ze, iets harder, naar oma. Ik bekeek dat via de binnenspiegel en ik kon het niet laten om bij de derde roep naar oma te reageren. Met een hoge, hopelijk vrouwelijke, stem riep ik zachtjes alsof het van ver kwam 'Jaha'. In de spiegel zag ik het meisje verstrakken, ze keek naar haar moeder met een gezicht van "zie je wel" en riep enthousiast weer 'Oma!!' en ik weer 'Jaha'. De moeder en de andere passagiers begonnen te lachen en bij het meisje streden twijfel en verontwaardiging om voorrang. Ze probeerde het nog 1 keer maar ik deed er het zwijgen toe. Het was leuk geweest, spontaan ontstaan, maar het vertrouwen in volwassenen had al een deukje opgelopen en ik wilde geen misbruik maken van de situatie. Daar zal ze vanzelf met de jaren wel achter komen.
 
Dan kan ik deze keer ook nog een ingezonden Busbabbel plaatsen van Dick van der Goot. (Mijn dank hiervoor)
Hij begon zijn mailtje met deze woorden: "Bedankt voor de nieuwe Busbrief, hij was weer grandioos!" (bloos)
 
Wat ik nou afgelopen week meemaakte....
Ik stond, gelijktijdig met een vrouwelijke collega van mij, in Zoetermeer op lijn 121 te wachten en toen de bus eraan kwam, constateerde ik met enige verrassing dat het een Alliance was. Ik fixeerde mijn blik in eerste instantie op het busnummer: 2641, niet zo'n bekend nummer voor mij als de 2478 (dat was in de vorige dienstregeling min of meer de vaste bus van een Delftse chauffeuse. Zij reed er destijds één bepaalde vroege dienst mee, waarin twee slagen op lijn 121 voorkwamen). Vlak voor het instappen meende ik iets bekends bij de chauffeur van deze Alliance te ontwaren. Ja natuurlijk, dacht ik, dat is echt iets voor Wim Koeleman om een type bus mee te nemen dat er bijna uitgaat. Piet Bakker is nòg extremer in dat soort dingen, maar toch.... Ik zei tegen mijn collega: "Die chauffeur ken ik!" en ik begroette de chauffeur met dezelfde woorden als waarmee ik dit e-mailtje aanving en legde mijn strippenkaart op de betaaltafel. De chauffeur reageerde echter met niks anders dan met het stempelen van mijn kaart nadat ik er haastig ook maar "naar Delft" bij had gezegd. Het was me nu wel duidelijk dat ik slechts met een "look-a-like" (althans op enige afstand in de schemering) van Wim te maken had! Even verder bedacht ik dat deze chauffeur weleens een "Leidschendammer" zou kunnen zijn. Ik maak de laatste tijd vaker onbekende bussen en chauffeurs op lijn 121 mee, waarvan ik na een poosje doorkreeg dat deze in Delft (met een krappe tussentijd) overgaan van en op lijn 60, die op zijn beurt weer een vaste koppeling aan lijn 40 van/naar Leidschendam kent. Nu begrijp ik ook waarom met de laatste dienstregelingwijziging de tijden van lijn 60 met een paar minuten zijn verschoven. Maar een leuke omloop lijkt het mij niet om vrijwel zonder pauze via de lijnen 40, 60 en 121 van Leidschendam naar Zoetermeer en dan direct weer het hele eind terug. Erg veel vrolijkheid kun je van de chauffeur op zo'n dienst dan ook moeilijk verwachten. En nu maar afwachten of VEOLIA nòg efficiëntere omlopen weet te verzinnen ...
Voor de "Busbabbel" krijg je waarschijnlijk wel leukere ideeën, maar ik vond toch dat ik jou dit bij deze gelegenheid maar eerlijk moest "opbiechten".
Busbrief 86  
Niet spreken met de bestuurder.
Al zolang ik op de bus werkzaam ben, zijn er mensen die het boeiend vinden om dusdanig mee te leven dat ze na verloop van tijd meer over mijn werk en mijn collega's weten te vertellen dan ikzelf. Het zijn de passagiers die dagelijks meereizen maar daarnaast ook extra reizen door voor de lol rondjes mee te rijden om de tijd de doden. Er zijn drie categorieën te ontwaren in deze groep 'groupies'. Ten eerste de afdeling hinderlijk. Dat zijn de mensen die meerijden zonder doel en denken dat elke chauffeur het leuk vindt dat ze voorin blijven hangen en de meest onzinnige prietpraat uitkramen. De tweede club 'fans' zijn de tijdelijke klanten. Deze mensen zijn een paar jaar niet weg te slaan maar groeien er later weer uit en daarna zie je ze vaak ook niet meer terug op de bus. Afgekickt zullen we maar denken. De derde verzameling betreft de meer serieuze groep. Mensen die iets zinnigs te melden hebben en daardoor in de loop van de tijd, soms vele jaren, bij de meeste chauffeurs een welkome gast zijn geworden. Ze worden niet bij elke chauffeur langere tijd op prijs gesteld maar dat begrijpt deze groep en men houdt zich aan de ongeschreven regels op dat gebied.
Net zoals er groepen passagiers zijn te maken, kunnen we ook het chauffeurskorps op deze manier indelen. Er zijn collega's die je nooit zonder gesprekspartner ziet rijden, sommigen tolereren het in enige mate en er is een groep collega's die er niets van moet hebben. 
Er zijn ook mensen buiten de bus die tot de inventaris van ons werk zijn gaan behoren. Zo is er in Nootdorp, onder de rook van Den Haag, een rots in de branding met de naam John. Wie kent hem niet zou ik durven stellen. John is sinds jaar en dag in Nootdorp te vinden in zijn gemotoriseerde rolstoel en hij verwelkomt iedere bus zeer luidruchtig. Nozem en Floepert zijn favoriete uitdrukkingen en als je hem ermee confronteert vliegen de decibellen je om de oren. In weer en wind is hij 'on the road', regen deert hem niet en de zon zorgt in het hoogseizoen vaak dat de huid van zijn gezicht bladdert maar John is op pad. Vroeger toen een dienstregeling nog regelmatig was en ook langere tijd in gebruik, zag hij kans om na enige tijd precies te zeggen welke lijn je als eerste gereden had en wat je hierna ging doen en hoe laat je klaar was en wie je ging aflossen. Tegenwoordig is het voor de meeste chauffeurs al niet meer zo duidelijk dus John slaat ook meer en meer de plank mis, hij heeft tenslotte nog geen InfoXX of GPS op zijn voertuig. Ook is zijn werkterrein steeds beperkter geworden door de nieuwbouw ter plekke en het feit dat er sinds enige tijd geen echt eindpunt meer is in Nootdorp. We kunnen hem geen bekertje chocolademelk meer aanbieden maar hopelijk heeft hij zijn contacten zodanig dat hij dat nu bij de collega's van de HTM kan krijgen die er met de tram wel een eindpuntvoorziening hebben.
Busbrief 87  
Je kind of je geld
Onderstaande voorval is van A tot Z echt gebeurd al vind ik het zelf bijna te bizar om te geloven maar het is echt waar. Enige maanden terug reed ik 's avonds lijn 121 van Zoetermeer naar Delft en ter hoogte van de Mandelabrug stapte een man in met zijn zoontje van kleuterleeftijd. Geen bijzondere communicatie, slechts een strippenkaart en daarop stempelde ik het gewenste aantal af. Ik reed verder en ter hoogte van de volgende halte begon ik in de gaten te krijgen dat er iets niet in orde was. De bewuste man kwam naar voren en zei dat hij zijn portemonnee vermoedelijk in de abri bij de Mandelabrug had laten liggen. Intussen was ik alweer een stuk verder en ging linksaf de Edelsteensingel op. Ik stopte daar en vroeg wat hij wilde doen en hij wilde uiteraard graag uitstappen om terug te lopen en hopelijk zijn spullen nog te vinden. Ik kon me daar iets bij indenken en deed de achterdeur open. Hij sprong  uit de bus, ik overwoog wat ik kon doen maar de afstand was te groot om te wachten dus hij zou de volgende bus moeten nemen. Ik gaf gas en ter hoogte van de Driesprong kwam er een mevrouw naar voren die vroeg wat ze moest doen met het zoontje van die meneer. DE MAN WAS UIT DE BUS GESPRONGEN EN HAD ZIJN ZOONTJE ACHTERGELATEN. Omdat ik hem op een ongebruikelijk plaats uit had laten stappen, had ik even gekeken in mijn binnenspiegel maar ik was ervan uitgegaan dat ik het zoontje, uiteraard klein van postuur, in mijn spiegel niet had opgemerkt maar nu bleek dat hij hem helemaal niet meegenomen had.
Wat nu gedaan? Met een bus vol passagiers terugrijden en in het donker op zoek gaan naar die meneer was een optie maar een vader die zijn zoontje achterlaat leek mij toch ook een beetje verdacht en omdat je in de krant wel gekkere dingen leest, leek het mij meer gepast om de politie in te lichten. Andere passagiers gingen zich ermee bemoeien en ze probeerden bij het joch te achterhalen waar hij woonde. Na enige verwarring kwam er tenslotte als woonplaats Pijnacker uit de bus. Ik riep de CVL op, legde de situatie uit en men zou de juiste maatregelen nemen zodat, als ik in Pijnacker aankwam, er iemand klaarstond om de zorg over te nemen. Aangekomen bij Pijnacker Station was er te weinig tijd verstreken om reeds enig blauw op straat te ontdekken maar de vele vrouwelijke passagiers hadden zich moederlijk over de jongen ontfermd en hem rustig gekregen waarna er meer duidelijkheid over zijn woonadres aan het licht was gekomen. Een van de vrouwen wist waar dat adres lag en gaf aan dat ze in de buurt woonde en de moeite wilde nemen om de jongen thuis te brengen. Ook dit vond ik in deze moderne tijd niet de beste oplossing maar ik wilde er liever niet al veel ophef meer over veroorzaken door aan de integerheid van de dame te twijfelen. De politie kon nog best eens even op zich laten wachten en wat dan? Uiteindelijk verdween de kleuter aan de hand van die mevrouw uit beeld op weg naar huis en kon ik aan de CVL doorgeven dat het probleem intussen opgelost was. Je kunt tegenwoordig niet iedere onbekende vertrouwen maar in dit geval hoopte ik gewild naïef dat misdaad typisch een mannenkwaal was en dat deze mevrouw tot de 'goeien' behoorde. Wat de vader bezielde om zijn zoon achter te laten zal door zijn vrouw wel uitgezocht zijn.....
Busbrief 88  
Zwaaien
In onze kortelontjestijd zijn zo nu en dan ook positieve zaken te melden. Oja? Ja! Hierboven heb ik het woord 'zwaaien' geplaatst en dat maakt duidelijk wat ik bedoel. Chauffeurs onder elkaar zwaaien tot ze geen pap meer kunnen zeggen. Het is in het algemeen een goede gewoonte om elkaar te groeten maar in het OV maken we er soms een potje van. Als ik dezelfde collega na 7 rondjes op dezelfde lijn voor de zoveelste keer tegenkom, blijven wij koppig volharden en begroeten elkaar alsof het de eerste keer van die dag is. Het kan niet echt kwaad want na elk rondje ben je weer blij dat je je collega ongeschonden ziet verschijnen. Bij sommige collega's ben je verrast dat ze zonder blauw oog of bespuugde bril weer uit een wijk tevoorschijn komen maar in de meeste gevallen is het gewoon leuk om elkaar te groeten. Frappant is het dat je van de honderden collega's die je tegenkomt vaak op grotere afstand aan kleine zaken al ziet wie het is. De zithouding of een bepaalde manier van kleding combineren kunnen zorgen voor een zeer herkenbaar kenmerk. Sommigen hebben een zwaai-procedure ontwikkeld die uniek is voor die persoon. Koninklijk wuiven of militair salueren zijn er voorbeelden van. Astrid ontwierp ooit het met beide handen cirkels beschrijven en ikzelf gebruik het hele jaar door de carnavalsgroet Alaaf. Toen we nog Kort Verkeer hadden waarmee we zinnige dienstmededelingen maar ook leuke onzinnige mededelingen konden roepen, vroegen onwetende collega's in augustus nog weleens of ik niet wist dat Carnaval allang voorbij was. Mijn antwoord was dan steevast: "Waarom zit jij dan nog steeds verkleed achter het stuur.....?" Daar kwam dan meestal geen reactie meer op. Ik heb altijd het vermoeden dat wij in Haaglanden meer aan zwaaien doen dan in andere regio's maar dat kan een misvatting zijn. Opvallend vind ik altijd dat RET-collega's blijkbaar geen zwaaicultuur hebben want op een enkeling na, zwaai je meestal voor Jan met de Korte Achternaam naar een RETbus of tram.
Een aardig verschijnsel is verder het accent. Wat bedoel ik daarmee? Je kan een duidelijk onderscheid maken tussen collega's die elkaar graag mogen en anderen die slechts plichtsmatig de hand heffen. Tot op het absurde af worden de meest uitbundige gebaren uitgewisseld maar toch koester ik deze zwaaigewoonte want het is een onschuldig tijdverdrijf met een positieve achtergrond. Vroeger werden er meerdere doelgroepen opgenomen in het ritueel zoals taxichauffeurs, politiemensen en hulpdiensten en ook de auto's van de ANWB konden op een opgestoken hand rekenen. (Tegenwoordig is een deel van de hand meer populair om op te steken....) Dit werd op een gegeven moment wel erg veel van het goede en zo nu en dan kwam je handen tekort en stuurde je de bus met je knieën de bocht maar door. Omdat ik van politiemensen in de loop der jaren weinig plezier ondervond, ben ik als eerste gestopt met zwaaien naar deze bloedgroep. Ik zwaaide regelmatig naar geüniformeerde mensen die mij later zonder blikken of blozen een oor aannaaiden en dat gaat zelfs mij te ver. Sinds we in Delft door een onduidelijk beleid van de gemeente al jaren een haat/liefde relatie hebben met taxi's staat ook deze beroepsgroep niet meer hoog in de zwaai-toptien. Ik concentreer me maar op bus en tram hoewel de opsplitsing van bedrijven dat nogal bemoeilijkt. We komen in Haaglanden nu mensen tegen van Connexxion, QBuzz, RET en HTM terwijl er over korte tijd ook nog Veolia bijkomt. Laten we ondanks de verschillende bedrijfsculturen alsjeblieft het zwaaien in ere houden. Blijft er tenminste nog een ouderwets positief gebruik over in onze moderne onverschillige samenleving.
Busbrief 89  
Griep
Er zijn al wat soorten griep door de wereld gewaaid in de loop van de geschiedenis. Er is ooit Spaanse griep geweest met als verschijningsvorm 2 hoorntjes op je hoofd, er is vogelgriep geweest waarbij je onverwachts een ei kon gaan leggen en er is Hongkonggriep geweest met als gevolg dat je de r niet meer kon uitspreken. En dan nu de Mexicaanse griep en weer is de wereld in rep en roer. Eerst heette het de Varkensgriep maar omdat iedereen al knorrig van zichzelf is tegenwoordig vond men deze naam niet toereikend en veranderde de benaming in Mexicaanse griep. Deze naam is gekozen omdat de eerste griepgevallen in dat land geconstateerd zijn en men dacht in het begin nog dat als ze Mexico maar zouden afgrendelen, dat ze daarmee deze griep voor de rest van de wereld konden afschermen. Wat een naïviteit!!! De wereld is een dorp geworden en er wordt van hot naar her gereisd dus het was een kwestie van tijd tot er wereldwijd gevallen zouden opduiken. Op 23 juli zijn als gevolg van het nieuwe virus 183.326 besmettingen geconstateerd met 1.148 doden tot gevolg en nu enige maanden verder durft men de stand bijna niet meer bekend te maken, bang voor paniek. Engeland schijnt momenteel nogal op te rukken in de top-tien van griepgevallen maar er zijn er meer die met stip stijgen in de lijst van hoge scores. Nederland staat meestal redelijk vooraan om met alles het beste jongetje van de klas te zijn maar gelukkig blijven we nu een beetje achter. Mondkapjes en vaccinatie staan bovenaan het verlanglijstje van menig jarige en het is een kwestie van wachten tot ik een collega voorbij zie rijden met zo'n steriel kapje voor zijn of haar mond. Wij in het OV zijn namelijk een grote risicogroep. Waar zitten vaker mensen op elkaar gepakt te hoesten en te proesten? Er zijn bedrijven die kenbaar maken dat het op prijs gesteld wordt als je bij het niezen gebruik gaat maken van je elleboogholte in plaats van je hand. In het OV hoest, niest en spuugt men gewoon zonder handen of zakdoek, laat staan elleboogholtes....dus tel uit je winst. En ik in de vorige busbrief maar denken dat er steeds naar me gezwaaid werd door collega's. Het blijkt zo te zijn dat ze gewoon in hun elleboogholte zaten te niezen waardoor je automatisch je arm omhoog moet doen.
Het najaar wordt de tijd van de waarheid volgens de deskundigen. De Mexicaanse griep kan dan 1 op de 3 mensen besmet hebben en als de agressiviteit van de griep toeneemt, kan de economie ernstig gaan lijden aan deze koorts. Bepaalde bedrijfstakken zoals de gezondheidszorg en de begrafenisverzorgers zouden kunnen profiteren tenzij ze zelf getroffen worden en het personeel verstek laat gaan. Al met al leven we in enerverende tijden. Hoest zo nu en dan nog maar eens ongedwongen want het kan zijn dat dit binnenkort als een vorm van terrorisme zal worden gezien. Bussen opblazen op de traditionele manier behoort dan tot het verleden. We blijven ze wel opblazen maar dan gewoon met je adem. Dat is over een poosje genoeg en we kunnen altijd nog de Zangeres Zonder Naam de schuld geven. Zing mee:
"Ik ben naar Mexico gekomen
Het land van liefde en van zon
't Was in de schaduw van de bomen
Dat net als in dromen 't sprookje begon."
 
"Mexico, Mexi-iiiiiiiiiiico,
Ik blijf er altijd wonen
Je bent me alles waard
Een paradijs op aard, ja, dat ben jij."
 
Uche uche, sorry hoor.
Busbrief 90  
Eigenlijk wilde ik deze busbrief al vorige week versturen zoals in het voorwoord staat vermeld, de overgang van Connexxion naar Veolia in de regio Haaglanden heeft meer beslag gelegd op mijn vrije tijd dan ik had verwacht. Na het zachtgroene overhemd van Connexxion ben ik nu gehuld in een rood/wit streepjesdesign met een sjieke grijze stropdas. De bussen hebben soortgelijke kledingvoorschriften en mogen de straat op met dezelfde kleurencombinatie. Het ziet er fris en fruitig uit en na een periode van gewenning en aanpassing zal de boel wel snel ingeburgerd zijn. In Delft zijn we gehuisvest op de eerste etage van een bedrijfshal waar een muurtje ervoor zorgt dat de galerij nu een gang geworden is en we gescheiden zijn van de werkzaamheden bij de buren. We lopen er op onze tenen want naar nu blijkt, is de houten vloer toch wat kwetsbaarder dan we in eerste instantie hadden verwacht. De snoep en drankautomaat, in gevulde toestand meer dan 600 kilo, maakt kans door de vloer te zakken en is dus achtergebleven op de begane grond op een stenen vloertje. De meer gevulde collega's zie je dan ook angstig opletten of er geen gekraak hoorbaar wordt waar zij ophouden.
Het is verder netjes geverfd en opgeknapt en met een beetje aankleding onzerzijds, zal het er best uit te houden zijn. De ramen zijn van een stijl die nog het meeste aan oude schoolgebouwen van voor de oorlog doen denken. IJzeren kozijnen met slingers om de bovenramen naar buiten te kunnen draaien. Het uitzicht is ook verbluffend want we zien de daken van onze bussen oftewel de gastanken bovenop het nieuwe MAN materiaal. Na jaren waarin het gebruikelijk was om je bus in een overdekte stalling te vinden, is het nu rennen als het regent en glijden als het ooit nog eens een keertje zou gaan sneeuwen. Ach, we hadden ook terecht kunnen komen in een weiland met een portocabine dus tel je zegeningen en blijf lachen. De ramen zijn enkelglas en op het noorden dus als het vriest hoeven we geen bloemen te kopen want die staan dan vast als ijsbloemen op het glas. Nog een paar maandjes en het is Kerstmis en we gaan ervoor zorgen dat de nu nog onwennige verblijven er dan zo sfeervol uitzien dat sommige collega's gaan wensen dat ze er ook zouden mogen slapen. Kan geregeld worden hoor, we huren er een etage bij, wat stapelbedden, een hospita en voilà, een Veoliahotel. Achtergrondmuziek is ook in orde want iets verder in de bedrijfshal repeteert regelmatig Polle Eduard met zijn band. Wat wil je nog meer? Laat ik het daar maar niet over hebben want als ik hier ga schrijven wat we nog meer zouden willen, ben ik weer te laat om deze busbrief morgen te versturen. Ik laat het hierbij, misschien als er de nodige veranderingen zijn te melden dat ik op deze plaats nogmaals over mijn 2e thuis zal schrijven. Tot dan.
Busbrief 91  
Bij 2 minuten stilte gaan de gedachten vanzelfsprekend al snel naar een herdenking of eerbetoon. In de buswereld gebeurt er genoeg om bij stil te staan maar 2 minuten is best veel als je op tijd wilt rijden. Dus wat is dan de bedoeling van die titel? Toen ooit de elektronica door busbouwers een grotere rol toebedeeld heeft gekregen, ontstonden er storingen die niet met een schroevendraaier of vierkantsleutel op te lossen waren. Als je dus een melding op het dashboard kreeg waar je geen idee van had wat er aan de hand was dan riep je de CVL (verkeersleiding) op en vroeg je advies. Niet iedere verkeersleider of was het lijder?....was even goed thuis in de technische kant van de busvloot en men had de tip ontdekt om dan de motor uit te zetten, alsook de hoofdschakelaar en 2 minuten te wachten. De aanwezige software/elektronica kreeg dan tijd zich te resetten en de kans was in beperkte mate aanwezig dat de storing daarna niet meer voorkwam. Deze werkwijze kreeg natuurlijk een vervolg want al spottend werd vaak aan een collega met b.v. een lekke band geroepen dat hij vooral 2 minuten moest resetten en dan zou de zaak wel weer in orde komen. Vele varianten ontstonden, daarover kan iedereen zelf wel bedenken welke vorm dat aannam. Navraag bij verkeersleiders leverde een reactie op die er niet om loog, zij baalden er enorm van. Wat ooit als een grapje gezegd werd, is na 100 keer al lang zo leuk niet meer en ik denk dat na al die jaren de 2 minutengrap in een veelvoud van honderd voorgekomen is dus ik snap dat de CVL er minder enthousiast over geworden is.
Toch wil ik graag een voorbeeld geven uit eigen ervaring dat aangeeft hoe snel een misverstand ontstaat als je via zendapparatuur contact met iemand hebt. Ooit in de vorige eeuw, reed ik met de Leyland 1704 of 1706, daar wil ik vanaf zijn, mijn dienst in Maassluis. Om precies te zijn op een weg met de naam Stadsmolen, hoorde ik een flinke knal en tegelijkertijd kreeg mijn bus een opneuker (staat in Van Dale!!) die mij bijna van mijn stoel wierp. In mijn spiegel zag ik brokstukken wegschieten en geschrokken sprong ik uit mijn bus. Wat bleek? De aandrijfas was vooraan afgebroken en was in het asfalt terecht gekomen als een polsstokhoogspringer dat doet met zijn stok. De achterkant van de bus was daardoor zelfs van de grond los gekomen en daarbij was de boel enigszins kapot gegaan. Ik stond lelijk midden op de weg in de weg maar kon niets doen om dit op te lossen. Hier moest drastischer ingegrepen worden en ik riep de CVL op voor assistentie en vertelde dat mijn aandrijfas op de grond lag. De brave borst vroeg al de verdere gegevens en toen ik zei dat ik wel zodanig stond dat ik de wijk blokkeerde, kwam het bevrijdende antwoord: "Zet je bus dan even aan de kant!" Schaapachtig keek ik naar het zendkastje, met stomheid geslagen. Nadat ik nogmaals uitgelegd had wat er precies aan de hand was, zag hij het onzinnige van zijn opmerking in en zou hij direct maatregelen nemen. Ik wil deze man niet bezoedelen met een onaardig verhaaltje maar ik wil slechts schetsen hoe snel een misverstand kan ontstaan. 
Om terug te komen op de 2 minutenregel uit vroeger dagen, we gaan de goede kant op met de techniek. Bij onze nieuwe vervoerder Veolia hebben we bussen die elke dienst minimaal 5 keer gereset moeten worden omdat de apparatuur vastgelopen is maar anno 2009 hoeft dat slechts 10 à 15 seconden lang te gebeuren. 5 x 15 seconden is meer dan 1 minuut en in 20 jaar tijd hebben we dus al bijna 1 volle minuut gewonnen, dat geeft hoop voor de toekomst.
Busbrief 92  
Nu wij in Haaglanden zo'n 2 maanden bezig zijn om onder een andere vlag hetzelfde werk te doen, overvalt mij regelmatig het gevoel dat ik de neiging heb om in mijn velletje te knijpen om te zien of ik niet droom. Tegen de 30 jaar OV-ervaring lijkt in 2 maanden te verschrompelen tot pionierswerk eerste klas. Hoe kan het toch gebeuren dat een geolied bedrijf moet verdwijnen om plaats te maken voor een net zo ervaren bedrijf maar met een veel lager budget zodat allerlei 'normale' faciliteiten op de tocht staan of gewoon niet meer aanwezig zijn. Dit allemaal om de provincie te behagen en aan de Europese eis tot aanbesteden te voldoen. Grote gerenommeerde bedrijven stellen hun imago in de waagschaal en tot op de dag van vandaag heb ik slechts verliezers gezien. Waarom deze tirade van ongenoegen?
De busbrief is ooit gestart om het verleden voor de ondergang te behoeden. Herinneringen, foto's, weetjes, ditjes en datjes, alles om maar niet te vergeten dat er andere tijden zijn geweest. Goede tijden, slechte tijden om het maar eens in soaptermen te omschrijven. Of het op dit moment goede tijden zijn of slechte, hangt af van wat de toekomst brengt. Is het nu slecht te noemen of leven we in het walhalla vergeleken met de komende jaren??? De tijd zal het leren is dan een toepasselijk cliché.
Ik stam uit het tijdperk dat er nog geen computer op een bureau stond en dat een dienstenboekje er nog aandoenlijk uitzag. De elektronica heeft de maatschappij veroverd en dus ook het openbaar vervoer. Als je nu een bus te lang zonder draaiende motor stilzet, heb je kans dat door alle stroomvreters, de accu's leeggedronken worden en starten er niet meer bij is. Toen ik begon bestond er slechts een eenvoudig 'bakkie' voor onderling contact als extra's bovenop de normale zaken zoals verlichting en omroepinstallatie. Alles ging verder met de hand: bestemmingsfilm slingeren, lijnnummer slingeren en ruitenwissers op luchtdruk. Een houten vloer en bladveren waren de basis. Tuurlijk moesten mensen een trappetje opklauteren vanwege de 'underfloor' motor maar tegenwoordig schermt men zo enthousiast met lagevloerbussen terwijl ik zie dat dit hypocriet is want nu stap je dan wel makkelijk naar binnen maar eenmaal binnen moet je als hulpbehoevende passagier een 'kontje' krijgen om op een stoel te klimmen. Hoe fop je de boel en hoe geef je enorm veel geld uit zonder echt resultaat? We introduceren lagevloerbussen in een tijd dat er ook iemand op het idee gekomen is om verkeersdrempels aan te leggen. Dat zijn geen zaken die met elkaar harmoniëren. Ik zou zo graag eens terug gaan in de tijd. Niet vanuit de gedachte mijn gelijk te krijgen maar met de bedoeling om te ervaren of het, met de kennis van nu erbij, de conclusie oplevert dat het vroeger of dat het nu beter is/was. Misschien maar beter om het niet te doen en gewoon met de foto's in de busbrief erbij, te zwijmelen en te genieten van wat ooit was. In deze aflevering staan genoeg voorbeelden van bussen die bol stonden van karakter in plaats van elektronica. Ik heb intussen genoeg collega's erbij gekregen die geen vergelijking kunnen maken en dus rust er een mooie taak op mijn schouders om hen kond te doen van vroeger tijden.
Busbrief 93  
"Het leven is een pijp kaneel, ieder zuigt en krijgt zijn deel". Wie heeft die tekst niet ooit in zijn of haar leven ergens gehoord? Misschien moet je daarvoor een bepaalde leeftijd hebben want ik merk dat veel jonge mensen spreekwoorden en/of gezegdes niet of nauwelijks kennen. Een groot gebrek aan kennis noem ik dat maar voor het gemak want het is voor een doorsnee gesprek een aanwinst als de spreker de tekst een beetje kan opleuken met toepasselijke vergelijkingen. Het begint al met de uitdrukking 'een pijp kaneel', wat is dat dan? Kaneel is om te beginnen een specerij en het wordt gebruikt als smaakmaker in zoete zaken zoals appelmoes, snoep en likeur. Je koopt het als een hol stokje dus een soort pijpje. De oorsprong van zulke uitdrukkingen ligt vaak in een grijs verleden. Het zijn wijsheden die generaties lang van ouders op kinderen overgedragen zijn en die dreigen nu in korte tijd door het gebruik van turbotaal, straattaal en sms-afkortingen te verdwijnen. Het is net als met bedreigde dieren. Als we niet oppassen verarmen we daardoor, diersoorten verdwijnen en zolang dat aaibare exemplaren betreft, zijn we snel van plan te protesteren. Ik protesteer daarom hier tegen de vervlakking van de aaibare zaken van onze taal omdat ik vind dat het zonde is dat iets dat zo belangrijk is in ons leven, kleurrijke communicatie, langzaam verdwijnt en plaats maakt voor krakkemikkige uitspraken! Voorbeelden van herkenbare uitdrukkingen ten over. 'Dat komt voor de bakker en Dat klopt als een bus' zijn waarschijnlijk wel bekende toppers en ook bij 'Dat sluit als een bus' denkt niemand aan het openbaar vervoer, het betekent natuurlijk 'De redenering klopt'. Maar 'Flink in de bus blazen' zal minder bekend zijn vermoed ik maar dat wil zeggen 'Veel moeten betalen' dus dat heeft misschien toch weer wel met het OV te maken...
Ik zet altijd zogenaamde wijsheden onderaan de busbrief maar voor deze busbabbel heb ik er ook eentje bewaard die toepasselijk is op dit onderwerp. Wat dacht je van: 'De man die een kooi met 7 leeuwen binnengaat maakt indruk op iedereen behalve op een bestuurder van een schoolbus.' (niet zelf verzonnen maar echt bestaand) Dit hoeft nauwelijks uitleg denk ik en menig chauffeur op een buslijn langs een scholengemeenschap weet wat daarmee bedoeld wordt. 'De bus komt er aan want de weg ligt er al' is er eentje die weinig gebruikt wordt en lijkt erg flauw maar de betekenis heeft meer diepgang dan je op het eerste gezicht zou denken. Laat het maar eens tot je doordringen. ;-) 
Ik heb natuurlijk gezocht op internet en in mijn naslagwerken thuis maar veel uitdrukkingen met bus hebben te maken met de afkorting van brievenbus en doen niet ter zake in deze babbel. Vandaar dat ik afsluit met de wens dat als het regent in november, valt Kerstmis in december (betekenis: een onzinnige bewering) Ook 'het vijfde wiel aan de wagen zijn' slaat de plank mis want wij hebben er zes. 'Krakende wagens lopen het langst' kennen we natuurlijk wel erg goed. En onze passagiers weten wat het betekent als ze kiezen om na een half uur wachten toch maar 'met de benenwagen te gaan'. En als je na dit stukje tekst hetzelfde denkt als ik dan betekent het dat je 'er geen lijn in kunt ontdekken'. Neem dan mijn raad aan en probeer op verhaal te komen. Hopelijk was deze busbabbel spekkie voor het bekkie.
Busbrief 94  
Een beetje verstrooiing: Het heeft even door mijn hoofd gespeeld om mij maar niet te mengen in de discussie n.a.v. de recente weersomstandigheden maar ik kan het toch niet laten om een duit in het zakje te doen. Terwijl de klimaattop blijkbaar mislukte tijdens heetgebakerde vergaderingen waar tegenstanders en voorstanders van de topontmoeting warm onthaald werden en waar in de hitte van het debat menig CO2'tje de zaal verliet, werd buiten duidelijk dat het klimaat zich niets laat voorschrijven. Met 10 graden onder nul en een sneeuwhoogte die lang niet was gemeten, werd de roep om de boel wat op te warmen steeds nadrukkelijker. Robin Hood-achtige vondsten werden door jonge bandieten aangewend en zij wierpen barricades van sneeuw op om onschuldige verkleumde mensen van hun spullen te beroven. Creatief, dat wel maar dan toch maar liever met een slee de helling af. Een pakkender tafereel was het om te zien hoe er met deze prima paksneeuw prachtige bouwwerken werden gevormd. Iglo's, sneeuwpoppen en van alles wat tot de verbeelding spreekt, verrees op de grasvelden. De schaduwkant van dit alles is natuurlijk het ontbreken van het openbaar vervoer in het straatbeeld. Ooit was het de overheid die het meeste geld stortte in de bodemloze put van het OV en daarom stond er bij de gemeentes bovenaan hun actielijstje dat in die tijd de busroutes prioriteit hadden bij het strooien. Ten eerste was er de vervoersplicht en ten tweede kostte elke schade de overheid geld en misschien kwam er als derde nog het belang van de reiziger aan bod. Nu is dat allemaal anders. Geen vervoersplicht meer en de overheid heeft door de aanbestedingen en de concurrentie de financiële problemen op het bordje van de vervoerders gelegd. Het resultaat is dat busroutes strooien niet meer boven aan het lijstje van de gemeentes staat en dus de gladheid een fikse schadepost kan opleveren voor de vervoerders waardoor er sneller gekozen zal worden voor lijfsbehoud en de vloot niet meer uitrijdt. Ik ben ooit in de jaren 80 met een DAF, een 9300, door zeker 30 centimeter sneeuw de rijksweg opgestuurd om een gebroken dienst te gaan rijden in Capelle a/d IJssel vanuit Delft. Ik was meer aan het ploeteren om er te komen dan dat ik daar een rit kon rijden want toen ik er eenmaal was, zat mijn ochtendgedeelte er alweer op en kon ik weer terug. Als verzachtende omstandigheid kan ik aanvoeren dat ik toen met een handgeschakelde bus reed die het mogelijk maakte om in z'n twee op te trekken. Met de automaten van later was de kans om zelf invloed uit te oefenen op het rijgedrag van een bus, grotendeels verdwenen. Nu anno 2009, stonden de bussen, trams en treinen al vrij snel hulpeloos tot hun enkels in de sneeuw en klonk landelijke de noodkreet "Wat is er met het OV aan de hand?" Ik weet het wel en jullie (nu) ook. Mijn werkgever, Veolia, heeft bij het aanschaffen van een kerstpakket(je) een voorspellende geest gehad want in de doos trof ik o.a. een zakje pinda's aan met een hardheid waar menig gebit op gesneuveld is en een Veolia-sjaal. Eerst begreep ik het niet. Wat deed een uniform sjaal in een kerstpakket? Dat hoort toch gewoon bij het uniform? Later begreep ik de symbolische bedoeling. Met het weer rond de Kerstdagen hadden we een harde noot te kraken en als we niet op zouden passen deed dit ons de das om. Knap bedacht van de verantwoordelijke samenstellers van het kerstpakket. Hopelijk doelt men niet op onze toekomst in Haaglanden met deze symboliek! Voor de 1-persoons thermosfles uit het pakket heb ik nog geen verklarende uitleg gevonden maar misschien dat mij dit later opeens duidelijk zal worden........
Busbrief 95  
Toen ik de vorige brief verstuurde, was het in Nederland net alsof er politiek een omwenteling was geweest: Nederland was weer helemaal blank. Toen bleek ook dat Nederlanders dat niet prettig vinden want in plaats van op alle slakken zout te leggen zoals gebruikelijk, werden alle wegen met zout bedekt net zolang tot alles op was en Nederland weer kleur had gekregen. En toen hadden we weer wat anders om ons zorgen over te maken. Bussen reden die dagen een scheve schaats, treinen en trams leken wel bobsleeën en het wegverkeer dacht even dat het campingseizoen al was begonnen en sloeg de tenten op langs 's lands rijkswegen. Opgewonden stukken in de kranten en op televisie kon elke actualiteitenrubriek handenwrijvend uur na uur vullen. IJsmeesters liggen 3 seizoenen lang in een soort zomerslaap maar opeens komen ze uit hun holen en beginnen in het ijs te prikken.
Wij rijden in Haaglanden sinds enige maanden met aardgasbussen en ik vermoed dat iedereen in gedachten verwacht had dat dit tot problemen zou leiden bij een flinke vorstperiode. En het moet gezegd worden: het ging boven verwachting, de vloot heeft de test doorstaan. Er bleken wel een paar onduidelijkheden op te treden zoals b.v. met de inhoud van de gastank. Gas wordt getankt per kilogram en heeft een bepaald volume. Bij een hogere temperatuur zet gas uit maar bij lagere temperaturen krimpt gas juist iets. Dit had tot gevolg dat de brandstofmeters in de bussen niet de juiste waarden aangaven, genoeg gas maar gekrompen en dat begrepen de brandstofmeters niet echt dus gaven ze veel minder aan en dat zorgde vooral in de avonduren tot ongeruste oproepen naar de centrale. In het begin werd er geen risico genomen maar naar mate het duidelijk werd dat dit geen lege tank was maar slechts een gekrompen gasvoorraad, werd de proef op de som genomen en werd er doorgereden hoewel er in de bussen digitale waarschuwingen begonnen te knipperen. De meter stond ver in het rood maar de bus bleef maar rijden en de enige verklaring was een natuurkundige zoals hierboven omschreven.
Vroeger had je hier nooit omkijken naar. Ten eerste zaten er geen meters op het dashboard dus als de diesel op was, merkte je dat vanzelf (aan den lijve ervaren met een Mercedes O405). Ik herinner me dat ik ondanks dat onze bussen binnen stonden, op sommige dagen als de temperatuur erg zakte, met handschoenen aan achter het stuur mijn dienst begon. Het stuur van de oude generatie bussen was niet omkleed met kunststof dus het voelde extra koud aan. Nog verder terug in de tijd waren het volgens mij gietijzeren sturen en daar kun je je dan best een voorstelling bij maken hoe dat voelde. Die goeie ouwe tijd toch....ach, zoals ik al met dit stukje tekst begon, er moet en er zal wat te klagen zijn anders hebben we het niet naar ons zin.
Leuker was het om een Surinaamse collega te spreken die pas in 2003 naar Nederland was gekomen en die alleen in de geschiedenisboekjes en op televisie over onze winters had gehoord maar er nu middenin stond. Hij vertelde vol oprechte blijdschap dat hij ademloos had rondgereden om alles te aanschouwen. Ik kon me hem helemaal voorstellen, zoals wij vol enthousiasme in zee duiken op een tropisch strand zoals mussen in een drinkwaterbak zo zal hij wel schaterlachend sneeuwballen hebben gegooid, voor het eerst in zijn leven. Nederland was even helemaal blank maar toch niet helemaal.
Busbrief 96  
Graag grijp ik in deze nostalgische busbrief terug op ervaringen uit het verleden. Vorige keer ging het over de huidige tijd dus hoogste tijd om weer eens in de achteruitkijkspiegel te kijken. Vorige week kwam het aan de koffietafel nog ter sprake: de 5400 serie. En dan niet de serie waaraan de meeste collega's zullen denken namelijk de SB-DAFserie uit o.a. 1991 maar de echte ouwe originele Leyland bussen in stadsdienstformaat. De zogenaamde 'cubs' uit 1967.
 
Deze bussen met een opbouw van carrosseriebouwer Verheul hebben jarenlang de stadsdienst in Delft verzorgd. Zoals op de foto te zien is waren het robuuste wagens met een onverwoestbaar 'lichaam'. Dit tot groot ongenoegen van menig collega die het maar oncomfortabele bussen vonden. En uiteraard is zo'n 5443 niet te vergelijken met latere series maar zelfs vandaag de dag kan het in de ogen van sommige collega's niet goedgedaan worden met het moderne van alle gemakken voorziene materiaal. Dit te lang en dat te breed en dus denken velen dat ze vandaag de dag moeten zwoegen. Nee, dan 35 à 40 jaar geleden! Een stoel waarmee je 8 tot 9 uur een dienst moest draaien waarop je tegenwoordig zelfs de doodstraf niet wilt uitvoeren vanwege het gebrek aan comfort. Overdreven? Ja een beetje maar sommigen hebben het wel zo ervaren. Aan alle kanten kwam de frisse lucht je bus binnen want er zat hier en daar soms nogal wat ruimte in b.v. de sponningen. Als je dat te weinig frisse lucht vond, kon je zelfs met open deuren gaan rijden. Dit is bij latere series voorkomen maar ik herinner mij dit wel uit de tijd van deze 5443. Over lucht gesproken, de ruitenwissers gingen ook op luchtdruk heen en weer. De motortjes zaten open en bloot aan de binnenkant van de voorruit en met een stelschroefjes kon je de snelheid van de ruitenwisser bijstellen. Deed je het ietwat te ruw dan lag de inhoud van je tas die je daar had staan al gauw ergens anders. De richtingaanwijzer was een kleine schakelaar dat je naar links of rechts moest draaien en het zat dichtbij de stuurkolom dus......was je geneigd om dat door het stuur heen te bedienen. NIET DOEN! Als je toevallig net in een bocht zat en het stuur draaide netjes terug dan had dat stuur geen meelij met je vingers. Het stond te boek als de snijbonenmolen dus dat zegt genoeg.
Lekker luxe met gewoon dezelfde bladveren als een vrachtwagen hobbelde je over de toen nog maar zelden geasfalteerde wegen. Nostalgie ten top. Toch spreken we tegenwoordig met respect over deze bussen want ze bleven gaan. Geen geleuter over software, geen ingewikkelde techniek, geen chipkaartvalidators, geen accu's die de stroomvreters niet kunnen bijbenen en geen noodhamers maar gewoon een ouderwetse nooduitgang achterin met onder de achterbank een grote draaiknop als hoofdschakelaar. Ze bleven rijden die dingen. Petje af.
Busbrief 97  
Op deze plaats probeer ik meestal herinneringen uit mijn chauffeursloopbaan te beschrijven. Soms ook andere, meer algemene zaken die mij bezig houden maar het liefst geef ik de voorkeur aan de gebeurtenissen die mij het meest zijn bijgebleven uit eigen ervaring. Ook dit keer kom ik bijna automatisch terecht bij het grote verschil tussen toen en nu. De gemoedelijkheid van vroeger heeft plaatsgemaakt voor een veel hardere wereld. Passagiers zijn een goede graadmeter. De 'oudjes' die nog opgegroeid waren met de gewoonte altijd te groeten en een stuiver in hun hand hadden voor de fooi, zijn verdwenen of verplaatsen zich met allerlei andere vormen van vervoer. De bussen zijn nu, na een lange tijd van trappen klimmen, allemaal voorzien van een lagevloer maar de mensen waarvoor het o.a. bedoeld is, namelijk diezelfde oudjes, moeten nu weer in kleine busjes klimmen waar ze hun kont niet kunnen keren. Voor hen in de plaats zijn andere passagiers verschenen uit vele culturen. In de ene cultuur blijken buschauffeurs ondermaatse medemensen te zijn en groeten is in die landen 'not-done', laat staan dat een chauffeur zich durft te permitteren om deze mensen te corrigeren dus dan is minachting snel zichtbaar op die gezichten. In andere culturen is de status van een 'sjoof' beter verankerd en begrijpt men dat hun leven, net als bij een piloot, in onze handen ligt en deze medelanders gaan daar gelukkig heel positief mee om. In onze multi-culturele samenleving is het voor ons als 'piloten' heel lastig steeds om te schakelen tussen al die verschillen en dus ontstaan er irritaties.
Ach, ik zou het over vroeger hebben en dat komt dan ook goed uit want ik breng hierboven verschillende culturen ter sprake en ik kan dit onderwerp daarom terugvoeren naar mijn begintijd op de bus. Passagiers waren toen minder uitbundig verschillend qua gedrag en uiterlijk. Tijdens mijn start op de bus was er wel een hele grote groep 'nieuwkomers' die massaal 's morgens met de bus naar hun werk in de kassen van het Westland gingen. Verder was er de Chinees om te gaan eten, hier en daar Molukse wijken en de eerste Surinaamse voetballers kwamen in beeld. Het verschil tussen culturen zat in die tijd meer in andere zaken. Als ik een eindpunt binnenliep voor een bakkie of een boterham dan moest ik altijd goed kijken waar ik ging zitten. Op Den Haag Centraal was een automatische indeling ontstaan. Aan de ene tafel de vestiging Den Haag/Loosduinen, de andere tafel voor Delft en de overige zitplaatsen voor andere collega's. Het was gewaagd om je te mengen aan een vreemde tafel want je werd direct op de hak genomen of in het ergste geval, doodgezwegen. Echt waar? Echt waar!
Het kon nog erger want op een gegeven moment reed ik ook op Leiden en kwam ik in aanraking met het eindpunt op Leiden Station. (de oude situatie van voor de verbouwing van het stationsplein) De indeling in de kantine daar was iets gecompliceerder. In het midden stond een grote tafel waar omheen de chauffeurs van de stadsdienst Leiden pauzeerden. Ging je daar zitten als buitenstaander dan was de kans aanwezig dat je niet opgemerkt werd. Opzettelijk of niet, je had weinig aan een goed gesprek want gesprekken aan die tafel werden gevoerd in smeuïg Leids en gingen over zaken waar je als Delfts broekie niets van begreep. Dus was het zaak voortaan maar aan je eigen tafel te gaan zitten. Het was een ronde ruimte en langs de ramen stond een kleinere tafelschikking voor alle andere doelgroepen. Chauffeurs van Centraal Nederland, streekrijders van de NZH, boerencollega's van Westnederland uit het Westland, Boskoopse boomtelers van Westnederland en mogelijk vergeet ik nog enkele soorten. Dit verschijnsel zal ongetwijfeld ook elders in Nederland in het Openbaar Vervoer normaal geweest zijn. Gelukkig is zoiets tegenwoordig ondoenlijk geworden omdat we dan veel teveel tafels moeten plaatsen om alle groeperingen apart te laten zitten. Niemand die er nu nog over denkt om zo om te gaan met elkaar. De hele wereld zit tegenwoordig bij elkaar aan een eindpunt om te discussiëren over het gebrek aan tolerantie in de moderne samenleving. Hoe vreemd kan het lopen.
Busbrief 98  
Klerezooi:
Voor chauffeurs is de zomer een geliefde periode. Niet alleen vanwege de vakanties maar zeker ook omdat door stijging van de temperatuur de kleding luchtiger wordt en zodoende de natuur beter tot z'n recht komt en opvallend zichtbaar wordt bij de medemens. Ikzelf ben de mening toegedaan dat daardoor ook zaken aan het licht komen die beter verstopt hadden kunnen blijven maar veel mensen denken vast dat ze een lachspiegel in huis hebben en dat het in werkelijkheid wel meevalt. Er moet en zal met de mode meegedaan worden ongeacht of het wel voor iedereen gemaakt is. De mannequins die de nieuw ontworpen kleding showen, puilen nergens uit en dat doen de meeste dragers van de modekleding helaas wel. Ooit werd kleding gedragen met o.a. de bedoeling er voordelig uit te kunnen zien door bepaalde plaatsen niet te accentueren. Die stelling is onder invloed van massale reclamecampagnes en televisieprogramma's verlaten. Jan en Alleman en Sjaan en Allevrouw lopen rond met iets dat het midden houdt tussen slechte smaak en wanstaltigheid maar het deert hen niet omdat ze zichzelf blijkbaar niet vaak zien op foto's of film dus wie ben ik om me daar dan aan te storen. Gelukkig hebben wij als chauffeurs een neutraal kledingpakket en is het de bedoeling dat excessen niet voorkomen. Toch moet mij van het hart dat er door collega's zo nu en dan een slechte smaak tentoongespreid wordt. Dit wordt in de zomerperiode nog eens ernstig versterkt. Zeer creatief weet een aantal chauffeurs zichzelf om te toveren tot een onappetijtelijk type. Overhemden staan te ver open of stropdassen komen op navelniveau terecht. Om nog maar niet te spreken van de beide onderdanen die opeens ontbloot dienen te worden. Niet alle vrouwen zijn geschikt voor een rok maar zeker niet alle mannen zijn geschikt voor een korte broek vandaar dat die bij de meeste bedrijven niet in het kledingpakket zit. Dat is niet voor niets. Kijk bij hoge temperaturen eens om je heen en zie wat ik bedoel. Ja maar anders hou ik het niet uit, is dan het argument. Zijn wij een maatschappij van mietjes geworden? In deze busbrief komt de tijd van vroeger heel vaak aan bod en ik verzoek de mensen die zich in de zomer onsmakelijk denken te moeten showen, om eens goed notie te nemen van foto's uit vroeger tijden. Toen was er geen sprake van een soepele mentaliteit. Pet en colbert en stropdas maakten de dienst uit. Bussen hadden geen airco en moesten ook bij hoge temperaturen met spierkracht de bocht om gestuurd worden in plaats van met de kracht van 1 vinger! Dat was pas zweten maar het hoorde zo en discipline stond hoog in het vaandel dus jezelf uitdossen als een Amerikaanse toerist was er niet bij. Vrouwen zaten toen nog niet achter het stuur maar waren wel als conductrice te vinden op de bussen en zagen er uit om door een ringetje te halen. Tegenwoordig is het nog steeds zo dat veel vrouwen té gevoelig zijn voor hun beeldvorming zodat ze het wel uit hun hoofd laten om zichzelf onvoordelig te tonen. Dat is gewoon een vrouwelijke eigenschap die vaak van pas komt. Mannen hebben daar minder mee te stellen. Gooi open die lappen, trek op die broekspijpen en gooi die buik in de frisse wind. Emancipatie is leuk hoor maar, jongens, gedraag je niet als een vrouw en bewaar je mannelijke vormen voor thuis.
Het klinkt nu of het met alle mensen uit de hand gelopen is en dat is in het algemeen wel zo maar niet bij iedereen op hetzelfde gebied. Op het terrein van kleding zijn er natuurlijk genoeg collega's (en ook passagiers) die smaak en/of zelfkennis hebben en zich niet overgeven aan deze smakeloze onverschilligheid. Hulde aan hen. Hou vol wil ik maar zeggen en wat de warmte betreft: als je denkt dat je het niet uithoudt, is er een heel goed middel tegen en dat is om er geen of weinig aandacht aan te schenken want dan heb je er gegarandeerd veel minder last van.
Warmte zit niet in je kuiten maar tussen je oren en dat is niet slechts met warmte het geval maar op veel meer gebieden kun je merken dat er zich veel meer afspeelt tussen die flappen. Gebruik die grijze massa en probeer een beetje waardigheid aan de dag te leggen.
Busbrief 99  
Klerezooi 2:
Voortbordurend (woordspeling ☺ ) op het kledingverhaal van vorige keer, moest ik na het schrijven van dat relaas denken aan de uniformen die ik in mijn loopbaan heb gedragen. Ik ben begonnen met een traditioneel 'pakkie' van Westnederland. Degelijk blauw en vervaardigd van stevige stof en nog met de keuze om een heuse platte pet te bestellen. Toch kon dat uniform niet rekenen op veel bijval want óf het zat niet lekker, óf het zag er niet uit óf de kwaliteit was 'bagger'. Daarna kregen we de reorganisatie in het OV, mochten ZWN gaan heten en gingen we gehuld in een donkerblauw uniform van een andere leverancier door het leven, verlost van het ouderwetse kledingpakket van daarvoor. De pet kon nog steeds besteld worden en schoenen werden in het kledingpakket opgenomen maar je kunt het misschien al raden......men was van mening dat er duidelijk bezuinigd was op deze 'klerezooi'. Het paste slecht, bij het strijken gingen sommige mensen van hun stokje door het patroon van de overhemden, de broeken gingen al na een week glimmen en al met al waren we er niet op vooruit gegaan. Het vorige uniform was uiteindelijk zo slecht nog niet geweest. Toen kwam Connexxion en dat groen/grijs kon geen genade vinden, de poloshirts kwamen als vaatdoeken uit de wasmachine, de broeken jeukten en de ritsen van de jassen gingen bij bosjes kapot. Om kort te gaan, het deugde niet en het was opnieuw absoluut een achteruitgang te noemen.
Nu zijn we Veolia, een frisse kleurenuitstraling, dat wel, maar geen poloshirts meer, geen schoenen, een beperkte kledingkeuze en broeken die bij verkeerd bukken opeens een gulp aan de achterzijde blijken te hebben. Wat een narigheid, weet je nog wel bij Westnederland? Dat was pas een goed uniform! "Het kan verkeren" heeft vroeger al eens een bekend schrijver gezegd en dat is een waarheid als een koe.
Wat is dat toch dat we altijd maar klagen over het heden, het verleden romantiseren en de toekomst somber inzien? Het verhaal over het uniform is namelijk niet uniek. Op alle terreinen komt het voor en ik heb me laten vertellen dat het een echte Nederlandse eigenschap zou zijn. Of het nu de politiek van toen is (weet je nog die serieuze, saaie maar o zo kundige politici) of vroeger de programma's op televisie (toen waren er pas leuke shows...) of de zomers/winters uit de vorige eeuw, het is tegenwoordig allemaal knudde. We zijn een vreemd volkje. Ook de bussen van toen, de gele gouwe ouwen, hadden in onze beperkte selectieve herinnering weinig last van storingen, ze bléven gaan! En wat zaten die rode bankjes lekker! De elektronica resetten? Wat is dat? Je hoorde tenminste een echte motor grommen onder de vloer!
Toch hoor in gedachten nog veel collega's juist grommen als ik bussen indeelde en ze moesten weer eens 9 uur lang met zo'n 'barrel' de weg op. Tegenwoordig hoef je geen slingertje meer eindeloos rond te draaien om de juiste bestemming te voorschijn te toveren, je hebt geen bladvering meer maar luchtvering. Stuur en stoel kun je aan je eigen voorkeur aanpassen en allerlei snufjes maken het werk soms zo eenvoudig dat het bijna saai te noemen is maar toch zijn er vrij veel collega's die het voor elkaar krijgen om last van hun rug te krijgen door zo'n moderne bus. Wat was de oude generatie dan een club van mannetjesputters en dan heb ik het nog niet eens over al die mannen die vroeger zonder stuurbekrachtiging 9 uur lang een soort betaalde 'work-out' hebben meegemaakt.
Ach ja, mopperen zal er altijd gedaan worden en misschien maar goed ook want wat moet er anders met elkaar besproken worden in de koffiepauzes. Ik heb hier geschreven over mijn eigen ervaringen maar ik ben ervan overtuigd dat dit overal zo gegaan is of gaat. Mijn verstand zegt dat ik gelijk heb en dat we tegenwoordig niets te klagen zouden mogen hebben maar mijn gevoel blijft toch vasthouden aan de romantiek van de MB200, het liefst met een schakelpookje in mijn rechterhand. Vandaar mijn ode aan het gele tijdperk. Tot hier mijn visie, ik brei er nu een eind aan en haak af anders voelen sommige collega's zich nog genaaid ook. ☺
O ja, ik moet de achterkant van mijn broek nog dichtnaaien, het is goed dat ik mezelf daar even aan herinner!
Busbrief 101  
Fata Morgana:
Was het vroeger echt allemaal beter, leuker en goed geregeld? Natuurlijk niet! Waarom denken we dat dan altijd maar weer? Nostalgie kan een ontmoedigende werking hebben als je er in gelooft. Nostalgie is een heel leuk gevoel om met weemoed terug te kijken op het verleden maar meer waarde moet je er niet aan hechten. Nostalgie romantiseert en zorgt dat we terugkijken met een weemoedig gevoel. Zoals we soms praten over die keer dat we dronken waren en we dat de toehoorders stoer vertellen maar we vergeten erbij te vermelden hoe ziek we ons voelden. Vroeger is een gezamenlijke herinnering die zorgt voor een band tussen mensen. Het nu en het heden hebben dat nog niet voor elkaar gekregen maar dat komt nog, namelijk over pakweg 10 jaar of meer. Dan praten we weer over: "Weet je nog toen we overgingen van Connexxion naar Veolia". Tjonge wat is er sinds die tijd veel veranderd, roepen we dan om het hardst. Uiteraard is de tijd veranderd ten opzichte van 'vroeger'. De hele maatschappij is veranderd en economische resultaten staat voorop, soms ten koste van menselijkheid. Wie dacht dat hij of zij in de vorige eeuw een nummer was geworden, moet toegeven dat dat nog niets voorstelde met wat er in deze eeuw gebeurt. Het hangt er maar vanaf hoe je er aan terugdenkt. Dus was het vroeger beter?
Nee, echt niet. Toen ik in 1983 aanschoof bij collega's aan de koffietafel, hoorde ik een klaagzang en die hoor ik 28 jaar later nog steeds al zullen de onderwerpen meegegaan zijn met de tijd. Een paar voorbeelden uit de losse pols.
Toen: waardeloze diensten met te weinig rust. Nu: waardeloze diensten met te weinig rust.
Toen: vonden we het een slechte kleermaker met waardeloze uniformen. Nu: hetzelfde liedje, nog steeds deugt het niet.
Toen: rammelende bussen. Nu: je raadt het al....
Toen: irritante passagiers. Nu: nog steeds dezelfde irritante klanten.
maar:
Toen: slechte stoelen voor de chauffeurs. Nu: betere stoelen.
Toen: slechte vering in de bussen. Nu: luchtvering is normaal en comfortabel.
Toen: reed je vaak met een oude bus met 1 miljoen op de teller. Nu: bussen rijden in veel gevallen slechts 500.000 km dus sneller vernieuwing.
Toen: de kachel was ontoereikend. Nu: zelfs de stoelzitting is verwarmd.
Toen: met een slingertje de bestemming verzetten, kostte je vaak je vingers. Nu: even op een knopje drukken en voilá.
en:
Nu: agressieve passagiers. Toen: uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het toen ook vaak misging, de toon blijft de muziek maken.
 
Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Mijn voorliefde ligt ook bij vroeger, bij de bussen uit mijn begintijd (de standaardbus en met name de Leyland en de DAF MB200) tot aan de eeuwwisseling maar dat is voorbij, het doek is gevallen en we moeten verder. Gelukkig hebben we de foto's nog en kijken we straks terug op een periode die zo slecht nog niet was.
Busbrief 102  
SMS:
Verhalen van buschauffeurs zijn er teveel om op te noemen. Schuif een keertje aan bij koffiedrinkende chauffeurs en je loopt grote kans getrakteerd te worden op sappige voorvallen op de bus of in het verkeer. Voor een buitenstaander lijken het vaak sterke verhalen die je met een korreltje zout moet nemen maar ik kan iedereen verzekeren dat er niets dwazer kan zijn dan de realiteit. Een voorbeeld hiervan zal ik hieronder geven en geloof mij, er is niets van verzonnen maar het is allemaal letterlijk gebeurd.
Ik heb een tijd niet gereden en 'mag' weer eens de weg op. Helemaal in mijn element want ondanks de 28 busjaren vind ik het nog steeds een leuke tijdsbesteding om met een bus onder mijn kont de uitdaging aan te gaan met tijdsdruk, verkeersdruk en passagiers. Ik zat dan ook lekker in mijn vel en dat was maar goed ook want toen ik van Delft naar Naaldwijk reed als lijn 128, overkwam mij toch weer zo'n eigenaardig voorval waarvan je denkt "is de mensheid nog wel helemaal in orde". Ik reed door De Lier, een dorp aan de rand van het Westland, en de route is daar uiteraard voorzien van de nodige versmallingen, drempels en bruggen. Halverwege het dorp stonden een aantal jonge knullen bij de halte. Ik zag aan de kleding en de uitgelaten stemming dat het de bedoeling was om het uitgaansleven van Naaldwijk te gaan verrijken met hun aanwezigheid. Ze stapten in en betaalden netjes of hadden een abonnement. Eén van de knapen had een geopende fles wijn in zijn handen en deed geen moeite om dat te verbergen. Zoals ik al schreef zat ik lekker in mijn vel en ik had geen zin om mijn stemming te laten verzieken door welles-nietes gedoe met opgeschoten blagen die erop uit zijn om mij uit mijn tent te lokken. Het eindpunt in Naaldwijk was 5 haltes verder en ik accepteerde de geopende fles als zaterdagavondverschijnsel zolang er geen gedoe zou ontstaan.
Ik reed over de drempels en de bruggen, maakte een scherpe draai naar rechts en opeens stond het ventje met de fles wijn naast me. "Hé, kun je niet wat rustiger rijden?" was zijn dwingende verzoek. "Pardon", vroeg ik verbaasd. "Je rijdt als een gek, vind je dat normaal?" Normaal zou ik dan behoorlijk geïrriteerd worden en de confrontatie aangaan maar ik zei het al eerder, ik zat lekker in mijn vel en wilde die stemming zo houden. Ik vroeg wat hij daarmee bedoelde omdat ik mij van geen kwaad bewust was, ik had geen haast en reed zoals altijd dus niets wat op het rijden van een gek kon lijken. Hij herhaalde zijn opmerking en ik had er geen behoefte aan om uitgedaagd te worden dus zei ik hem dat ik niet langzamer kon gaan rijden omdat ik graag overstappers in Naaldwijk van dienst wilde zijn. Ik leek wel gek om de houding van het mannetje te accepteren maar soms ben je benieuwd naar de ontwikkeling van zo'n toestand. Hij wilde mij kwaad zien en ik gaf hem daar geen succes bij.
"Wat is nou precies het probleem?" vroeg ik hem toen hij aanstalten maakte om naar zijn vrienden terug te lopen. "Omdat jij zo wild rijdt, kan ik mijn sms-je niet afmaken", zei hij over zijn schouder. Perplex is het woord dat de situatie goed schetst. Waar haalde zo'n snotneus de gore moed vandaan om dit zonder enige gêne zo te durven doen. Ik ben behoorlijk door de wol geverfd als chauffeur en kijk niet zo gauw meer ergens van op maar het onverwachte overvalt je toch altijd weer. Zou ik dit vroeger in mijn hoofd gehaald hebben? 16 jaar, een open fles wijn in mijn hand en dan de chauffeur op zijn vingers tikken. Je ziet en leest de ergste dingen in de krant maar nu weet ik door zo'n klein voorbeeld waar de maatschappij aan ten onder gaat. De opvoeding heeft blijkbaar iets overgeslagen bij deze puber en ik hoop dat het bij deze bluf blijft maar ik hou mijn hart vast voor over 10 jaar, waar ontspoort deze knaap verder nog? Achteraf moet ik om het absurde wel lachen en ik wist dat ik er een busbabbel rijker van was geworden.
Busbrief 103  
Klagen:
Chauffeurs zijn aparte mensen net als passagiers. Het zal niemand dan ook verbazen dat beiden vol zitten met waargebeurde verhalen over wat ze meemaken in de praktijk. Op verjaardagen doen zulke anekdotes het dan ook altijd erg goed. Aan een chauffeur wordt meestal direct na het bekendmaken van zijn of haar beroep gevraagd of er vaak agressie ervaren wordt en of het dagelijks als onveilig gevoeld wordt. Als je jezelf níet bekendmaakt als chauffeur zul je op veel verjaardagen verhalen horen over hoe de aanwezige gasten benadeeld zijn door het OV of onbeschoft behandeld door chauffeur of bestuurder. Ik werp dan altijd tegen dat de hele maatschappij veranderd is en niet alleen 'mijn' beroepsgroep dus ook de houding van de passagiers laat nogal eens wat te wensen over. Ik vertel ook dat iedereen die met publiek te maken heeft, zal merken dat er nare ervaringen zijn maar gelukkig ook nog steeds genoeg positieve voorvallen. In de jaren 80 ben ik vaak genoeg ontsnapt aan passagiers die hun frustratie op mij af wilden reageren. Dat gebeurde toen, dat gebeurt nu en dat zal altijd zo blijven.
Passagiers die een humeurige chauffeur tegenkomen zullen dat in de toekomst blijven ervaren want perfecte chauffeurs zijn nog steeds niet uitgevonden. We weten allemaal hoe het zou moeten maar om dat ook uit te voeren lukt maar weinigen. Misschien maar goed ook want zonder zulke dingen worden verjaardagen erg saai. Mijn werk als VervoersOnderSteuner (VOS) is door onderbezetting uitgebreid met het behandelen van klachten. Onze afdeling Klantenservice krijgt de klachten binnen en als daar reden voor is, wordt om opheldering aan de betrokken vestiging verzocht. Mijn taak is dan om te achterhalen of er een technisch probleem was waardoor b.v. een rit uitgevallen is of dat er verkeersproblemen waren waardoor een bus veel te laat verscheen maar ook kan het zijn dat iemand een chauffeur beschuldigt van onjuist gedrag of van een slechte rijstijl. Gelukkig berusten klachten in het algemeen op misverstanden maar indien nodig probeer ik de onderste steen boven te krijgen. Dat er tegenwoordig sneller een klacht binnenkomt heeft natuurlijk te maken met een aantal redenen. Mensen zijn veel mondiger, er is via email veel makkelijker te klagen dan dat je met pen en papier aan een tafel een brief moet gaan schrijven enz. enz.
De ervaring leert wel dat veel klachten door passagiers aangedikt worden om het toch maar vooral meer gewicht mee te geven maar ook de 'opheldering' van de chauffeurs zal in veel gevallen juist bijgesteld worden in hun eigen voordeel. Boeiend om dan te ontdekken wat de waarheid zou kunnen zijn geweest. Meestal ligt de waarheid in het midden. Een bekende uitspraak is: 'Mensen die vragen worden overgeslagen' maar met een kleine variant kan ik zeggen dat 'mensen die klagen bij ons niet worden overgeslagen'. Belangrijk is dat mensen niet gaan klagen over de klachten want dan is het eind zoek en ga ik een klacht indienen.
Busbrief 104  
Leeftijdmissers:
Wat kan een mens zich vergissen. Ik heb dat recent meegemaakt op het gebied van leeftijd. Niet dat ik een fraaie jongedame te oud heb geschat want dat doe ik niet meer sinds ik daar een enorme uitglijer mee gemaakt heb die ik jullie en mijzelf wil besparen. Nee, deze keer is het meer een vertederende misser. Ik was op reis met een gezelschap en gaandeweg werd de onderlinge band tussen de aanwezigen mij duidelijk. Op de lijst met deelnemers stonden al een aantal zaken die mij helderheid bood over veel aanwezigen zoals de heer en mevrouw X (hoorden bij elkaar) en mevrouw Y met 3 kinderen (leken op haar dus dat zat wel goed). Na een poosje had ik alle relaties wel in de gaten en ik had voor mezelf besloten dat er geen kandidaten aanwezig waren waarmee ik voor het altaar zou willen verschijnen. Ik tel 56 jaarringen als je mij door zou zagen en ik kijk nog steeds de wereld in met de ogen van een dertiger dus zie ik geschikte mevrouwen Koeleman van mijn eigen leeftijd snel over het hoofd en dat is niet eerlijk want het voordeel van mijn leeftijd is dat steeds meer leeftijdsgroepen tot de categorie 'boeiend' gerekend mogen worden. Vroeger als jongeling was een vrouw van 45 te oud voor mij terwijl zij nu als een groen blaadje op mijn menukaart verschijnt. Toch schijnt mijn denken niet mee te groeien met mijn leeftijd want in het reisgezelschap zaten ook een vader met zijn dochter van rond de dertig en daar gaat dit verhaaltje eigenlijk over. Mijn reisgenoot attendeerde mij op deze 2 en ik zocht met mijn ogen de stoelen af. Nee, zij zat niet naast haar vader maar had contact gemaakt met de chauffeur en dus keek ik de bus rond om te zien of er een oudere heer aanwezig was waar ik deze jongedame aan kon koppelen. Er zaten zeker 5 oudere heren achterin van rond de zeventig jaar en ik zat af te wegen welke het meest weg had van de dochter. Het viel niet mee maar na een tijdje had ik besloten welke heer op leeftijd in aanmerking kwam. Ik stootte mijn reisgenoot aan en opperde mijn conclusie over de familieband tussen de man en de jonge vrouw. Hij lachte verbaasd en antwoordde: "Nee joh, dat is haar vader niet, die man vlak achter de uitstapdeur is haar vader". Verbouwereerd keek ik naar de bewuste persoon en ik merkte dat ik naar een leeftijdsgenoot keek i.p.v. naar een bejaarde man. Ik werd met een klap met beide benen op de busvloer gezet: vaders zijn niet meer de ouderen van vroeger want ik heb intussen deze leeftijd zelf bereikt..........dat noemen ze met een moderne term een 'eye-opener'. Een vorm van gêne overviel mij maar even later kon ik er toch hartelijk om lachen. De jongedame keek om en lachte om mijn vrolijke reactie zonder te weten dat zij het onderwerp van de situatie was. Gelukkig hoefde ik haar niet uit te leggen waar ik lol om had maar het oogcontact was gemaakt en misschien kon ik alsnog een mevrouw Koeleman schaken..... "Ouwe snoeperd", hoorde ik mijn reisgenoot zeggen.
Busbrief 105  
Naïef, onnozel of gewoon dom?
In deze brief stond een verhaal van Hans (zoals hieronder als afzender is te lezen). Helaas val ikzelf onder de titel van deze babbel: naïef, onnozel of gewoon dom want in busbrief 127 plaats ik zonder blikken of blozen hetzelfde verhaal. Vandaar dat ik de tekst in deze 105e brief heb verwijderd en door te scrollen naar busbrief 127, kun je het relaas van Hans alsnog lezen.

Hopelijk is dit verhaal "leuk" genoeg om in de komende busbrief te plaatsen.
Met ambtsbroederlijke groeten,
Hans, afdeling transploft te Zoeterneur.
Busbrief 106  
Tarieven:
We zitten momenteel in een rommelige periode op het gebied van vervoersbewijzen en dan ben ik mild in mijn constatering. Men heeft ingezet op de chipkaart als modern betalingsmiddel maar men doet dat dus weer eens typisch Nederlands dus wordt de boel in fasen ingevoerd. Stel je voor dat je een nieuw systeem ook eens gewoon per die en die datum in zou laten gaan, dat zou toch veel te eenvoudig zijn. Nee, we doen dat in delen en dan houden we daarnaast nog een ouderwets kaartjessysteem in stand om de passagiers ter wille te zijn die minder modern zijn en chipkaarten zien als een soort pokerkaarten zonder winstkansen. Nu enige maanden na invoering begin ik toch te denken dat de pokervariant geen gekke vergelijking is want chaos is het wat de klok slaat en voor veel mensen is een ritje met de bus een gok met slechts verlieskansen. Grappige gedachte: de chauffeur als croupier....
Lang geleden waren er allemaal kleine bedrijfjes die elk hun eigen lijnen reden, elk hun eigen haltes hadden en elk hun eigen betalingswijze erop nahielden. (zie een recent voorbeeld bij de 2e uitsmijter van deze busbrief) Dit is nog een heilig overzicht omdat er ten tijde van dit overzicht al veel fusies plaatsgevonden hadden want nog iets langer terug had de kaart van Nederland er nog veel meer versnipperd uitgezien. De toenmalige conducteurs hadden gekleurde kaartjes/papiertjes die per kleur aangaven op welke afstand de passagier recht had. Je had dit velletje bij de conducteur gekocht en deze persoon kon dan ook nog eens enige tijd later langskomen om met de kniptang een gaatje te ponsen om aan te geven dat hij door had dat je nog steeds legaal in de bus zat. (zwart en grijsrijden waren nog niet uitgevonden)
Met het samenvoegen van bedrijven kwam ook dit betaalsysteem ter discussie te staan en men wilde mee in de technische vooruitgang: de enige echte voorloper van de chipkaart, de Beckson. Een indrukwekkend aantal schuifjes en knopjes en als klap op de vuurpijl een slinger die het betaalbewijs uit een apparaat draaide. Enkeltjes, retourtjes en abonnementen kwamen allemaal uit een en hetzelfde apparaat. De buschauffeur als kassier met een grote hoeveelheid geld achter het stuur. Dat kon toen want je hoefde ook je fiets niet op slot te zetten en een touwtje uit de brievenbus was nog heel gewoon.
Zo nu en dan zijn er mensen die denken dat ze het beter weten dan het prima draaiende systeem van dat moment. Ook de Beckson werd geofferd aan de vooruitgang want 'hoera' men had de wijze ingeving gehad dat er een nationaal betalingssysteem diende te komen. Het land werd opnieuw ingedeeld en een vernuftig overzicht ontstond waarin de zones de hoofdrol speelden. En natuurlijk de Nationale Strippenkaart!! Jammer natuurlijk dat iemand die een strippenkaart in Utrecht kocht en dan met de trein naar Limburg reed en er daarna met de bus in Maastricht mee ging reizen, de inkomsten niet terecht kwamen bij het bedrijf dat het vervoer verzorgde. Geen punt, daar werd ook een oplossing voor bedacht en men ontwikkelde een verdeelsleutel en de chauffeurs moesten om de zoveel tijd tellingen bijhouden om het reizigersaanbod in kaart te brengen zodat de inkomsten grofweg eerlijk verdeeld konden worden.
Alles goed en wel maar met zo'n strippenkaart konden de verschillende bedrijven zich niet profileren en dus ontstond er per regio of zelfs per OV-bedrijf een wildgroei in afwijkende kaartjes en abonnementen. Niemand die er nog iets van begreep en zeker niet de mensen die slechts incidenteel gebruik maken van het OV. De strippenkaart groef zijn eigen graf en nu hebben we dus weer een elektronische Beckson die het reizen eenvoudig zou moeten maken. Jammer wederom dat dit zo onhandig geïntroduceerd wordt. Gewoon heel Nederland laten weten dat per datum x het nieuwe systeem gaat draaien en dat vanaf diezelfde datum in heel Nederland geen strippenkaart meer geaccepteerd wordt. En géén losse kaartjes ernaast houden waarvan elk bedrijf weer zijn eigen afspraken  en tarieven hanteert. Gewoon in 1 keer overschakelen met desnoods een voorraadje anonieme chipkaarten bij elke chauffeur te koop voor de niet wetende en niet voorbereide reiziger/toerist. Zoals het nu gaat zitten we met een halfslachtig betaalmiddel dat het midden houdt tussen de gekleurde kaartjes uit het begin van mijn betoog en een digitaal betaalmiddel anno 2011. De Zwarte Piet ligt bij de reiziger en de chauffeurs mogen als buffer dienen in de misverstanden en de conflicten. Onbegrijpelijk dat consumentenorganisaties en reizigersverenigingen niet aan de noodrem trekken. Ook ik zal met dit verhaal geen verandering kunnen brengen in onze warrige OV-wereld maar ik heb het lekker even van me af kunnen schrijven en wie weet, lees ik dit over een aantal jaren terug en constateer dan hopelijk vooruitgang ipv achteruitgang en tevreden klanten (hoop doet leven toch?). De tijd zal het leren zoals met zoveel, intussen knoeien we maar lekker door. Zou het niet fijn zijn als er eens mensen aan de slag gaan die niet achterin een Mercedes o.d. door een privé-chauffeur rondgereden worden, maar ervaringsdeskundigen die snappen hoe het zou moeten en weten wat het is om in weer en wind tijdens een eenvoudig ritje van het ene bedrijf over te stappen naar het andere bedrijf en om dan te horen dat wat ze met zuur verdiend geld hebben gekocht helaas bij deze vervoerder niet geldig is. Niet de PVV maar de PVOV hebben we nodig.
Busbrief 107  
Toekomst:
Ooit, voor mijn gevoel gisteren, kwam ik in dienst bij Westnederland. Mijn eerste echte baan na mijn schooltijd was bij de gemeente en dat was een prima combinatie kantoorwerk/uitvoerende dienst. Daarna kwam ik terecht in een puur administratieve functie bij een groot concern in Delft en toen ik daar weg wilde, kwam Westnederland in beeld. Ik had zelden iets met Openbaar Vervoer te maken gehad maar het besturen van automobielen en dan graag zo groot mogelijk, was geen straf voor me en dat was mensen in mijn omgeving opgevallen. "Probeer eens of je buschauffeur wat vindt" was op een gegeven moment een opmerking in de vriendenkring. Ik was er nog niet heel erg zeker van maar ik liet me overhalen om te solliciteren. Ik moest een proeve van bekwaamheid afleggen onder het toeziend oog van een strenge chef/controleur en de test viel niet tegen. Om precies te zijn, ik was meteen verkocht en de controleur was het met mij eens. Vanaf het moment dat ik achter het stuur kroop, genoot ik met volle teugen en dat is nooit meer anders geworden. Mijn kostje was gekocht zoals men dan zegt want in 1983 gold ons beroep nog als 'levenslang'. Geen criminele veroordeling, al denken anderen daar misschien genuanceerder over, maar in die tijd was een baan bij b.v. de Overheid, het OV of het Leger een garantie dat je tot je pensioen gebeiteld zat. Helaas, garanties worden tegenwoordig niet meer verstrekt en de toekomst bij al die onwankelbare instanties is momenteel net zo onzeker als je nooit voor mogelijk had kunnen houden. De Overheid slankt af, het Leger wordt uitgedund en in het OV rammelt en rommelt. De gedachte dat het overal hetzelfde verhaal is, in elke branche wordt bezuinigd en gesnoeid, is niet iets waar je de onrust mee weg kunt nemen. Veel collega's met zware economische lasten of van een generatie die nooit de bodem van koopgedrag hebben gekend maar slechts kunnen consuMEREN i.p.v. consuMINDEREN, zullen een toontje lager moeten gaan zingen. Ik benijd ze niet maar zij benijden mij waarschijnlijk ook niet. Ik ben op een leeftijd dat ander werk moeilijk zal worden en een ontspannen oude dag op kosten van de Staat of via een Pensioenfonds, zie ik mogelijk ook verdampen als sneeuw voor de zon.
Schets ik nu wel een heel erg pessimistisch beeld? Geen idee maar de signalen die er zijn, zijn niet om vrolijk van te worden. Het hoofd laten hangen is geen optie zolang er nog geen echte klappen vallen maar rekening houden met andere tijden, lijkt mij geen overbodige luxe. Er zijn collega's die zich oprecht zorgen maken en die doorhebben dat de persoonlijke toekomstverwachting best eens samen kan vallen met je huidige mentaliteit. Zit je achter het stuur met een ongeïnteresseerde uitstraling, dan zaag je je eigen poten onder je stoel vandaan. Ten eerste dupeer je goedwillende collega's die hopen dat ze met de juiste instelling hun baan kunnen behouden want alleen als we met z'n allen opvallen in positieve zin kun je de schade beperken. Gaan we op straat lichtzinnig met ons werk om dan krijgen we zeker op termijn de rekening gepresenteerd. Realiseer je dat de tijd van 'ach, het zal wel loslopen' voorbij is en dat de maatschappij waarin we nu leven over 5 à 10 jaar een heel andere zal zijn.
Dit stukje tekst is er niet voor om aan bangmakerij te doen maar is slechts een waarschuwing voor hen die de boel verzieken want de tijd is aangebroken dat we het niet meer kado krijgen. Realiseer je dat goed en doe er je voordeel mee. Het is niet meer zoals vroeger en we zullen voorlopig blijven inleveren maar als je je hoofd laat hangen, gaat de strop er wel heel makkelijk omheen. We zijn intussen zover dat we verbaasd zijn als er mensen vriendelijk doen maar we verwachten het zelf wel als we dienstverlening verwachten aan b.v. een loket, een kassa of op een terras. Wij functioneren hetzelfde achter het stuur. Behandel de mensen zoals je zelf behandeld wenst te worden en je zult zien dat het werken er een stuk aangenamer van wordt. Als we dat allemaal zouden doen, bereiken we meer dan met sjagerijn. De concurrentie houdt bedrijven in een wurggreep en zorgt dat er maatregelen genomen worden die wij als onprettig ervaren. 'Vroeger ging dat allemaal beter' is een veelgehoorde opmerking maar vroeger is geweest en komt niet meer terug. Je (nog steeds) prima baan als buschauffeur is van levensbelang de komende jaren dus zorg dat je er positief uitspringt want dan kun je later niet zeggen dat eventuele tegenvallers aan jezelf te wijten zijn.
 
Het is een erg moraliserende busbabbel geworden en ik hoop dat jullie mij dat vergeven maar denk er in ieder geval eens over na.
Busbrief 108  
Hollandse (on)vrede:
In de vorige brief heb ik geprobeerd om collega's ervan te doordringen dat we beter onze zegeningen zouden moeten tellen in plaats van mopperen op de tegenwoordige tijd en te blijven hangen in wat ooit goed was, het verleden. Wat wel altijd gebleven is in ons werk en wat ook wel zal blijven ondanks alle veranderingen, is het onregelmatige van ons werk. We hebben allemaal aan het begin van onze loopbaan gekozen voor deze baan, noem het maar een levenswijze, en dit het blijft een onderdeel van ons werk waar we altijd mee moeten schipperen. Vroege dienst, late dienst, gebroken dienst en weekeinden. Het is nooit saai, onze dagen zijn nooit hetzelfde en je kan naar b.v. een tuincentrum of meubelboulevard buiten de beroemde/beruchte spitstijden aldaar. Dat is het voordeel maar natuurlijk kleven er ook nadelen aan onze wisselende diensten. Je werkt vaak op tijden dat een ander ontspannen met zijn of haar voeten omhoog voor de buis hangt en meewarig het hoofd schudt als jij voorbij komt rijden. Ikzelf heb dat nooit zo gevoeld maar dat komt omdat ik mij juist bij mijn vorige werkgever stoorde aan het eentonige van de dag. Elke dag dezelfde tijd de deur uit, vaak dezelfde mensen onderweg tegenkomen, precies weten hoe alles er over een maand nog steeds zou uitzien. Dat ging mij nou juist tegenstaan en het was een verademing toen ik op de bus begon. Elke dag andere tijden, vaak andere collega's, andere ritten, andere klanten, ander verkeer, ander weer en elke dag een andere bus.
Ook nog eens betaalde pauzes, kleding van het bedrijf en je hoeft je bus niet te tanken en op te ruimen zoals collega's in de tour vaak moeten doen. Is het dan allemaal rozengeur en maneschijn? Nee, natuurlijk niet want dat bestaat sowieso in Nederland niet. Als wij in doorsnee Nederland ons zouden realiseren wat het betekent om in een van de beste landen van de wereld te wonen dan zouden we vast minder mopperen maar er ontstaat altijd een bepaalde gewenning waardoor we het mopperen weer ter hand gaan nemen. Een Nederlander die niet moppert is verdacht.
Busbrief 109  
Hollandse (on)vrede deel 2:
Via een email uitwisseling met een trouwe lezer die ook nog eens kritisch de brieven leest en misverstanden/foutjes doorgeeft (Joris L), kwam het idee bij mij op een busbabbel te maken over het meest onzalige idee dat ooit ontstaan is en wel om het OV concurrerend te maken. Ooit was er ESO (Vereniging Exploitatieve Samenwerking Openbaarvervoerbedrijven) en daarna het VSN (Verenigd Streekvervoer Nederland) dat een overkoepelende functie had voor het OV en belangrijkste opdracht aan het VSN was om de kosten beheersbaar te maken. Onder deze paraplu gingen alle OV bedrijven schuil die in Nederland actief waren. Het probleem zat hem in het geld dat de overheid moest neertellen om het OV te kunnen betalen. Dat kan ik mij voorstellen want als iemand op de zak van een ander kan teren dan komt daar meestal weinig budgetbeheer bij in beeld en geloof mij, het geld kon niet op in het OV. Dat er dan nagedacht gaat worden hoe dit beheersbaar te maken, kan ik mij goed indenken. Als ik op dat tijdstip Minister van Verkeer en Waterstaat was geweest dan had ik bedrijven opgedragen om een eigen begroting in te dienen en die op straffe van een boete ook aan het eind van het jaar te halen. Hierbij kon dan VSN toezicht houden en controles uitvoeren. Het OV zou herkenbaar, overzichtelijk en eenduidig gebleven zijn in plaats van de schamele lappendeken van nu. Maar wat gebeurde er? De Nederlandse bestuurders hadden ten eerste andere plannen en daarnaast begon men aan een Europa waar we ons ondergeschikt zouden moeten maken aan wetgeving uit Brussel. Zodoende ontstond de aanbesteding en het eerste signaal daarvan was de opsplitsing van VSN in 2 delen, VSN1 en VSN2. Er moest ingeschreven worden op een vervoersgebied tegen een zo goedkoop mogelijk bedrag met als gevolg dat het Europese landen konden binnendringen en de dienst gingen uitmaken. Het leek wel aardig op het eerste gezicht, nieuwe bussen die voldeden aan de laatste eisen op allerlei gebied. Grote beloftes op het terrein van lijnen en secundaire voorzieningen maar wat is er echt gebeurd? Om de centjes op orde te houden en geen boetes van de opdrachtgever (de overheid) te krijgen, ging de fijnmazigheid van ons OV verloren. Het geld dat wij uitspaarden, werd in een HSL en een Betuwelijn gestoken ter meerdere glorie van de minister en het succes daarvan kennen we intussen. Alles voor Europa, internationale reizigers zouden enige minuten sneller van b.v. Amsterdam naar Parijs kunnen reizen en onze eigen lokale klanten moesten het doen met een uitgeklede dienstverlening. Bedankt voor deze lange termijn visie!!!
Om mee te doen op het gebied van infrastructuur ontstonden nog meer dure projecten. Tram en treintunnels moeten ons verlossen van zichtbaar openbaar vervoer terwijl de wegen zich uitbreidden en het blijkbaar wel van goede smaak getuigde dat we tegen al dat blik aan mogen kijken. Ach, heb je er last van? Dan zetten we er toch geluidsschermen omheen. Hoe zat het ook al weer met de ethische normen en waarden?
Sinds enige jaren hebben we in de Randstad tussen Den Haag en Rotterdam dan eindelijk ook een bovengrondse metro: RandStadRail. Voor zover mij bekend, zijn de cijfers hoopgevend voor wat betreft het gebruik daarvan en meerdere tramlijnen worden overgezet naar RR-lijnen. Er gaat zelfs een RR-lijn van Den Haag naar Rotterdam Slinge en dat is iets wat vroeger nooit wilde lukken. (zie bijgaande plattegrond) HTM tramlijn 1 doortrekken naar RET tramlijn 1, een Randstadrail avant la lettre oftewel een voorloper van....bleek vroeger onuitvoerbaar.
Zou het niet voor alle betrokken partijen een zegen zijn als we weer een soort VSN van vroeger beginnen met de aangepaste naam VVH (Verenigd Vervoer Holland) en dan in plaats van al die elkaar bestrijdende bedrijven gewoon één Randstadbedrijf waardoor de kosten zeker zullen dalen, de klant overal met dezelfde tarieven te maken heeft en het OV optimaal op elkaar afgestemd kan worden? Welke politicus wil dat nou eens onder ogen zien en er werk van maken? Mag dat niet van Europa? Nou, ik ken toevallig een paar landen die regelmatig ongehoorzaam zijn en zijn geweest aan Brussel.....
Dus als de politiek dit 'eenvoudige' plan nou eens gewoon, zonder het braafste jongetje van de klas te willen zijn, doorvoert dan stem ik de volgende keer op deze bewindspersoon cq partij. Beloofd.
Busbrief 110  
Tijden van weleer:
Als ik terugdenk aan de tijden van weleer dan denk ik aan ouderwetse bussen zónder airco, stuurbekrachtiging en rembekrachtiging maar mét bagagerekken, een nooddeur en een smalle instapdeur waar maar 1 persoon tegelijk door naar binnenkon. Er zijn nog vele verschillen op te noemen zoals de kwaliteit van de chauffeursstoel, handbediening om de bestemmingsfilm en het lijnnummer te wijzigen en de hoofdschakelaar onder b.v. de achterbank. De meeste zaken zijn er op vooruit gegaan dus vraag ik mij af waar die hang naar het verleden vandaan komt. Clichés bestaan er voldoende. De mensen waren vriendelijker, het verkeer had niet zo'n kort lontje en onder elkaar was het veel gemoedelijker. Is dat echt zo? Ik permitteer mij dat te betwijfelen. Het is minder vol in de bus op een doorsnee rit maar het is nu voller op straat geworden. Ik heb vroeger genoeg bonje gehad om een heel busleven op te teren. Met passagiers én met medeweggebruikers. Ik heb klappen gehad en ben met doodsteken bedreigd, ik heb conflicten gehad met zware criminelen (hoorde ik achteraf) en ik heb mensen in het verkeer de les gelezen. Allemaal bezigheden die je beter niet kunt doen en ik heb daarom op een gegevens moment gekozen voor een minder felle houding. De manier waarop ik achter het stuur zat veranderde ik van hoog zittend en bevlogen naar laag, ontspannen zittend alsof ik thuis in mijn favoriete stoel zat en mijn uitstraling een tikje meer terughoudend. Het werkt! Niet direct maar na verloop van tijd merkte ik dat het minder problemen veroorzaakte. Tuurlijk, als ik A gezegd had dan moest ik ook B zeggen bij zwartrijden of horkerig weggedrag maar dat werd gaandeweg steeds minder. 100 % ban je het niet uit maar de manier waarop je mensen in je bus ontvangt, is van groot belang voor de sfeer in je bus.
Het verkeer een kort lontje? Nou, ook dat is vergeleken met vroeger niet echt veranderd. Het is drukker dus de kans is iets groter maar in het verkeer is jouw eigen lontje van veel groter belang. "Als u niet wilt wat u geschiedt, doe dat dan ook een ander niet" is een ouderwetse uitdrukking maar wel eentje waar je nog steeds wat aan hebt. Ga maar ergens staan om in te voegen, doe je knipperlicht aan en kijk wat er gebeurt. Het kan een aantal auto's duren maar er komt een moment dat iemand aangeeft ruimte voor je te maken. Misschien niet zo snel als je zou wensen maar dat heeft met jouw lontje te maken. Als je ook nog de mogelijkheid gebruikt om voorzichtig terughoudend aan te dringen op wat ruimte, zijn de meeste mensen sneller van begrip en ontstaat die invoegruimte ook sneller. Niet bij de persoon die het toch al niet van plan was natuurlijk want die types krijg je niet op andere gedachten maar de doorsnee automobilist is echt niet anders dan 25 jaar geleden. Als je het daar niet mee eens bent, oké, maar kijk dan eens in de spiegel en beoordeel je eigen rijstijl eens nauwkeurig.
Een vriendelijk opgestoken hand of een ander signaal waarmee je aangeeft dat je het gedrag van de ander waardeert, doet wonderen, zorgt voor een glimlach en komt je werk ten goede. Met passagiers idem dito, een groot gedeelte uitgezonderd want die bereik je sowieso niet maar de rest die anders zonder wat te zeggen was gaan zitten, ontdooit nu en ook van hen krijg je hoogstwaarschijnlijk een glimlach of een groet bij het uitstappen. De toon maakt de muziek. Door deze houding heb ik heel vaak leuke ervaringen opgedaan die ik met genoegen herbeleef. Op een verjaardag vraagt men meestal of je nog weleens narigheid ondervindt omdat men vermoedt dat je werk vol conflicten zit. Ik draai de toon van het gesprek vrij snel om naar het positieve en vertel over de leuke kanten van mijn werk. Ik zeg er altijd wel bij dat het maar net is waar je het accent op legt. Zo gauw je met publiek te maken hebt, ontstaan leuke en minder leuke dingen. Of je nou achter een loket zit of de kassa bedient of ambulancebroeder bent, de humor ligt op straat maar voorwaarde is dat je het wel moet zien liggen.
Busbrief 111  

Aan de koffietafel komen heel vaak dezelfde opmerkingen over ervaringen met passagiers aan de beurt. Elk beroep heeft de standaard grappige beroepsvoorvallen en een buschauffeur kent ze allemaal uit z'n hoofd omdat dezelfde zaken jaar na jaar opnieuw voorbij komen. Nieuwe collega's komen in dienst dan kun je er donder op zeggen dat ze vroeg of laat in de pauzes opmerkingen als "Bent u 60?" of "Hoe kom ik snel in het ziekenhuis?" of "Kan ik nog steeds strippen?" gaan vertellen alsof het iets bijzonders is. Dat geeft helemaal niets want dat is een traditie en die mag niet verloren gaan. Nu de strippenkaart afgeschaft is, zijn we een aantal van deze uitdrukkingen kwijt en het woordje strippen kan b.v. niet meer gebruikt worden om jongedames te laten blozen. Ervoor in de plaats is het woord 'in- en uitchecken' gekomen maar dat heeft nog niet de impact die het woord strippen altijd had. Zeer dubbelzinnige types vinden in elk woord wel een ondeugende betekenis dus wie weet wat de toekomst nog gaat brengen.
Pas hoorde ik dat collega Ronald S. wel een paar heel letterlijke strippers in zijn bus had en dan bedoel ik uiteraard niet dames met een lang stuk papier waarop zij een stempel wensten maar klanten die uit de kleren gaan. Hij reed 's avonds op zijn gemak zijn rondje, had niemand aan boord en veerde zodoende op toen hij bij een halte 2 vrouwelijke passagiers zag staan uit de meest gewilde en wilde leeftijdsgroep in een uitstekende stemming. Dat was zichtbaar aan het enthousiast zwaaien waarmee zij aangaven mee te willen. Met een beetje optimistische fantasie ga je er als chauffeur vanuit dat ze naar jou zwaaien en niet dat ze er staan om met de bus mee te gaan. Ach, als je je niets verbeeldt, ben je ook niets zal ik maar zeggen. De dames stapten luidruchtig in en gingen net voorbij de uitstapdeur zitten. De collega keek zo nu en dan in zijn binnenspiegel en vond dat zijn bus er nu veel gezelliger uitzag. De meiden waren in de juiste stemming om er een geslaagde stapavond van te maken en bij dat vooruitzicht hadden ze gespreksstof genoeg. Het verkeer eiste de aandacht op van de collega en gedurende enige tijd had hij geen oog voor het schoons in zijn bus. Toch werd zijn aandacht opeens weer getrokken door ongebruikelijke geluiden. Hij keek in zijn spiegel, kneep zich in de arm (wel gevaarlijk tijdens het rijden) en geloofde zijn ogen niet. Er stonden 2 meiden in hun slipje bij de achterdeur. Had hij 2 paaldanseressen als passagier??? Nogmaals, strippen was altijd heel normaal in een bus maar als het op deze manier visueel uitgebeeld wordt, zit je als bestuurder toch opeens met je mond vol tanden en met ogen als schoteltjes. Hij draaide zich om en probeerde zijn stem onder controle te krijgen terwijl hij vroeg wat hiervan de bedoeling was. "Sorry hoor", zeiden ze gelijktijdig, "we komen rechtstreeks uit ons werk en hebben onze stapkleding voor vanavond in een tas bij ons. Omkleden kunnen we nergens dus we dachten dat het even gauw in de bus niet erg was". Tja, wat zeg je dan terug? Achteraf kun je allerlei gevatte antwoorden bedenken maar op zo'n moment lukt dat niet echt en meer dan wat gemompel en wat lachen kon er niet van af zeker toen een van de 2 meiden een ladder trok in haar panty. Uiteindelijk kon hij, toen ze omgekleed de bus weer gingen verlaten, nog net roepen dat de strippenkaart afgeschaft was maar dat zij altijd mee konden met strippen in natura. Het was een magere opmerking en hij had graag iets beters verzonnen maar dat komt nog wel zodat de volgende keer een kwinkslag van hoger kaliber voor handen zal zijn. Lachend staken de meiden hun hand nog op en de rest van de rit in een lege bus was net even anders dan anders.

Busbrief 112  

Het is deze keer niet makkelijk om mijn busbabbel te vullen met een aardig verhaal of anekdote. Gezien de vervelende mailtjes van een gefrustreerde fotograaf die over mijn rug zijn maandsalaris wil regelen, zal ik deze keer de babbel heel kort houden want anders vergrijp ik mij aan onwelvoeglijke taal en onverstandige uitspraken. Veel van jullie hebben van mij de details omtrent deze schadeclaim toegestuurd gekregen en ik dank iedereen voor de zeer warme en massale steunberichten. Mocht het tot een rechtszaak komen dan kan ik in ieder geval jullie berichten aanvoeren en jullie tips en adviezen gebruiken om aan te tonen dat hier sprake is van een probleem waarbij het een en ander volledig uit proportie is. Jullie busbriefbode is een amateur/hobbyist zonder commercieel gewin en om mijn goede bedoelingen dan te misbruiken met een absurde claim, gaat alle zinnigheid te boven. Maar goed, ik leer steeds bij en ik leer ook veel af dus dat ik soms te goeder trouw foto's gebruik die ik gestuurd krijg, is vanaf nu aan banden gelegd en zal met argusogen voortaan bekeken worden. Het beperkt mijn digitale bewegingsvrijheid maar eerlijk is eerlijk: ik wil niemand benadelen en dacht dat altijd netjes te doen door (indien beschikbaar) de fotograaf bij elke foto te vermelden maar dat is niet voldoende gebleken. Jammer allemaal maar aan elke tunnel zit een eind waar het weer licht wordt, toch?

Busbrief 113  

Bij deze een leuke, Anneke Dote over de Caetano: ik stond eens op de buffer op Station Delft. Gezeten achter het stuur van die wagen voerde ik een telefoongesprekje met een collega, die echt heel gepassioneerd is t.o.v. de voertuigen. Terwijl ik nog bezig was het gesprek af te ronden startte ik de motor en reageerde die collega met de opmerking: "Hé, heb jij de 8269 bij je?" (waarbij ik niet zeker weet of het inderdaad om juist die wagen ging, maar wel dat de collega precies hoorde, zelfs met twee telefoons ertussen, welke wagen ik precies bij mij had) Kennelijk was het mooie geluid van die wagens ook nog eens individueel per wagen verschillend. Zelf hoorde ik dat verschil niet. Wat ik wel een heerlijk geluid vond: de Irenetunnel (Delft) inrijden met 'dat patatluik' helemaal open (schuifraam in de chauffeurscabine) en dan in de tunnel het gas loslaten. Het rustig ronken van de motor kaatste dan tegen de tunnelwand en kwam als muziek terug via 'dat patatluik'. Juist op dagen als de temperatuur wat oploopt, was het enorm grote schuifraam een heerlijk iets. De City Lion waarmee wij nu rijden bij QBuzz is een fijne wagen, maar legt het op meerdere vlakken af tegen de Caetano's.
Dat grote raam gaf meer dan eens reden tot mooi vermaak: tijdens mijn voorlaatste rit van die dag, lijn 130 naar de Grote Markt in Den Haag, haalde Turkije op het EK voetbal een stunt uit door vanuit geslagen positie Kroatië alsnog te verslaan. Daarmee was Turkije onverwacht een ronde verder. Die wedstrijd was ten einde, toen ik met twee passagiers (een vervelende, dronken man en een iets oudere dame in zomerse, rode jurk) in Rijswijk reed. Het maakte niet uit welke omweg ik koos, ik kwam vast te zitten in een uitzinnig Turks volksfeest van luid toeterende, uitpuilende auto's, waar zelfs op de daken nog feestende mensen zaten. Verder rijden was onmogelijk. Het enige wat ik kon doen was genieten van het plezier van die mensen en proberen centimeter voor centimeter richting de Grote Markt te komen. Tot groot plezier van de feestgangers was ik niks te beroerd af en toe met de massa mee te toeteren. De dronken man in mijn wagen dook nog verder in zichzelf weg dan daarvoor, maar de dame vond het minstens zo prachtig als ik. Zij maakte vrolijk contact met de mensen die onze rit belemmerden en op zeker moment trok zij mijn cabinedeurtje open. Via het openstaande raam dook zij, over mijn stuur heen half naar buiten om een Turks vlaggetje in ontvangst te nemen van een man op een auto. De heersende misvatting dat de rode jurk van de dame een uiting van Turkse feestvreugde was werd door haar zwaaien met het vlaggetje alleen maar gevoed.
De aankomst op de Grote Markt was ruimschoots na de aankomsttijd van de afsluitende rit naar Station Delft. De dronken man had de vreugde niet kunnen temperen. Lachend namen de mevrouw en ik afscheid en heb ik de wagen naar binnen gebracht. Het feest verderop ging nog uren door.
Groetsels, Tim

Busbrief 114  

Dagelijks zijn er collega's die aan het einde van hun dienst van zich af moeten praten wat er voorgevallen is tijdens hun dienst. Therapeutische napraten heet dat. Dat gebeurt meestal tijdens het afsluitende bakkie koffie aan de vestiging. Veel collega's vluchten direct van de bus hun auto in of fiets op richting huis maar gelukkig zijn er in b.v. Delft nog genoeg chauffeurs die het prettig vinden om even sociaal contact met collega's te hebben en na een afsluitend samenzijn van enige minuten tot soms wel een half uur, elkaar wel thuis en welterusten te wensen. Koester dit gebruik want het is belangrijk dat je leuke maar ook nare ervaringen kan toetsen aan de ervaringen van je collega's. Het lucht niet alleen op maar anderen leren ervan en ik ben er altijd weer dankbaar voor, want het zijn vaak voorvallen waar ik een busbabbel mee kan vullen. Menige chauffeur stapt bij ons in Delft de kantine binnen met op zijn of haar lippen het verhaal waarvan gedacht wordt dat het alleen bij deze collega is gebeurd. Een vorm van teleurstelling ontstaat als blijkt dat het helemaal niet zo uniek is geweest en er velen zijn die soortgelijke ervaringen hebben. Een psycholoog zou er een dagtaak aan hebben om de gefrustreerde bestuurders bij te staan maar wij doen dat op z'n Jan Boerenfluitjes (vrij vertaald: amateuristisch) en met een lach en een traan zie je iedereen weer op huis aangaan. Soms tref je een collega die van een onnozel voorval een spannende detective kan maken en zij zijn het die zich vooral niet moeten realiseren dat hun verhaal zo'n impact heeft vergeleken met de wat minder welbespraakte collega's. Zij zouden naast hun schoenen gaan lopen. Uitgezonderd de collega die weet dat hij of zij het spannend kan brengen maar hier ligt een ander gevaar op de loer: zelfoverschatting! Beleefd horen we het 'spannende' verhaal aan en in gepaste eerbied proberen we zeker gedurende 1 minuut te doen of het ons erg naar de keel grijpt. Daarna komt het volgende verhaal al snel ter tafel en zie je de eerdere op sensatie beluste collega vrij snel het vertrek verlaten, zich realiserend dat hij of zij tekort geschoten is in het hebben van de volledige aandacht. Owee als dit niet gebeurt en het blijkbaar onvoldoende duidelijk was dat het verhaal onbeduidend overgekomen is en de collega in kwestie denkt dat we op nog meer onzin zitten te wachten. Dodelijk is de stilte die dan valt. Deze zelfvoldaanheid zal zich gedurende de nacht wreken d.m.v. een heuse nachtmerrie en na zijn of haar vertrek richting huis, rest ons slechts een onderlinge blik van verstandhouding waaruit moet blijken dat we er allemaal net zo over denken. Woorden schieten tekort maar blikken zeggen veel meer. Gelukkig zijn dit soort zeperds uitzonderingen want de meeste voorvallen, zij het sappig verteld, zorgen dat we in een gemoedelijke sfeer onze diensten beëindigen. Het thuisfront hoeft niet wakker gemaakt te worden om de ervaringen te relativeren, dat hebben wij onder elkaar al gedaan. Triest voor de wederhelften die thuis in bed overvallen worden door de collega's die zich rechtstreeks uit de bus aan het eind van de dienst richting echtelijke sponde begeven. Zij hebben geen stoom kunnen afblazen en gaan dat mogelijk thuis doen. Zou het daarom zijn dat ik nog alleenstaand ben???

Busbrief 115  

Zo nu en dan hoef ik zelf niet te putten uit mijn bijna 30-jarige loopbaan om een geschikte busbabbel te schrijven want blijkbaar stimuleren de babbels collega's om hun eigen ervaringen op te schrijven. Ik maak daar dankbaar gebruik van hoewel de teksten vaak vrij kort en kernachtig zijn. Ik voeg er dan als redacteur van deze brief wat eigen zinnen aan toe zonder de kern van het verhaal te beschadigen. Hieronder een ervaring van Harold T. uit Hoorn, rijdende met lijn 132 bij Andijk.

Al geruime tijd reed regelmatig een jongeman met me mee. Hij kwam uit Engeland, heet Ian en sprak redelijk goed Nederlands. Zo nu en dan maakten we een praatje. Voor hem leuk om zijn Nederlands te oefenen en voor mij breekt het de avondrit een beetje. Op een avond zie ik hem dronken op het perron van het busstation Hoorn naast een oudere man staan. Ze waren flink dronken maar niet stomdronken en in een goede bui dus voor mij geen reden om ze te weigeren.
Ik werd voorgesteld aan zijn vader, die was overgekomen vanuit Engeland en dat hadden ze dus goed gevierd in diverse uitspanningen in Hoorn en ze waren nu dan uiteindelijk op weg naar huis in Andijk.
Tijdens het rijden ging de zoon elke keer naast een jongedame zitten en maakte een praatje. Kijkend in de binnenspiegel zag ik dat dit steeds op een vrolijke manier ging en het aanwezige vrouwelijk schoon kon het allemaal wel waarderen.
Als hij geen beet had, ging hij naar de volgende. Zijn vader zag dit aan en zei tegen hem ( in het Engels weliswaar) "Hou toch eens op met het lastig te vallen van die meiden."
"Waarom?" zei zijn zoon.
"Omdat ze niks van je willen hebben, je bent te lelijk." riep zijn vader schaterlachend.
De zoon vond uiteraard van niet en liet dat vanaf de achterbank weten.
Vervolgens stond de vader op en riep: "Wie mijn zoon lelijk vindt, steekt nu zijn hand op."
Iedereen zijn hand omhoog natuurlijk, ik dus ook.
"You too?" zei de zoon tegen mij. "You F*cking busdriver" (hij zei het op een leuke manier, dus niet gemeend maar passend bij de toon van het verzoek eerder van zijn vader)
De aanwezigen in de bus lagen plat van het lachen en mijn avond kon niet kapot.

(De naam Ian is fictie - red.)

Busbrief 116  
We bevinden ons in de maand van de griepprikken en als er iemand niet snottert, hoest of niest dan is dat een zogenaamde spekkoper. De meeste mensen zijn van boven en/of van onder van slag en dat veroorzaakt veel ongemak. Als buschauffeur ben je erg afhankelijk van een goedwerkend ondergedeelte van je lichaam want je kan niet overal even snel terecht in geval van nood. Hoesten en proesten is tot daar aan toe maar met een flinke broekhoest kun je slecht functioneren. Ik spreek uit eigen ervaring. In een ver verleden heb ik mijn toevlucht moeten zoeken in de bosjes langs de weg en ik kan iedereen verzekeren dat je je dan heeeeeel onprettig voelt. Zonder in details te gaan, begrijpt iedereen de situatie volgens mij. Ik heb mij toen ziek moeten melden en na een paar dagen thuis, kreeg ik een oproep voor de bedrijfsarts. Mijn inwendige ik had intussen het normale ritme hervonden en ik kon melden dat ik weer aan de slag ging. De arts vroeg nog even na of ik wel gezond leefde en genoeg vitaminen binnenkreeg. Ik keek blijkbaar nogal verbaasd want ik kreeg de indruk dat de suggestie werd gewekt dat ik ziek zou zijn geweest door mijn mogelijke verkeerde levenswijze.
Ik vroeg de dokter of die weleens in deze tijd zelf gebruik maakte van het Openbaar Vervoer. Dat bleek niet zo te zijn en dat gaf mij de kans om deze dokter bij te praten over de medische kant van ons beroep. Ik schetste de inhoud van een gemiddelde bus in de spits met wapperende volle zakdoeken en rondvliegende neusdruppeltjes na een niesbui van iemand die te laat zijn of haar hand voor het gezicht houdt. Menig collega zal iemand bij de betaaltafel hebben gehad die tijdens het zoeken naar een plaatsbewijs net te laat de druppel aan de neus kon opvangen. Ik zie soms chauffeurs hun boterham neerleggen op de betaaltafel en dan draait mijn maag zich om. Toen ik dit heel overtuigend had geschetst, bleef de dokter even stil. Ik zag dit als een aansporing en benutte de pauze om nog wat onhygiënische voorbeelden op te noemen. De dokter knikte en gaf aan er nooit op die manier naar gekeken te hebben. Het liep tegen de middag en ik merkte dat het onderhoud voorbij was. Ik groette de dokter en bedacht mij dat de lunch de dokter ongetwijfeld anders zou smaken.
Ik schrijf dit allemaal met een knipoog maar het is niet gelogen, wij rijden vaak rond met een concentratie bacteriën waar we gelukkig in veel gevallen tegen bestand zijn. Als je dan een enkel keertje een verkeerd microscopisch klein beestje ingeademd hebt, valt dat onder het risico van het vak. Zolang het bij een verkoudheid of een eenvoudig griepje blijft, is dat te overzien. Als mensen elkaar tegenkomen vragen ze vaak 'Hoe is 't?' Dat klinkt meestal als 'Hoest?' Ik gehoorzaam dan altijd netjes en begin te kuchen maar wél met mijn hand voor m'n mond.
Busbrief 117  

Op gezette tijden trekken grote groepen van onze bevolking er op uit. Meestal is dat enige tijd vóór de feestdagen met name rond Pasen, Sinterklaas, Kerst en Oud en Nieuw. Er wordt dan ondanks de crisis over het algemeen nog steeds flink ingeslagen. Het genieten van al die spullen schijnt erg beperkt houdbaar te zijn want op 2e Paas- c.q. Kerstdag weten velen al niet meer wat ze moeten doen om de geest bezig te houden nu het lichaam voldaan onderuit hangt. Kom, laten we de financiën nog een beetje meer om zeep helpen, denken hele volksstammen en gaan op weg naar de woonboulevard, je moet toch wat. Als chauffeur op de bus staan die menselijke mierennesten mij altijd erg tegen en ik werk dan ook het liefst op de 1e dagen als iedereen nog bezig is om vredig en gezellig te doen want dat vredige voornemen is de volgende dag snel verdwenen als het om het vinden van een parkeerplaats gaat. Sfeervol in de file op de afrit van de rijksweg en daarna in de file in het warenhuis of tuincentrum.
Ben ik dan zo'n negatieve somberdenker? Dat valt wel mee vind ik zelf maar omdat ik de jaren vijftig en zestig bewust heb meegemaakt, weet ik dat wat de meeste mensen tegenwoordig doordeweeks als normaal ervaren, in die jaren luxe was en slechts tijdens de feestdagen in beeld kwam. Toen de vooruitgang steeds meer vooruit ging, moest dat gevoel van luxe meegroeien en de commercie deed wat graag een duit in het zakje (of eigenlijk haalde de commercie graag een duit uit het zakje) Dit jaar blijft de grote terugslag nog achterwege maar met de grote wereldomvattende problemen op het gebied van de pingping in het achterhoofd, is het haast onontkoombaar dat we het laatste zorgeloze jaar achter ons hebben. Natuurlijk wens ik iedereen voorspoed en een fantastisch 2013 maar helaas verwacht ik niet dat dit voor alle lezers van dit relaas zal gelden. Geniet er dus maar goed van maar hou eens in je achterhoofd dat je tijdens het nuttigen van allerlei prijzige spijzen alles op de juiste waarde schat en je je realiseert wat een geluksvogel je bent.
Jonge mensen die in luxe zijn opgegroeid en niet hebben meegemaakt dat er b.v. geen telefoon, televisie, koelkast en centrale verwarming bestond, zullen het vermoedelijk lastig krijgen om bepaalde verworvenheden te moeten missen. Deze gedachte kwam bij mij op door een mopje dat ik onlangs las. De zogenaamde mop had namelijk een grote dosis realiteit in zich. Het ging als volgt:
Een nogal met zichzelf ingenomen student zit in een overvolle bus naast een oudere man.
De student legt de man omslachtig en behoorlijk neerbuigend uit dat het voor de oudere generatie onmogelijk is het leven van de tegenwoordige jeugd te begrijpen.
"U bent in een compleet andere wereld opgegroeid, nogal primitief" zegt hij nogal luid zodat de andere passagiers het konden horen. "Mijn generatie is opgegroeid met tv, internet, mobiele telefoons, straalvliegtuigen, ruimtevaart en een robot op Mars die foto's naar de aarde stuurt. We hebben kernraketten, computers die op lichtsnelheid werken en zo kan ik nog wel even doorgaan."
Na een korte pauze zegt de oude man: "Je hebt helemaal gelijk jongeman, wij hadden al die dingen niet toen we zo oud waren als jij. Dus vonden WIJ al die dingen uit zodat de volgende generatie ervan kon genieten! Dus jongen, wat ga jij achterlaten voor de volgende generatie?"

Helemaal kloppen doet mijn betoog niet want ik weet zeker dat veel 'ouderen' het net zo moeilijk gaan krijgen als ze hun welvarende leventje los moeten laten maar 'wij ouderen' weten dat het kan en dat zal voor de latere generaties een onthutsende ervaring worden. Grote groepen mensen weten al waar ik het over heb als ik denk aan de berichten in de media over voedselbanken e.d.
Ik ben van plan om de busbrief nog zeker een jaartje voort te zetten dus zal ik in december 2013 deze busbabbel opnieuw doorlezen en ik hoop dan dat mijn verwachtingen niet bewaarheid worden. Hopelijk hoor ik dan in de bus een jonge man tegen een oude man zeggen: "Kunt u mij vertellen hoe ik de toekomst het beste in kan richten zodat ik mijn leven op de rails kan blijven houden? Een robot op Mars is wel leuk maar ik heb nu toch liever een andere Mars."

Busbrief 118  
Het is misschien een goed idee hierbij een oproep te doen om bijzondere benamingen te gaan verzamelen met betrekking tot het busvervoer. Ik denk dan aan haltenamen of straatnamen of andere zaken die opvallend zijn. Ik denk dan niet aan haltenamen als Kerkstraat of Julianalaan maar uit mijn eigen omgeving ken ik b.v. een straatnaam die op 2 manieren uitgelegd kan worden. Het gaat hier om de omgeving van Ikea in Delft. Op de foto in de busbrief zelf zie je wat ik bedoel. Het Inbuspad!! Voor de blondjes onder ons leg ik het even uit. Bij Ikea koop je bijna alles als een bouwpakket. Thuisgekomen draait alles letterlijk om de inbussleutel dus is de naam van dit pad leuk gekozen. De bijkomende betekenis is opvallend als je weet dat aan het begin van dit pad ook de bushalte staat en dit pad dus ook een oproep doet om met de bus te gaan (stadslijnen 80 en 81). Zulke namen bedoel ik als ik vraag om mij soortgelijke benamingen op te sturen.
Ook zijn er haltenamen die te denken geven zoals in Schipluiden de halte 'Op hoop van zegen' of in Den Hoorn de halte 'My home is my castle'. De halte Op hoop van zegen ligt langs een landelijke route precies in een bocht waarvan de controleur die mij wegwijs maakte bij de start van mijn carrière zei: "Neem deze bocht niet te hard want hij is verraderlijk, er zijn er hier al veel de sloot in gegaan" dus de naam van deze halte is veelzeggend. In het programma Man Bijt Hond van de NCRV hoor en zie je telkens plaatsnamen voorbij komen waarvan je het bestaan niet kon vermoeden. Ik weet zeker dat op het gebied van haltes e.d. ook het een en ander valt te verzamelen. Ik kan er dan een aparte busbrief aan wijden. Als je iets opstuurt, doe het dan wel met de nodige informatie erbij zoals locatie en indien mogelijk ook de oorsprong van de naam als die bekend is. Als voorbeeld hiervan heb ik even gezocht en ik vond dit bord waarvan ik niet weet wat ik ervan moet denken. Probeert men hier uit te leggen dat een snoek een vis is of zit er meer achter? Wil je een poging wagen om mij iets te sturen, klik dan op Haltenaam - alvast bedankt.

Busbrief 119  

We lezen in de media in 99 van de 100 gevallen over vervelende zaken die zich in het OV voordoen: agressie, ongevallen, branden, klachten over de meest uiteenlopende zaken en bedenk zelf nog maar een paar voorbeelden. De keuze is reuze. Ook wij doen vaak mee in dit negatieve sneeuwbaleffect, test het maar aan de eindpunten of tijdens 'stoere' gesprekken op de vestigingen. Je hoort met name de zaken die niet deugen langskomen want schelden is blijkbaar cool en afgeven op alles en iedereen lucht wel lekker op natuurlijk. Of het mopperen terecht is, is van minder belang. Hoe komt het toch dat mensen en zeker Nederlanders dit als een karaktertrek hebben omarmd? Zelf ben ik heus geen rasoptimist en ik kan heerlijk meedoen zo nu en dan maar ik kijk van nature meer als een realist om me heen. Vals optimisme is jezelf bedriegen om maar niet aan de realiteit te hoeven denken. Daar hou ik niet van.
Het is helaas niet anders dan dat we leven in een fantastische tijd waar in onze samenleving sprake is van onbeperkt hebben, hebben en nog eens hebben. Tot vorig jaar dan want toen kwamen de eerste berichten naar buiten dat de grafiek ging dalen en nog steeds haalde de meerderheid de schouders op en vertrok voor de zoveelste (vlieg)vakantie want 'the sky is (letterlijk) the limit'. Als vrolijke struisvogels staken veel mensen hun hoofd in het tropische zand. Die tijd is voorbij, de ernst van de huidige problemen is 'ingedaald' en de politiek probeert ons met paniekvoetbal slapeloosheid te besparen. Politiek links en rechts is de weg kwijt omdat in Nederland zelfbestuur praktisch verloren is gegaan. We mogen net doen of we de boel controleren maar, eerst in de achtergrond en nu steeds meer op de voorgrond, is Europa de bepalende factor geworden. Dat levert voordelen op, die momenteel niet populair zijn om mee te stunten omdat het cool is om ergens de zwarte Piet van de malaise naartoe te schuiven en zeker niet in de spiegel te kijken.
Je ziet, op de werkvloer gebeurt hetzelfde in het klein wat op wereldniveau in het groot gebeurt. Welvarend leven is als een weg die omhoog loopt. Je kunt met of zonder doping fietsen maar als die weg steeds steiler omhoog gaat, komt er een moment dat je tot stilstand komt, om nog maar niet te spreken van achteruit rijden of een vrije val. Zo zie ik het als realist. Ik heb er maar één remedie voor en dat is acceptatie. Je verzetten door op alles te schelden en te roepen wat anderen hadden moeten doen, is te makkelijk. Steek de hand in eigen boezem, open je ogen voor de werkelijkheid en begrijp dat negativiteit zeker geen oplossing biedt. Je hebt jezelf ermee en er verandert niets aan de problemen. Sterker nog, je vergroot de ellende waarschijnlijk voor jezelf. Begrijp mij niet verkeerd, ik onderschat niet waar veel mensen mee in aanraking komen door de terugval van de welvaart. Ik heb zelf een redelijk sobere levensstijl, ik ben nooit jaloers op de eigendommen van anderen en mijn prioriteiten zijn nogal opvallend anders dan bij veel mensen om mij heen. Dat is mijn keuze en ik misgun anderen hún keuze zeker niet maar we zijn allemaal geboren met een hoeveelheid grijze massa achter ons voorhoofd en daar mogen/moeten we zinnig gebruik van maken. Laat je niet in de luren leggen door wat je allemaal op de mouw gespeld krijgt maar doe eens een poging om zelf na te denken. De tijd dat je er vanuit kon gaan dat je zorgeloos kon leven en denken dat anderen de zorgen voor je oplossen, is echt voorbij. Neem je eigen verantwoordelijkheid.
Dat geldt ook voor het openingszinnetje van dit verhaal, bekijk het eens anders. We hebben een baan, weet hoe kostbaar zoiets is en realiseer je dat de tijd van overvloed definitief voorbij is. Schud de verwende gepamperde houding van je af en probeer je baan te koesteren. Wentel je frustratie niet af op je klanten maar denk er aan dat je zonder hen je hand op moet gaan houden bij een overheid die het huishoudboekje niet op orde heeft en dat met steeds kleinere uitkeringen zal proberen op te lossen. Ik heb de neiging om dit relaas af te sluiten met het woord 'Amen' want als ik het teruglees, lijk ik wel een zedenpreker maar dat is niet mijn bedoeling. Ik wil slechts uitdrukking geven aan mijn zorgen en hoop er, al is het maar één iemand, mee over de streep te trekken om het negatieve los te laten en realistisch in het leven te gaan staan. Ik beloof een volgende babbel luchtiger te houden.....

Busbrief 120  

Zoals in de vorige brief beloofd werd, zal ik deze keer een minder zwaarwichtig onderwerp aan de kaak stellen: de mens!! Luchtiger en vluchtiger dan een mens kan het toch niet worden. Elke dag zien we de bewijzen in de media. Hype na hype, trend na trend en gekte na gekte. Jullie kijken nu natuurlijk behoorlijk verongelijkt want niemand zal snel toegeven dat hij of zij een aanhanger is van de massahysterie. Consequent is de mens ook al niet want wat vandaag tot grote verontwaardiging aanleiding geeft, is morgen alweer vergeten want we moeten wel door natuurlijk en we willen geen moment iets missen van wat anderen voor ons bedenken. Media is een industrie waar slimme mensen proberen om ons wijs te maken dat we niet zonder kunnen, gebruik makend van de hebzucht en de naïviteit van de moderne mens. We zijn gewoon kuddedieren die behoefte hebben aan (mis)leiding. De wereld verandert op dit moment sneller dan de mensheid aankan.
"Je zou het toch luchtig houden" hoor ik jullie denken en dat is ook zo want wat ik hier boven geschreven heb, kan ik bewijzen aan de hand van wat voorbeelden.
We zijn in 2013 bezig om ons zonnestelsel te verlaten met een sonde grofweg ter grootte van een bus (3 x 6 x 17 meter). Het ding bevindt zich nu op een afstand van 9 nullen, te weten 18,5.000.000.000 kilometer, vanaf de aarde maar de meeste mensen in deze wereld zijn ondanks de moderne ontwikkelingen net als de neanderthaler, hoofdzakelijk bezig om slechts eten en drinken te bemachtigen. Veel mensen in Nederland denken dat ze natuur om zich heen hebben maar Nederlanders wonen in een zelfgecreëerd park want alles in ons land is door mensen aangelegd, er is niets hetzelfde als in de tijd dat wij hier nog niet rondliepen. En we gaan gewoon door met onszelf wijsmaken dat we slim zijn. We hakken bomen om en maken er tuinschuttingen van in plaats van een natuurlijke afscheiding van levende planten, struiken of bomen. Nee we hakken ze eerst om en zetten ze dan weer in de grond. Rarara.....
Waarom sterven en stierven natuurvolkeren uit? Omdat wij daar naartoe gingen om hen uit te leggen dat wij het beter konden. Als ze tegenstribbelden, straften we hen met wapens of soms was dat niet nodig omdat wij bacteriën meebrachten die het werk voor ons deden. Wat kralen, een spiegeltje en een paar miljoen bacillen waren voldoende om de hebzucht te bevredigen en land te veroveren. De wraak van deze uitgemoorde stammen en volkeren kwam zelfs na hun dood nog over ons want onze avontuurlijke '(zee)helden' kwamen terug met ziekten die daar in het zojuist veroverde gebied normaal waren maar die zorgden dat het in andere delen van de wereld slecht afliep met vele mensen. En denk nu niet dat dit alleen in de geschiedenisboekjes voorkomt want het is in de loop van de tijd alleen nog maar erger geworden. We gaan nu voor ons plezier op reis met camera, koffer en/of rugzak en nemen onze voorzorgen door medicijngebruik maar daarmee sluiten we niet alles uit. We worden door die medicatie op reis niet ziek maar brengen mogelijk wel iets mee waar de thuisblijvers niet tegen kunnen.
In het openbaar vervoer lopen we dan ook een groot risico want mensen in alle soorten en maten zitten en staan dicht op elkaar gepakt en dat is een toestand waar vele microscopische wezens een grote voorliefde voor hebben. Een kuchje hier en een onfrisse hand daar geven door waar voor gevreesd wordt, besmetting. Ach, zolang het een verkoudheid is, daar zijn we wel aan gewend in ons koude kikkerland, maar de laatste tijd heb ik een nieuw virus geconstateerd: het oranjevirus. En laat dit virus nou eens voor de verandering niet geïmporteerd zijn, tenminste niet heel recent want van oorsprong komt dit virus ook uit het buitenland heb ik mij laten vertellen. De wetenschap heeft er nog geen vaccin tegen gevonden maar de doktoren raden iedereen aan om de komende dagen bij de eerste verschijnselen direct naar bed te gaan en er zeker 2 weken in te blijven.
Dit was toch echt een luchtige busbabbel dacht ik zo. Eerst de ruimtevaart, vervolgens een tuinadvies, daarna vakanties en tot slot een vrolijk virus. Luchtiger kan ik het niet maken.

Afsluitend wil ik nog iets kwijt om ook eens over na te denken.
Punt 1: Een hobby doe je in je vrije tijd.
Punt 2: Werk doe je het grootste deel van je vrije tijd.
Conclusie: hobby = werk of werk = hobby
Ergens zit hier een denkfout, maar waar???

Busbrief 121  
Mensen zoals wij die veel langs de weg te vinden zijn, zien vaak niet meer wat er echt te zien is. Ik bedoel, toen ik in 1983 begon als buschauffeur vielen mij allerlei zaken op als ik mijn ritjes door straten, buurten en steden reed. Na verloop van tijd ga je 'afstompen' en vallen je minder dingen op. Ik weet nog wel dat mij de eerste jaren op verjaardagen steeds gevraagd werd wat ik zoal had meegemaakt en dan kon ik bij wijze van spreken urenlang vertellen. Later merkte ik dat ik veel meer moeite had om dan opnieuw origineel uit te pakken met nieuwe voorvallen. Ik zag blijkbaar niet meer hetzelfde als in de beginjaren. Met een duur woord: beroepsdeformatie. Het nieuwe is niet nieuw meer en de beroepsgrapjes kende men op verjaardagen intussen wel. Nu na 30 jaar wordt er soms wel weer gevraagd naar vroegere ervaringen. Op verjaardagen doen de verhalen het dan weer aardig want ik heb ook min of meer een nieuw publiek gevonden, jonger of gewoon omdat mensen komen en mensen gaan. Een sterk moment voor sterke verhalen is tegenwoordig een bijeenkomst van een jubilaris of een vertrekkende collega die dan tijdens een gemoedelijk kopje koffie geconfronteerd wordt met zijn of haar eigen voorvallen die in de herinnering voort zijn gaan leven. Ook aan de koffietafel komen de (sterke) verhalen regelmatig terug. Soms hilarisch, soms frivool maar steevast volgen er van alle kanten herkenbare gelijke ervaringen: weet je nog die of die, weet je nog toen en toen, weet je nog dat en dit.
Ik begon dit stukje met de opmerking dat we vaak niet meer zien wat er te zien is. Niet iedereen kijkt met dezelfde blik om zich heen. Ik betrap mezelf er nogal eens op dat ik verbaasd ben over het gedrag in het verkeer om mij heen. Ik doel hier niet op agressie, onbeschoftheid of domheid maar ik bedoel het lijdzame gedrag waar volgens mij zelden iemand bij stilstaat. Het gaat mij om de gemiddelde verkeersdeelnemer en niet de opvallende uitzondering die zich nergens aan wenst te houden. Neem nou een kruispunt met verkeerslichten. Daar zitten we dan in onze Heilige Koe, iemand heeft een streep op de weg getrokken en we hebben geleerd dat we dan tot die streep rijden of binnen die lijnen rijden. Als de lijntrekker die streep 50 cm verder had geschilderd dan waren wij daar gaan staan, heel gehoorzaam. Met een duur woord heet dat geconditioneerd. Nog een voorbeeld. We hebben geleerd dat een rood licht betekent dat je moet stoppen. En ja hoor, we zijn zo opgevoed dat we dat keurig doen (in de meeste gevallen). Daar sta je dan in je dure vierwieler te wachten op een gloeilamp van 100 Watt die geprogrammeerd toestaat dat wij om de beurt mogen gaan rijden. Ik weet heus wel dat zo'n lampje nuttig is en zonder al die lampjes hadden verzekeringsmaatschappijen nog meer werk dan ze nu al hebben maar het gaat mij om het idee.
Als je dus naar zaken kijkt die je normaal niet meer ziet, maakt dat het leven verbazingwekkend boeiend. Kijken en zien zijn niet hetzelfde, net zoals horen en luisteren. Probeer het maar eens en ik ben benieuwd of je dan zelf voorbeelden zult opmerken zoals een stopstreep of een 100 Watt lampje. Een hond kun je trainen met geluiden. Bij een bepaalde 'ping' of 'klik' zal de hond reageren en wij vinden dat meestal verwonderlijk maar als je goed oplet doen wij precies hetzelfde, zeker in deze tijd waar digitale geluidjes automatische reacties opleveren. Ik moet nu stoppen want ik hoorde een geluidssignaal uit de keuken komen, tot de volgende babbel.
Busbrief 122  

Wat kan ons werk toch ontzettend leuk zijn. Ik schrijf opzettelijk 'kan' want om iets leuk te krijgen heb je 2 zaken nodig: iemand of iets moet leuk zijn en iemand anders moet dat leuk vinden. Een soort oorzaak en gevolg. In een bus zijn beide factoren aanwezig maar je moet het wel zien en soms zelfs in gang zetten. Er zijn chauffeurs die vinden het allemaal maar gedoe en die verkopen zichzelf zelden goed. Ze besturen de bus, verkopen een plaatsbewijs en verlangen naar hun afstaptijd. Dat zijn collega's die eigenlijk de verkeerde baan hebben gekozen want als je met mensen te maken hebt, kun je er veel meer uithalen. Je kunt een bus op 2 manieren besturen. Letterlijk en/of figuurlijk oftewel je kan van mening zijn dat aan het stuur draaien voldoende bus besturen is en alles eromheen zien als hinderlijk. Zulke collega's zijn natuurlijk niet te bestempelen als visitekaartje van het bedrijf. Nee, dan de collega's die een bus ook figuurlijk besturen, zij sturen de sfeer aan in de bus door passagiers als een aangenaam extraatje te zien. Op een zandwagen heb je die kans niet want met een kuub zand valt weinig te lachen en een besteldienst die internetbestellingen in pakjes rondbrengt, vindt slechts zelden iemand thuis in onze slaapsteden en Vinex wijken. Nee dan op de bus, alle types kom je er tegen en als je het spel een beetje weet te spelen, is dat de slagroom op de taart als je begrijpt wat ik bedoel. En dat heeft niets te maken met het aantal jaren dat iemand ons beroep uitoefent want die houding zie ik terug in nieuwe collega's maar gelukkig ook nog bij een hele grote groep oudgedienden. Het hoeven geen complete cabaretvoorstellingen te worden maar met een paar korte zinnen of opmerkingen kun je de sfeer volledig naar je hand zetten en dan merk je al gauw dat een dienst van 9 uur veel korter lijkt te zijn. Ik merk het al bij de start, d.w.z. als collega's bij elkaar komen bij aanvang dienst en even bijkomen onder het genot van een bakkie koffie. Er zijn van die dagen dat er constant 'een dominee voorbij loopt' maar met een kleine handigheid, een absurde opmerking of een sneer waardoor iemand gaat reageren, kun je de boel op gang helpen en tot mijn grote tevredenheid ontstaat er in de meeste gevallen een sneeuwbaleffect en bemoeien steeds meer collega's zich ermee en davert de lach al snel door de ruimte. Exact dit is op de bus ook te doen, gewoon een vriendelijke opmerking of een gemeende groet zal in veel gevallen positief werken. Niet altijd, want chagrijnen zul je altijd houden maar je hebt gekozen voor dit beroep wetende dat je met publiek te maken hebt dus handel daar dan ook naar. Het maakt je werk zoveel leuker.

Busbrief 123  

Nog maar een paar jaar en bijna alles wat mij dierbaar is geweest in het OV, zal verdwenen zijn. Ik bedoel dat het geel volledig gaat verdwijnen. Lange tijd de standaardkleur van en in het OV maar als huiskleur van bussen al langere tijd passé en ik denk dat de vertrouwde halteborden nu ook gaan sneuvelen. Bepaalde vervoerders vervangen het geel al door hun eigen kleuren zodat er b.v. een groen haltebord langs de weg staat. Een goed idee? Ik vind van niet want vooral in een omgeving met veel bomen, struiken en andere plantaardige gewassen is groen (of een andere donkere kleur) niet echt iets dat er uitspringt. Leuk maar (niet heus) voor de passagier die slechts een enkel keertje met de bus op reis gaat en de juiste plaats van een bushalte niet weet. Geel zag je al van verre en dan liep je doelbewust naar de juiste plek maar nu moet iemand op goed geluk een kant op lopen en dan met datzelfde goed geluk tussen het gebladerte gaan zoeken. Geen idee wat hiervan de winst is, geef mij maar dat vrolijke geel. Een andere verandering betreft de vorm van het bord. Langs provinciale wegen in mijn regio verschijnen halteborden die vertikaal uitgerekt zijn. De buslijnen staan nu niet naast elkaar op het bord maar onder elkaar. Echt nuttig? Ik zou het niet weten. Er wordt veel geld uitgetrokken voor zaken die prima en vertrouwd ingeburgerd waren. Zonde, maar gelukkig zijn de borden nog wel geel!!
De onervaren reiziger krijgt al jaren te maken met versnippering in het OV, een lappendeken van bedrijven. Ik begrijp natuurlijk prima hoe dat allemaal tot stand is gekomen want geld is overal de oorzaak van. Het nobele idee dat de klant hoog in het vaandel stond is al lange tijd uit de gratie al zal men dat nooit toegeven. Al de mensen die dit beleid uit moeten voeren doen dat met de beste bedoelingen maar het is behelpen geworden. Niet alleen in het OV is die nare ontwikkeling ontstaan, in de meeste sectoren van de maatschappij zijn we de weg kwijt. Er is slechts één ding dat klanten trekt en dat is duidelijkheid. Of je vroeger in Friesland de bus pakte of in Limburg, het maakte niet uit, het zag er allemaal eender uit en het functioneerde uitstekend. Misschien was het financieel niet helemaal van deze tijd maar ik verlang heel sterk naar een soort VSN (Verenigd Streekvervoer Nederland) waarin alle bedrijven opgenomen zijn met de zorg en verantwoording voor een eigen budget. Dus niet tegen elkaar opbieden en daardoor jezelf steeds verder uitkleden maar gewoon elk jaar een budget krijgen waar je het mee moet doen. Je kan daardoor uniformiteit uitstralen naar de klant en de verwarring die op dit moment op grote schaal onze goedbedoelde inzet op de werkvloer teniet doet, voorkomen. Klinkt goed toch? Jammer alleen dat de oorzaak vermoedelijk in Europese regelgeving gezocht moet worden en dat daarmee de meeste verantwoordelijken, inclusief de minister, overruled worden. Prima hoor dat er gezocht is naar een Europa dat onderlinge samenwerking promoot maar ik heb zo'n simpel vermoeden dat het allemaal wat doorgeslagen is en dan druk ik mij nog maar heel voorzichtig uit.

Busbrief 124  

Grappig om te merken dat nieuwe collega's met dezelfde verhalen, opmerkingen en beroepslol aan de koffietafel komen als ruim 30 jaar geleden. Er is in de maatschappij zoveel veranderd maar beroepsgrapjes zijn blijkbaar onverwoestbaar. Menig collega zie je tegenwoordig vaak niet eens meer in de eindpunten want rustig in je bus met je smartphone de pauze gebruiken is geen uitzondering meer. Dit om te schetsen dat het digitale tijdperk het sociale leven heeft verdrongen met de sociale media. Gekscherend vraag ik weleens aan 2 collega's die wel 'gezellig' hun pauze gezamenlijk doorbrengen, turend op hun touchscreen: "Zijn jullie met elkaar aan het chatten?....." Nieuwe collega's raad ik altijd aan om zoveel mogelijk contact te maken met ervaren collega's. Ten eerste heb je een grotere kans dat je opgenomen wordt in de groep maar belangrijker nog is het luisteren naar de manier waarop er gesproken wordt over zaken waar je op de werkvloer mee te maken hebt en/of krijgt. Verstandig is het daarbij wel om niet alle gesprekken letterlijk te nemen want sterke verhalen zijn van alle tijden en dus ook gangbaar onder buschauffeurs. Volgens goed gebruik worden er regelmatig verhalen verteld die volledig uit de duim zijn gezogen en ook via de 'mobilofoon'gesprekken komt er soms informatie binnen waar je mee moet uitkijken. Wie zegt het en waarover gaat het. Ervaren chauffeurs herkennen de stem en weten dat ze soms moeten uitkijken wat de informatie waard is maar met het gebruik van een beetje gezond verstand steek je toch altijd wel wat op van de smeuïg vertelde verhalen. Er zijn nieuwe collega's die denken dat bijdehand gedrag nuttig en nodig is om mee te doen. NOOIT doen want je prijst jezelf uit de markt. Kijk de kat uit de boom en doe zo nu en dan een duit in het zakje maar altijd voorzichtig want voor je het weet ben je 'aan de beurt' en zit je met rode konen en ben je ongewild het middelpunt van de aandacht. Bij ons in de vestiging in Delft moet je het wel heel bont maken, wil je buitengesloten worden maar het komt incidenteel voor. Het voordeel van ons werk is dat je niet de hele dag met een collega opgescheept zit. Je doet een 'bakkie' met elkaar en verder heeft iedereen zijn eigen werkplek achter het stuur waar niemand lastig gevallen wordt over zijn of haar werkwijze en gedrag zolang dat niet leidt tot klachten. Daarom is het van belang om de schaarse momenten tijdens je dienst (de pauzes) te vullen met een praatje en een grapje. Het haalt van veel zaken de druk weg, je kan je hart luchten en 9 van de 10 keer vervolg je je dienst weer fris. Laat ik daarom een oproep doen aan alle digiverslaafden om Twitter, Facebook, Whatsapp en what al meer, tot een privé terrein te bewaren en gewoon mee te doen met de sociale cultuur in ons werk dus stap uit die bus, loop even naar de eindpuntvoorziening (strek je gelijk even je benen) en biedt je collega's een bakkie aan. "Wil iemand een bakkie?" is zo ongeveer het beste wachtwoord dat je kunt gebruiken. Dan sta je als nieuwe collega al met 1 been in de groep!!

Busbrief 125  
De terreur van het voorste stoeltje
 
Herkennen jullie dit??

Kom je aanrijden met een al dan niet bijna lege bus waarvan het rechter stoeltje nog vrij is. Er staan bij de volgende halte een aantal mensen te wachten die hun hand opsteken dus mee willen.
Tot zover niks mis, dat is ons werk tenslotte, en daar worden we voor betaald. Maar, let eens op, 85% van die mensen staat daar tegenwoordig een beetje wezenloos met hun hoofd gebogen en 1 hand vooruit. In hun hand een stuk elektronica waarvan we 20 jaar geleden nog geen idee hadden dat zoiets ooit zou bestaan. Het begon met de jeugd maar tegenwoordig ook mensen van middelbare leeftijd en een enkele keer zelfs een oudere heer of dame. Een grote groep smartphone terroristen bestaat uit jongedames van tussen de 15 en 20 jaar.
Nou, daar gaan we: Voordeur open, “bliep”, meestal nog een paar keer een “bliep” want het lukt vaak niet in 1 keer om de chipkaart te activeren. Zonder iets tegen mij te zeggen of mij aan te kijken, ontstaat er een run op dat voorste stoeltje, want ze willen natuurlijk wel in het zicht blijven hè! En vlak bij de chauffeur is de kans om gepest te worden een stuk kleiner want op de achterbank zitten natuurlijk de branieschoppers.
We gaan rijden en voorts kun je als chauffeur meegenieten van een telefoongesprek of al dan niet harde pokkenmuziek waarvan wij alleen de bastonen horen. Vaak als ze een spelletje spelen hoor je een hoop gepiep in diverse toonsoorten en tussendoor nog veel meer andere herrie van meldingen door Whatsapp, Twitter of Facebook. Iedereen heeft tegenwoordig z'n eigen geluiden dus met een bus vol mensen is de sfeer vergelijkbaar met een middelgrote kermis. De gemiddelde bus doet tegenwoordig niet meer onder voor een kassa-eiland van een doorsnee supermarkt qua herrie en piep- en bliepgeluiden.
En natuurlijk, je kunt de persoon vragen of het geluid zachter of uit kan, maar als ze zijn uitgestapt, komt binnen no time de volgende binnen en zo gaat dat de hele dag door.
Ikzelf noem dit "de terreur van het voorste stoeltje", en ik verlang met weemoed terug naar de Caetano bussen die wij geruime tijd in Delft hadden rijden, die hadden namelijk geen stoeltje op die plek vlak achter de voordeur. Daar zat een forse verhoging, de wielkast, met daarboven de mogelijkheid om bagage te plaatsen waardoor ik verstoken bleef van de geluidsterreur op heel korte afstand.
Ik ben benieuwd of er collega’s zijn die zich hierin herkennen? Er wordt onderling voor zover ik het merk eigenlijk nooit over gesproken.
Voor de rest heb ik geen problemen hoor, ik kom nog steeds graag naar de Schieweg (vestiging Delft) en ach, als je thuis bent is het ook weer vergeten. Maar het blijft super irritant. Ah, ik hoor net mijn magnetron......

Dit wilde ik even kwijt,
groeten,
Walter Jansen
Busbrief 126  
Wat mijn hobby in mijn ogen zo leuk maakt, is dat ik veel mag ontvangen van wat anderen weg willen gooien. Regelmatig word ik aangesproken door collega's die thuis geconfronteerd worden met een echtgenote in opruimhumeur. Of dat door hormonen ontstaat of gewoon een vrouwelijke eigenschap is, weet ik niet maar ondanks gelijkheid tussen man en vrouw op vele terreinen, is de opruimwoede in 9 van de 10 gevallen voorbehouden aan de vrouw. En ik vind dat geweldig want het levert memorabilia op oftewel nostalgische spulletjes. Dienstenboekjes uit de vorige eeuw, bijzondere plaatsbewijzen, een historische 'lap' van een even historische controleur maar ook spulletjes die een pr-waarde hebben gehad zoals een liniaal van Westnederland, waxinelichtjes van de NZH, een tegeltje als prijs voor het meedoen aan de behendigheidswedstrijden tussen 1983 en 1988. Sleutelhangers, blikopeners, stickers, storingsstrookjes van ZWN, instructiefolders van de ESOfoon en InfoXX enz. enz.
Het zal daarom niemand verbazen dat ik genoeg laatjes, kastjes, dozen en planken vol heb met herinneringen aan een rijk OV busverleden. Ik kan mij best voorstellen dat er nu lezers zijn die meewarig hun hoofd schudden en vinden dat ik dringend hulp nodig heb maar laat ik iedereen geruststellen: ik hinder er niemand mee, ik ken mensen met ernstigere hobby's en ik kan anderen ervan laten genieten zonder dat ze die 'rommel' zelf hoeven te bewaren. De busbriefpagina profiteert regelmatig van deze verzameling en als ik nog eens mee mag maken dat ik met pensioen kan, zijn er daardoor ruime mogelijkheden om een soort museum in te richten.
Het grappige is dat ik merk dat er veel spullen zijn waarvan je in die tijd dacht "wat een rommel, wat moet ik ermee" en dat je bij een nieuwe dienstregeling het hele ouwe zooitje in het grijze archief deponeerde. Na 10, 20 jaar of langer hoor je echter nu een verzuchting onder mensen die in die periode in OV-dienst waren. Men vindt het meestal leuk om terug te zien en warme gevoelens jegens die tijd borrelen zonder moeite op. Zou dat dus met de nu gangbare zaken ook gebeuren? Zouden mensen over 30 jaar met weemoed terugdenken aan 2014? Ik ga ervan uit dat zoiets inderdaad staat te gebeuren. Deskundigen voorspellen dat de maatschappij van 2044 dusdanig anders is dat we ons daar nauwelijks een voorstelling van kunnen maken. Hierbij doe ik dan ook een oproep om niet alles weg te gooien want wat wij nu normaal vinden, zullen mensen in 2044 met verbazing bekijken. Ikzelf zou dan de gezegende leeftijd van 90 jaar hebben, als ik het ga redden, en ik neem optimistisch aan dat ik dan zeker al 10 jaar met pensioen ben. (bedankt regering) Mochten jullie er dan ook nog zijn, kom dan gerust eens langs in mijn privé museum, dan hoop ik een ouderwetse koffieautomaat te hebben staan en onder het genot van een bakkie halen we herinneringen op.
Tot slot kom ik tot de verrassende conclusie dat het dus eigenlijk heel goed uitkomt dat ik niet getrouwd ben want anders zou het zomaar kunnen gebeuren dat mijn verzameling op een dag langs de stoeprand staat voor de verzamelaar van de gemeente die wekelijks komt inzamelen......
Busbrief 127  
Bellen in de bus
Opnieuw een inzending van een lezer (bewerkt door de redactie). Dit keer Hans de Vries.
Naïef, onnozel of gewoon dom?
Het speelt in de Connexxion-tijd, toen wij nog lijn 204/206 van Zoetermeer naar Leiden v.v. reden. (Nog zo'n geval van verloren gegane lijnen die zorgden voor veel werk - redactie, zie mijn verhaal bij het hoofdstuk 'Abri's en Haltes')
Hans vervolgt: Ik rijd op een vroege maandagochtend mijn dienst naar Leiden. Tegenwoordig ergert iedereen zich aan bellende medemensen en heeft het smartphonevirus uitgebreid om zich heen gegrepen. Ook in het begin van deze eeuw, was de mobiele telefoon aan een opmars bezig zoals ik die dag merkte. Op de eerste bank naast de instapdeur nam een jongedame plaats die na een paar minuten een telefoongesprek begon. Er zijn mensen die het stemvolume keurig binnen de perken houden maar er zijn helaas ook mensen die menen dat degene aan de andere kant van de lijn aan de dove kant is want het volume zorgt er dan voor dat de hele bus kan meegenieten van de bakvis belevenissen die ongegeneerd de revue passeren. Deze jongedame zat er met haar stem net tussenin, niet te hard maar toch hard genoeg om te kunnen genieten van haar levenswijsheid en haar intelligentie. Ze had schijnbaar een vriendin aan de lijn aan wie ze vertelde dat een vriendin van een andere vriendin, deze meiden schijnen te barsten van de vriendinnen, op zaterdag bij haar was komen lunchen. Deze vriendin was echter fanatiek vegetariër en wilde dus absoluut niets eten of drinken van dierlijke komaf. Via wat omzwervingen in het gesprek omtrent de voors en tegens van vegetariërs, het weer, de laatste mode en nieuwe pumps, kwam het gesprek op een onverklaarbare wijze toch weer terecht op de eerder vermelde dierlievende vriendin. Ze vertelde het luisterende oor aan de andere kant van het praatijzer (gecensureerd:red.), dat de vegetarische vriendin ook al geen koffie en/of thee lustte. (Sommige mensen beperken het genieten nou eenmaal in hoge mate). "En om nou water te geven bij de lunch....., ik heb toen maar karnemelk gekocht want dat komt toch niet van een koe, of wel?" Je begrijpt dat onder de andere passagiers hilariteit ontstond, het gegniffel was tot in de chauffeurscabine te horen. Het meisje realiseerde zich dat ze voor schut stond en kleurde tot in haar nek. Dat stond wel charmant bij haar donkere haar want deze 'slimme' jongedame in kwestie was nog niet eens blond.....
Busbrief 128  
Radio luisteren

De wereld verandert in een rap tempo. Op veel terreinen is het één nog niet gelanceerd of het volgende staat al in de etalages. Zelfs etalages worden verdrongen door de digitale etalage van het internet. Als je bedenkt dat de radio pas 100 jaar geleden zijn intrede deed dan besef je de ontwikkelingen goed. Voor die tijd was er dus niets op het gebied van geluidsdragers en zendapparatuur. Muziek hoorde je nauwelijks, soms op de hoek van de straat van een muzikant en nieuws vernam je in veel gevallen van de stadsomroeper die met een trompetje aandacht vroeg voor zijn mededelingen en dit straat voor straat herhaalde. Ongelofelijk dat dit nog maar zo kort terug normaal was. Geen lp's, cassettes, video's, cd's en smartmedia met honderden zenders, en dit is nog maar het begin zo voorspellen de ingewijden.
Waarom begin ik hierover? In het huidige openbaar vervoer speelt geluid een behoorlijke rol. Er wordt automatisch omgeroepen, de stopknop indrukken levert een scala aan pieptonen of alarmsignalen op en bij veel bedrijven wordt het als service beoordeelt om op de achtergrond muziek toe te staan. Daar zijn dan weer bij de spoorwegen de stiltecoupes voor uitgevonden want stilte is een zeldzaamheid aan het worden. Toen ik in het OV begon was het not done om tijdens je dienst een radio mee te nemen, laat staan aan te zetten. Daar werd door de meeste controleurs fanatiek op gelet maar als je tijdens een rit een streng geüniformeerd persoon bij een halte zag staan, was de volumeknop al snel uitgedraaid. Daar had men de volgende oplossing voor bedacht: er mocht geen (transistor)radio onder handbereik aanwezig zijn. In je tas, om tijdens je pauzes te luisteren, werd getolereerd maar verder niet. Tegenwoordig halen we onze schouders op en zeggen we al gauw: 'Hebben ze niets beters te doen?' maar ik zal vertellen wat mij in mijn begintijd op de bus overkwam zodat je snapt dat het geen kinderspelletje was. Ik reed met lijn 59 (toen nog) naar Maassluis en in Maassluis stapte plots als een duveltje uit een doosje een controleur in. Hij vroeg mij stempel op een papier te zetten waarmee hij zijn baas weer kon laten zien wat hij die dag uitgespookt had. Het was een vrij lange man met een joviale uitstraling maar die vriendelijkheid kon zomaar opeens omslaan in een strenge toon. Plots vroeg hij mij om mijn handen in de lucht te steken. Ik keek hem wat glazig aan en snapte niet wat hij vroeg. "Steek je handen omhoog", zei hij nogmaals. Hij had geen wapen in zijn handen dus een overval leek mij uitgesloten maar wat was dan de reden van deze dwaze opdracht? Ik speelde het spel maar mee en ik stak mijn handen omhoog. "Tja, dat is een kwalijke zaak", zei hij, "je radio ligt onder handbereik!" In die tijd zaten er in de bussen bagagenetten over de gehele lengte van de bus en ook in de chauffeurscabine zat een klein netje en daarin had ik mijn radio gelegd na mijn pauze. Ik lachte wat schaapachtig want ik begreep zijn vreemde vraag nu beter. Gelukkig volgde er geen lijfstraf of een proeftijd maar mij werd duidelijk gemaakt dat ik in overtreding was en dat hij hier bij een volgende keer werk van zou maken. In dit geval zag hij het door de vingers omdat ik nog maar pas in dienst was. Bij Maassluis station stapte hij uit en groette vriendelijk maar ik wist nu dat hij 2 gezichten had en hield daar, de jaren dat hij bij ons werkte, altijd rekening mee. Een gewaarschuwd mens geldt en telt voor 2, letterlijk en figuurlijk.
Busbrief 129  

Taal is een handig middel om elkaar zaken duidelijk te maken. Soms is een blik voldoende maar meestal hebben we woorden nodig. Elk beroep heeft buiten het 'normale' taalgebruik ook te maken met jargon. Jargon betekent vaktaal. Ook binnen een groep min of meer gelijkgestemde mensen speelt jargon een rol. Dan heet het geen vaktaal maar groepstaal. Luister je naar een groep rappers dan zullen er woorden gebruikt worden waarvan het bestaan niet eens bekend was bij de meeste mensen van buiten die rap cultuur. Straattaal komt daar dichtbij. Een andere gespecialiseerde groep vind je bijvoorbeeld bij de visfanaten. Zij spreken visserslatijn, of het om hengelaars gaat of om aquarium liefhebbers, het maakt niet uit maar er gaan termen over tafel die een kaartspeler aan de bridgetafel niet zal snappen. Andersom waarschijnlijk eveneens niet. Ook in de buswereld spreken wij ons eigen ABN oftewel Algemeen Busschaafd Nederlands. Wij hebben het over vetag of b.v. een rondje 69. Of 'mijn tijd opzoeken' is als interne uitdrukking geen probleem maar een buitenstaander zal vragen of wij geen horloges mogen dragen. Morgen heb ik de mooiste dienst die er is betekent voor de meeste collega's dat ze morgen vrij zijn. Andere diensten zijn ook prima want het gros van de chauffeurs werkt met plezier maar de mooiste dienst heeft toch vaak de voorkeur. Zit jij morgen op de stad? Een vraag die bij veel mensen de wenkbrauwen zal doen fronsen.
Helaas wordt taal ook minder leuk en creatief gebruikt. Het schijnt niet anders te kunnen maar stopwoordjes zijn een treurige taalvorm en daardoor een doorn in mijn oog. Vooral als je er op gaat letten want dan blijkt dat bijna niemand meer een normale zin uit kan spreken zonder het gebruik van het woordje 'eigenlijk' of 'met name' of 'zeg maar' of 'gewoon'. Ik tel weleens het aantal keren dat iemand dat in korte tijd gebruikt. Een goede raad: doe het niet want eenmaal erop geattendeerd, kun je nauwelijks nog naar mensen luisteren zonder te letten op hun beperkte taalgebruik. Probeer het maar eens met het weerbericht op televisie. De ene mevrouw of meneer doet het erger dan de andere maar er is wordt dan b.v. een depressie aangekondigd en dan met name boven Duitsland of het regent morgen met name in het noorden van Nederland enz. enz. Er zijn genoeg alternatieven maar nee hoor het is met name wat de klok slaat. Gebruik in zulke gevallen eens het woordje vooral of hoofdzakelijk dus hangt de depressie vooral boven Duitsland en regent het hoofdzakelijk in Noord Nederland.
Een andere modegril op taalgebied is een hardnekkige uitdrukking die al jaren in gebruik is, namelijk 'ik heb zoiets van....' en dan volgt er van alles. Geen probleem om het eens een keertje te zeggen maar het nadeel van stopwoordjes en zinnen is dat de gebruiker daarvan verslaafd raakt aan zo'n gewoonte. Krom taalgebruik hoor je ook in opmerkingen als: ik ben (er) een beetje ziek/moe/klaar mee/toe aan vakantie enz. Alleen 'een beetje verliefd' is min of meer geaccepteerd als een geschikte term maar slechts omdat het een titel is van een liedje. Ik snap trouwens niet hoe je een beetje verliefd kunt zijn. Volgens mij is dat met oprechte verliefdheid onmogelijk want dan ben je of 200 % verliefd, en niet zo'n klein beetje ook, of je bent niet verliefd. Er tussenin zit hooguit een avondje uit en een gezamenlijk beschuitje in de ochtend waarna de verliefdheid overslaat naar een ander.
Ga je opletten dan hoor je steeds meer taalgebruik waar de kracht al lang vanaf is. Al met al misschien een reden om niet alleen in de spiegel te kijken maar ook eens een soort luisterspiegel te gebruiken. Betrap je jezelf op zulke zinloze zinnetjes, probeer daar dan verandering in aan te brengen want dat scheelt voor toehoorders enorm. Ik heb met name zoiets van eigenlijk gewoon een beetje minder zeg maar. Bedankt.

Busbrief 130  

In de surftips staat een link naar boeken over het OV. Daar hoort dit net verschenen boek ook bij maar vanwege de foto en de prima toelichting wilde ik de busbabbel deze keer benutten om aandacht te vragen voor de NAL. Het door velen lang verwachte boek 'De bus van Langhout' is 1 mei verschenen. Uitgever is Boekscout. Het boek zal later officieel gepresenteerd worden aan oud-NAL-directeur Piet Langhout (81) in Ter Aar. 'De bus van Langhout' telt 285 pagina's op formaat A5 en vele tientallen foto's in kleur en zwart wit. Bijgaande foto siert het omslag van het boek. Hans van der Wereld (auteur)

Geschiedenis autobusonderneming NAL te boek gesteld:
Onder de titel De bus van Langhout heeft de Alphense historicus Hans van der Wereld de geschiedenis van de autobusonderneming NAL (Nieuwkoop – Alphen aan den Rijn – Ter Aar) van de familie Langhout uit Ter Aar te boek gesteld. In een bijna 300 bladzijden tellende uitgave, die voorzien is van veel foto’s, wordt het voormalige busbedrijf in de herinnering teruggeroepen. Het boek gaat diep in op het wel en wee van de onderneming, die in 1923 in Woubrugge werd opgericht en in 1926 door chauffeur/firmant P. Langhout voor eigen rekening in Ter Aar werd voortgezet. In al de jaren dat de onderneming bestond – per 1 juli 1980 werd de exploitatie van de lijnen van de NAL door Centraal Nederland overgenomen – is het Teraarse bedrijf altijd een kleinschalige autobusonderneming geweest. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog had Langhout nooit meer dan zes bussen. Een dienst Ter Aar – Leiden werd toen nog niet door Langhout geëxploiteerd. Dat kwam pas toen Langhout het in Woubrugge gevestigde bedrijf ADWAL (Autobusdienst Woubrugge – Alphen aan den Rijn – Leiden) overnam. Deze ADWAL was voordien eigendom van Keessen.
De NAL was sinds 1930 gevestigd op de hoek van de Aardamseweg en de Westkanaalweg in Ter Aar, op de plek waar nu sporthal De Vlinder staat. De NAL is definitief geschiedenis geworden. In het boek De bus van Langhout is ook veel aandacht voor het wagenpark van het bedrijf. Alle bussen die in de loop der jaren door Langhout zijn gebruikt passeren de revue. Ook diverse chauffeurs van de NAL komen voor het voetlicht. Zij vertellen over hun jaren bij de NAL. De bus van Langhout is een interessante uitgave voor de bewoners van de Rijnstreek.

Busbrief 131  

Zoals eerder in deze brief een hoofdstuk bestond uit foto's van Arthur, zo heeft hij ook nog een anekdote meegestuurd over dit stukje info: De filmkast filmt Anreperstraat. Hier woonde jarenlang de stadsbuschauffeur van Assen. Hij is zijn carrière begonnen in 1978 op waarschijnlijk de 66. Na de overname van Harmanni is hij mee overgegaan naar de DVM. Daar hebben ze nog geprobeerd de man op lijnverkenning te sturen op de streeklijnen. Dagen met de man op pad geweest maar het lukte niet echt. Ze hebben hem verder met rust gelaten op de stadsdienst tot aan de Arriva tijd.  

Op een avond in de periode dat men nog dacht dat hij best ook streeklijnen kon gaan rijden, stuurde men deze man met een Dennis op lijn 21 van Assen naar Emmen. (Dennis is een Engelse busbouwer en fabrikant van speciale voertuigen, gevestigd in Guildford in Surrey. Het bedrijf werd opgericht in 1895 als Dennis Brothers Ltd. Dennis kent twee grote groepen van producten: brandweerwagens en bussen. Daarnaast bouwt het ook veegwagens en voertuigen voor vliegvelden)
Bij het dorp Grolloo, ja ja bekend van Harry Muskee oftewel Cuby and the Blizzards, ging het mis. De wegbeheerder had om de snelheid uit het verkeer te halen letterlijk springschansen aangelegd. Dat was dus iets dat ver vooruit liep op wat wij de afgelopen jaren zelf aan den lijve hebben mogen ervaren. Springschansen hebben nu de titel verkeersdrempels en kunnen ook nu zeer gemeen zijn. Deze chauffeur wist van niets en reed met 80 kilometer per uur de eerste drempel over. De Dennis kwam los van het wegdek en de geldkist vloog uit de houder en verspreidde zich rinkelend en rollend door de bus. Geschrokken remde hij af en kwam tot stilstand voorbij de drempel. Hij keek geschrokken rond en zag dat de inhoud van de geldkist overal in de bus lag. Lijkbleek stapte hij achter het stuur vandaan en al snel stond er een politieauto achter hem met twee geschrokken dienders die het hadden zien gebeuren. "Of het wel ging", vroegen ze, de chauffeur zei "ja ik wist niet dat die krengen hier lagen".
De Dennis heeft de klap helaas overleeft en streeklijnen hebben ze deze chauffeur maar verder niet meer laten rijden.

Ook nu nog rijden er Dennis bussen rond en tegenwoordig zijn dat modern uitgevoerd wagens maar in de tijd rond 1978 had men nog nauwelijks gehoord van luchtvering in een bus en bestond het gros van de bussen uit een vrachtwagen chassis met meestal bladveren en daar moest je het van hebben. De stoelen waren in die periode van een betere kwaliteit dan de triplex zittingen van tegenwoordig en dat is te zien in het eerste hoofdstuk 'Zwart-Wit' van deze busbrief. Zo'n 'moderne' drempel in de weg had dan ook een ongekend succes en buiten het rollen van de munten uit het geldblik, zullen er zo nu en dan zeker ook wat kunstgebitten een eigen leven zijn gaan leiden. In die tijd kwamen de eerste bussen met een veerstoel. Letterlijk een stoel met een veer die je in kon stellen om het gewenste verende effect te bereiken. Allemaal knoeiwerk vergeleken met wat er tegenwoordig rondrijdt. Luchtgeveerde en optimaal verstelbare stoelen in een luchtgeveerde bus. Het enige wat je nu nog merkt is dat zo'n bus, met voor 90 % van de vloot een motor achterin, zo stil geworden is dat elk rammeltje op gaat vallen. Dat heeft uiteraard ook te maken met het lichte materiaal om het brandstofverbruik terug te dringen want vroeger reed je in zwaar uitgevoerde wagens en rammelen deden de bussen slechts omdat het wegdek bestond uit klinkers en 'kinderhoofdjes'......

Busbrief 132  

Soms lees je berichten waarvan je niet zeker weet of het nep is of serieus. Ik kijk dan eerst op de kalender om zeker te weten dat het geen 1 April is. Het bericht dat het online bedrijf Amazon overweegt om pakketjes via het OV te versturen zorgde dat ik gelijk een onderwerp voor deze busbabbel heb. Ik stel me daar namelijk iets bij voor dat mijn lachspieren activeert maar zo'n gerenommeerd bedrijf zal vast geen onzin lanceren. Toch zie ik het al voor me: 's morgens vroeg gaan de chauffeurs eerst langs de sorteerafdeling waar ze dan een vrachtje pakketten in ontvangst nemen. Dat deponeren ze dan ergens in de bus en dan zal er onderweg wel iemand staan die dan tekent voor ontvangst en naar huis gaat met zijn of haar pakket. Het moet toch niet gekker worden!! Toch overweegt men iets dergelijks. Lees dat maar in de link onderaan deze busbabbel.......
Ik ben niet echt een persoon die oude gewoontes en vertrouwde zaken kan loslaten maar ik verbaas me er al jaren over dat postbezorging nog vrijwel op dezelfde manier geschiedt als tientallen jaren geleden. De boel is anders georganiseerd en uiteraard meer geautomatiseerd maar verder komt er nog steeds iemand aan de deur die dan iets door de gleuf schuift of aanbelt en het afgeeft. Ooit kwam alles aan de deur: de melkboer, de bakker, de groenteman, de olieman, de lorrenboer, de schillenman en ga zo nog maar even door. Al deze beroepen zijn verdwenen en we gaan nu met z'n allen naar de supermarkt en halen zelf alles in tassen en karretjes. Gezellig boodschappen halen en daarna sjouwen we alles naar huis. Daar hoor je niemand meer over klagen, het is normaal geworden. Alleen de postbode komt nog steeds langs. Vreemd toch? Ik gun natuurlijk alle postbodes hun werk maar het gaat mij nu even om de redenering. Waarom geen wijkgebouwtje waar alles samen onder 1 dak zit. De geldautomaat en de andere zaken die nu door bladenwinkels worden afgehandeld, kunnen dan weer het ouderwetse loketwerk overlaten aan het Postbedrijf en dus ook de brieven en pakketjes. Ik kan bijna 24 uur per dag brood halen of een krat bier maar de postbezorging krimpt steeds verder in en bij mij nog maar 4 keer per week. Laat mij lekker zelf kiezen wanneer ik de boel op kom halen. De pakketpost groeit en groeit door de online aankopen en de bezorger staat steeds maar aan te bellen bij mensen die overdag werken en uiteindelijk alsnog later in de week de boel zelf op gaan halen. Zeer inefficiënt is mijn conclusie.
En dan nu weer dat onzinnige idee om het OV er in te betrekken. Straks rijdt de bus rond als een moderne versie van de SRV wagen. De bezettingsgraad van het OV is op uitzonderingen na, lang niet meer wat is het is geweest dus al die ritten met slechts een handjevol passagiers kunnen dan weer rendabel worden. Ik denk dat mijn collega's wel voor warm zullen lopen voor dit toekomstbeeld. Nu nog een app die aangeeft in welke bus jouw pakket ligt en je kan bij de halte gaan staan om het op te halen. Wel jammer als er een bus uitvalt of dat er teveel bladeren op het spoor liggen. Ik ben in ieder geval al erg modern, ik gooi de busbrief door de digitale gleuf en iedereen kan hem ophalen wanneer men wil.

Busbrief 133  
Jaren heb ik taxi gereden in Assen en het meest in Friesland. In Assen had ik een collega die toen bij de concurrent werkte en die nu al weer jaren op de streekbus rijdt. Toen de treintaxi formule startte, was dat een klap voor het OV en zeker ook voor de gewone taxibranche. Op een zondag ziet die collega 16 vrouwen bij de treintaxi paal staan en hij rijdt snel naar de zaak om een grotere bus te halen want 16 vrouwen laat je niet voor paal staan toch? Een 18-persoons bus moest de vrouwen naar hun bestemming Veenhuizen kunnen brengen. Hij legt volgens de voorschriften een bordje treintaxi voor het raam en rijdt snel terug naar het station. De vrouwen stonden er nog en verheugd dat er vervoer was verschenen, stappen ze in en zeggen: "Oh, wat een mooie en luxe taxibus vandaag". Nadat iedereen een plaatsje gevonden had, en de nodige opmerkingen over en weer waren gegaan, kon het kippenhok vertrekken. Vrolijk kakelend reed de bus door de landelijke omgeving tussen landerijen door op weg naar Veenhuizen waar die dag bezoek aan hun gedetineerde mannen op het programma stond. Halverwege wordt de bus ingehaald door een Volvo 440, wit met oranje strepen en blauwe lampen op het dak. Op de hoedenplank komt een bordje omhoog met de tekst "stop politie". De collega ziet dit en gehoorzaam stopt hij. Uit de auto van de wetshandhavers, klaarblijkelijk van de rijkspolitie, kwam een diendertype Bromsnor tevoorschijn en die vroeg aan de chauffeur wat hij aan het doen was. Die antwoordt beleefd: "Ik ga deze dames afleveren bij jullie 'klanten' in Veenhuizen. De wachtmeester reageert niet geamuseerd en blaft, tenminste zo klonk het: "Jaja, maar je vervoert twee keer zoveel mensen als dat er in je bus mogen en dat is tegen de regels en wij gaan u een bekeuring geven". De chauffeur, zich van geen kwaad bewust, zegt daarop tegen de wachtmeester dat hij denkt dat de wachtmeester een vergissing maakt want er zijn zelfs nog twee plekken over. De agent is zichtbaar geïrriteerd over dit antwoord want vergissen staat niet in zijn woordenboek en dus vraagt hij de papieren van de bus. Daarin staat inderdaad dat er 18 mensen mee mogen in dit voertuig dus dat argument valt weg. De wachtmeester is niet van plan deze staande houding uit handen te geven en met een effen gezicht geeft hij aan niet onder de indruk te zijn, gooit het over een andere boeg, hij weet blijkbaar dat de chauffeur normaal gesproken dagelijks een taxi bestuurt en vervolgt zijn beschuldiging. "U mag niet met deze bus rijden want met uw rijbewijs mag u niet meer dan 8 personen vervoeren". Zo staan ze al een tijdje aan de kant te bakkeleien en de 16 dames beginnen ongeduldig te worden. Dan vraagt de agent eindelijk toch om het rijbewijs. De chauffeur overhandigt de agent een map met alle benodigde papieren. De wachtmeester vindt daarin een vol gestempeld rijbewijs waarop alleen een A ontbreekt. Ook een chauffeursdiploma personenvervoer zit erbij, alles dus toch in orde. De wachtmeester lijdt gezichtsverlies en met een gezicht als een oorwurm gelast hij de chauffeur verder te rijden, de wachtmeester stapt weer in zijn Volvo en slaat opvallend hard de deur dicht......
Busbrief 134  

Geluid!
Horen en luisteren zijn zaken waar je niet vaak bij stilstaat maar als iets vanzelfsprekends accepteert. Iemand die geen gehoor heeft mist een heleboel en soms ook niets want er wordt wat geluid op je afgevuurd gedurende een doorsnee dag. Stilte is een kostbaar goedje geworden en dat realiseer je je als je ergens bent waar je niets hoort. Het zal lastig worden om stilte te vinden in de Randstad, overdag maar zelfs ook 's nachts. Altijd ruist het minimaal, een samensmelten geluid van auto's op afstand, een trein in de verte, een sirene van hulpdiensten, een feestje 2 straten verderop of schakelkasten voor stroom, internet en wat niet allemaal. Vroeg in de ochtend kun je op zondag nog iets terugvinden van de rust die zo broodnodig is om je hoofd leeg te maken van alle impulsen die je continue binnenkrijgt. Collega's willen graag de zoemer aan hebben tijdens hun ritten omdat ze anders bang zijn een stopverzoek te missen en de halte voorbijrijden. Een simpele tingel kan mij misschien nog bekoren maar die elektronische, doordringende, nare door merg en been gaande zoemers zijn mij een erge ergernis. Weet je hoe vaak je dat hoort gedurende een dienst van pakweg 9 uur? Is een rode lamp niet voldoende? Nee, geluid moet er zijn. Heb ik nog niet eens de smartphone terreur genoemd met alle zoemers, piepjes en ringtones. Heel veel mensen hebben constant muziek aan staan, niet om te luisteren maar om toch vooral geen stilte te hoeven horen.
Nee, dan de oude bussen, een donker warm gebrom van de motor, afgewisseld met het sissen van de deuren. Nostalgie verzacht veel negatieve herinneringen want het was heel vaak een pokkenherrie. Isolatie was nog niet tot kunst verheven, het rammelen hield de chauffeur bij de les en soms was een goed gesprek met een passagier onmogelijk doordat het wegdek bestond uit onregelmatige klinkers. Mocht je behoefte hebben om het ouderwetse motorgeluid nog eens te beluisteren, open dan busbrief 123 - 124 - 125 - 126 - 127 en kijk bij het hoofdstuk 'Bakkerarchief' waar je 5 originele geluiden uit het verleden kunt beluisteren.
Een ander geluidsvervuiling stoort mij sinds enige tijd als ik televisie kijk. Nee, niet het opschroeven van het geluid tijdens reclameblokken want daar heb ik mij allang bij neergelegd en de knop 'mute' op de afstandsbediening is daarbij mijn grote vriend. Nee, ik bedoel de manier waarop er in televisieprogramma's omgegaan wordt met het uitspreken van de letter s. Voor zover ik mij bewust ben, werd die letter altijd kort uitgesproken maar als je gaat opletten, zul je merken dat er steeds meer presentatoren/trices de s uitspreken met een soort slisgeluid. Ze zeggen dan b.v. niet mens maar menshhhj. Volgens mij is het een modegril maar wel een die steeds hardnekkiger aanwezig is. Misschien letten veel mensen niet op zulke dingen en vinden ze het volstrekt niet belangrijk. Ik maak jullie misschien attent op iets waar je, nadat je het ook bent gaan opmerken, mij niet dankbaar voor zal zijn maar dat neem ik op de koop toe.
Zo heb je allerlei vormen van geluid, aangenaam of irritant en dat verschilt ontzettend per persoon. Smaak en wansmaak worden namelijk door iedereen anders ervaren en dat is misschien maar goed ook. In mijn borstzak begint regelmatig een hond te blaffen als er een Whatsapp bericht binnenkomt dus wie ben ik om een ander de maat te nemen............

Busbrief 135  

Het was in 1988, een doorsnee dag in Assen rond het middaguur. Het was niet zonnig maar ook niet bewolkt, er hing een soort sluierbewolking en het was best een aardige dag voor de tijd van het jaar. Een van onze stadsdienstchauffeurs had dienst en was onderweg naar het station waar hij van zijn pauze wilde genieten. Hij floot zachtjes voor zich uit en verheugde zich op zijn pauze. Een plasje, een hapje en een bak koffie zijn heel welkom op z'n tijd. Zelf was ik die ochtend naar mijn werk gefietst en ik had fietsend langs het station, een wagen met gasflessen voor het station op zijn zij zien liggen. Diverse instanties hadden de situatie dusdanig ernstig gevonden dat er geen risico genomen ging worden maar de boel moest worden afgezet zodat het bergen van de vrachtwagen veilig kon plaatsvinden. De kantine van de DVM stond in 1988 nog op de plek waar de bomen en bosjes achter de 4589 in brief 133 staan. De kruising bij het station en de totale omgeving waren daarom met de bekende rood-witte linten afgezet. De bewuste chauffeur ziet die linten wel, denkt 'dat ziet er vrolijk uit maar ik heb pauze' en laat zijn bus daar achter omdat hij niet verder kon rijden naar de normale bufferplaats. Hij kruipt onder de afzetting door en wandelt naar de kantine zonder dat iemand hem een strobreed in de weg legt. Er zit echter niemand binnen en achter het loket zit ook geen collega. Dat is vreemd want het gebeurt maar zelden dat je in je eentje zit te pauzeren. Hij maakt gebruik van het toilet, pakt daarna koffie, eet zijn boterhammen en leest rustig een krantje. Na een half uurtje is het einde pauze en wil hij terug naar zijn bus. Hij stapt naar buiten en wordt direct staande gehouden door een agent die hem bars vraagt waar hij vandaan komt. De chauffeur kijkt verbaasd naar de strenge diender en zegt: "Uit de kantine natuurlijk, waar anders?". "Daar had u helemaal niet mogen komen," stamelt de agent, er geldt hier een noodverordening vanwege de ernst van het ongeval. "Ohhh", zegt de chauffeur daarop, "zijn die linten daarvoor, ik heb niets gemerkt hoor. Waar is de brand?". De agent is door de nuchtere houding van de chauffeur wat uit het lood geslagen en wil uit gaan leggen dat er gasflessen bij het ongeluk betrokken zijn en dat daarom deze afzetting nodig is maar de chauffeur draait zich om een wandelt op zijn gemak naar zijn bus intussen mompelend dat hij geen tijd heeft voor die onzin. Ik moet mijn rit gaan rijden zegt hij nog omkijkend en vervolgt zijn dienst. De agent kijkt hem verbouwereerd na en vergeet daardoor bestraffend op te treden. Gelukkig voor de collega. Echt gebeurd, vraag maar aan die stadsdienstcollega.

Busbrief 138  

Twee busbrieven zonder babbel maar ik pak de draad weer op met een verhaal over de zithouding van de chauffeur. De mening over een juiste houding is natuurlijk betrekkelijk. Je hebt de richtlijnen van de daarvoor ingestelde instanties. Dezen schrijven een rechte zithouding voor, kont naar achteren, rug recht en de afstand tot het stuur zodanig dat de armen het hele stuur kunnen bereiken. Dat is de theorie voor de zitinstructie. Nu de praktijk. In de praktijk hoeft iedereen maar rond te kijken naar de bussen op straat. Van heel dicht op het stuur tot achterover liggend met een afstand net genoeg om het voorste deel van het stuur te bedienen. Beiden niet juist. De waarheid ligt altijd ergens in het midden naar mijn mening. Je kan richtlijnen bedenken maar die zijn altijd variabel want ieder mens zit anders in elkaar. Waar de een pijn van in zijn of haar rug krijgt, heeft de ander er juist baat bij. Ik stap weleens achter het stuur van een bus en dan vraag ik me ernstig af hoe iemand in die stoel een dienst van 8 of 9 uur heeft kunnen rijden. De zitting iets naar voren gekanteld, de rugleuning zodanig dat ik weinig steun ervaar en ik vermoed dat de collega die hiermee reed, meer dan wenselijk, al die tijd op de voeten rustte in plaats van op het zitvlak en daardoor ook de rug onjuist belast heeft. De voorgeschreven houding van de ergonomische deskundigen zou rugproblemen moeten voorkomen en dat zal in een aantal gevallen best zo zijn. Rugklachten ontstaan echter niet alleen door de werkhouding maar bedenk eens hoe mensen de avond 'hangend' voor de buis doorbrengen en dan zeker niet de verstandigste zithouding aannemen. Ook de nacht doorbrengen in een bed met een versleten of verkeerd matras doet de rug geen goed. In de bus hebben we tegenwoordig luchtvering, stuurbekrachtiging, rembekrachtiging en een luchtgeveerde stoel met vele opties om naar wens in te stellen en toch merk ik dat veel jonge collega's nu al rugklachten hebben en dat de bus verwijten. Mijn stelling is dan ook dat in een modern voertuig de spieren onvoldoende belast hoeven te worden en daardoor verslappen met als gevolg klachten. De sportschool is ontzettend populair. Daar worden vele spieren getraind want dat is goed voor de conditie maar 8 of 9 uur achtereen een bus besturen zonder de spieren gezond te gebruiken, vraagt om problemen. Ik werk al 33 jaar in het OV waarvan 27 jaar intensief achter het stuur en, ondanks dat ik ben afgekeurd voor militaire dienst vanwege een zwakke rug, heb ik zittend achter het stuur op de wijze die ik het prettigst vond nooit rugklachten ontwikkeld. Rarara? Geluk gehad? Zoals ik al eerder opmerkte ligt de waarheid in het midden. Zit je lekker in je vel? Is je lichaam geschikt voor dit werk? Welk aandeel hebben sportblessures? Als jonge oudere vraag ik mij dat allemaal af. Een zondebok is makkelijk aan te wijzen maar klopt dat ook? Leg jezelf eens onder een vergrootglas en beoordeel je manier van leven. Misschien kun je er problemen mee voorkomen.

Busbrief 139  

Voorrang bij wegwerkzaamheden. (door Rodney - Texas USA)
---------------------
Op een dag reed ik (als passagier) in FRAM buslijn 98 door Bolsward, over de Snekerstraat naar het station. Destijds bestond het wegdek nog uit klinkers (nu asfalt). De overzijde van de straat was opgebroken voor reparatie. Het was in een flauwe bocht en moeilijk te zien of er verkeer aan kwam. En zoals te verwachten was: er kwam iemand met onverminderde vaart de bocht om, recht op de bus af rijden. Zowel de buschauffeur als de automobilist stopten abrupt, beiden geschrokken. Nu lijkt het mij dat iedere automobilist weet dat in dit geval (de wegafzetting was aan zijn kant) de bus voorrang heeft.  Dit speelde zich af vlak naast een benzinestation dus de auto had daar makkelijk even in kunnen rijden om de bus er langs te laten. Maar nee, in plaats daarvan ging de autodeur open en eruit kwam een gezette man in een verfrommeld kostuum, een rood hoofd en een stuk of 4 kinnen. Hij maakte driftige gebaren waardoor al die kinnen ook driftig bewogen en met die gebaren probeerde hij duidelijk te maken dat de bus aan de kant moest.
De chauffeur zette de bus rustig op de handrem en in de neutrale versnelling. De automobilist ging bij de instapdeur staan en wilde dat die open ging. Dat ging niet gebeuren en hij liep toen om naar het raampje van de chauffeur en riep gefrustreerd dat hij meer dan halverwege (het opgebroken stuk weg) was geweest en dus voorrang had. Zo werkt dat niet en na enige onfatsoenlijke woorden deed de chauffeur zijn raampje weer dicht en pakte een krant uit zijn tas en ging daarin zitten bladeren. De man werd daardoor nog meer geïrriteerd en ging voor de bus staan schreeuwen en op de voorruit te tikken. Inmiddels begon er steeds meer verkeer om ons heen te staan en leek het voorlopig nog wel even te gaan duren. Passagiers in de bus zaten te gniffelen en des te meer de man zich opwond, des te harder werd er smakelijk gelachen. De automobilist begreep wel dat hij dit niet ging winnen en hij ging uiteindelijk weer terug in zijn auto, zat nog een tijdje opgewonden te doen en week daarna uiteindelijk uit naar de inrit van het benzinestation zodat de bus er langs kon. De 5 minuten daarna tot aan het station leken wel een schoolreisje, iedereen zat vol enthousiasme te babbelen en over het gedrag van de man te discussiëren. Tja, ik kon me niet voorstellen dat men over zoiets kleins zo door het lint gaat.

Busbrief 140  

Staking. (door Rodney - Texas USA)
---------------------
Op een gegeven moment was er in de jaren negentig door een van de vakbonden een staking uitgeroepen maar de chauffeurs van andere bonden staakten niet en dus reden de bussen soms wel en soms niet. Ik had op weg naar school geluk en was er met mijn vaste rit op tijd gekomen. Helaas, op de terugweg ging het in eerste instantie goed maar moest ik in Bolsward overstappen en ja hoor, mijn bus was er niet. Een tijdje gewacht en nog een tijdje gewacht en je raadt het al opnieuw een tijdje gewacht maar er kwam van alles maar geen bus. Dus dan maar in de buidel getast op zoek naar een telefooncel en wat kwartjes om naar huis te bellen. Bedenk wel, het was nog niet zover dat er op grote schaal mobieltjes waren dus in een bedompte cel gooide ik 2 kwartjes in de gleuf. Mijn vader nam op en begreep het probleem. Mijn ouders hadden geen auto dus mijn vader zou met 2 fietsen naar Bolsward komen. Geen pretje om op een fiets rijdend met 1 hand een 2e fiets mee te voeren. 10 minuten na mijn telefoontje naar huis stond ik in Bolsward van de omgeving te genieten toen er opeens een kennis in een auto langsreed en mij zag staan. Hij zei stap maar in, ik geef je een lift. Vandaag de dag met de beschikking over mobieltjes had ik mijn vader even kunnen bellen maar dat hadden we rond 1990 nog niet. Het was koud en guur weer dus met pijn in mijn hart wees ik de warme auto af. Ik zei: "Dat kan ik niet maken want dan staat mijn vader hier straks met twee fietsen en ben ik er niet. Ik heb een prima vader maar dat zou niet tot een prettig gesprek geleid hebben. Nog zo'n 30 minuten later kwam mijn vader met twee fietsen aan op het station en we gingen samen op weg naar huis. Een paar kilometer verderop reden we langs een bushalte en hoorde ik een bus achter me. Ik kijk om en zie lijn 98 naar Makkum met achter het stuur Bob, een van de vriendelijkste buschauffeurs die de FRAM had. (zie televisie programma 'de Reünie' en leer Bob kennen - t.h.v. 19 minuten 25 seconden)
Ik vertelde wat er gebeurd was en hij zei simpelweg: "Gooi de fietsen maar achterin!" Dat kon ik natuurlijk niet afwijzen want van Bolsward naar Makkum hadden we flink wind tegen en zo'n warme streekbus leek mij wel wat. Zo gezegd zo gedaan. Mijn vader was in eerste instantie een beetje geïrriteerd en wou eigenlijk niet mee. Hij had de moeite genomen om mij op te halen en zou dat zelf wel afronden. Ik kende mijn vader goed genoeg om te weten dat dat gevoel wel over zou zijn tegen de tijd dat hij weer thuis was ;-) en inderdaad. Ik moet er niet aan denken hoe het humeur van mijn vader zou zijn geweest als ik het aanbod van de kennis in de auto had aangenomen en mijn vader onverrichter zaken weer met een lege 2e fiets terug had moeten gaan. Gelukkig was de staking snel voorbij en heb ik nog jaren deze rit zonder problemen gemaakt.

Busbrief 141  

Nooduitgang. (door Rodney - maak kennis met hem bij de Busbabbel in busbrief 139)
---------------------
Op een ochtend was het, zoals gewoonlijk, erg druk bij de halte met schoolgaande passagiers. Toen de bus er aan kwam, vormde zich een flinke groep op de plek waar de instapdeur verwacht werd maar de bus stopte zo'n 5 meter voor die plek omdat sommige studenten dusdanig aan het trekken en duwen waren en sommigen gevaarlijk voor de (langzaam) rijdende bus geduwd werden. De menigte ging op intussen stilstaande bus af en begon weer te dringen. Ik nam niet eens de moeite om achteraan te lopen want ik dacht 'het duurt toch wel even voor ik binnen ben' dus ik bleef rustig staan. Kennelijk had de chauffeur dat gezien en gewaardeerd want hij hield de deur dicht en reed voorzichtig verder en dwong de menigte langzaam aan de kant totdat hij met de instapdeur vlak voor mij stond. Ik moest me schrap zetten om niet aan de kant geduwd te worden maar ik kon mooi als eerste naar binnen en ik gaf de chauffeur een dankbaar knikje.
Even later kwam Jan, een bekende van mij, binnen en die kreeg een felle uitbrander van de chauffeur over het dringen. Waarom alleen hij de schuld kreeg, weet ik niet want zowat iedereen deed er aan mee maar hij was blijkbaar extra opgevallen. Jan werd boos, wilde de bus verlaten en rende naar achteren omdat de voordeur geblokkeerd was door instappers en bij de achterdeur trok hij aan de "bij nood deur open" hendel. Om de een of andere reden ging de achterdeur niet open dus was dat vergeefs geprobeerd en even later ging hij met een kwaad gezicht toch zitten. Het was een Mercedes bus en die deuren moeten altijd een beetje naar beneden om de vergrendeling los te laten gaan, ik denk dat dit niet werkte en daardoor liep het mis. De bus kon echter door de omgezette hendel niet rijden dus liep de chauffeur naar achteren, deed het hendeltje weer terug en gaf de jongen nog een stevige uitbrander :-(
Die knaap had wel vaker pech. Een paar jaar daarvoor was hij op mijn verjaardagsfeestje geweest. Mijn vader had voor ons een speurtocht samengesteld die bij de locale snackbar eindigde. De tocht was zonder volwassene als begeleiding dus al snel vlogen de patatjes door de lucht. Ik haalde een patatje door de mayonaise en gooide het naar Jan  Hij zei wat lelijke woorden, pakte het patatje weer op en gooide het terug naar mij - niet wetend dat inmiddels de eigenaar van de snackbar achter hem stond. Net als de buschauffeur verloor de eigenaar zijn geduld en gaf hem een flinke tik voor zijn kop. Kennelijk had de man wel gezien dat ik was begonnen maar ik was buiten zijn bereik en, niet onbelangrijk, mijn vader zou de rekening nog komen betalen. Hij wees met een strenge vinger naar mij en zei: "En die tik was eigenlijk voor jou bedoeld!" en baande weg. Het was 10 seconden stil en toen braken we allemaal in lachen uit. De jaren daarna was het altijd een 'onderons' grapje om Jan een (nep) klap te geven en dan tegen iemand anders te zeggen "En dat was eigenlijk voor jou bedoeld!"

Busbrief 142  

In vroeger tijden toen bussen nog simpel in elkaar staken, wielen, stoelen en een motor, en geen noemenswaardige elektronica konden sommige storingen  eenvoudig opgelost worden. Tegenwoordig met al die sensors en hightech apparatuur die slechts met een computer uit te lezen valt, kun je weinig kunstjes toepassen om een bus alsnog naar de werkplaats te krijgen zonder dat hij afgesleept hoeft te worden. Hierover zijn met gemak vele verhalen te vinden maar in deze babbel zal ik 2 voorbeelden 'opnoteren'. Bij de GDS, wat stond voor Gronings Drentsche Stroomtram en eigendom was van de EDS (N.V. Eerste Drentsche Stoomtramweg Maatschappij), gebeurde het soms dat een chauffeur uit Assen een bus met pech in Groningen kon omruilen. Dat scheelde een hoop heen en weer rijden en rituitval bleef daardoor beperkt. In de GADO garage in Groningen stond dan ook om die reden een DVM bus klaar (N.V. Drentse Vervoer Maatschappij). Op de bewuste avond was een chauffeur op weg van Emmen naar Groningen op lijn 59. Hij hoorde iets knappen en vanaf dat moment reageerde het gaspedaal nergens meer op. De bus reed nog even steeds langzamer verder en viel toen stil. De chauffeur vertelde de aanwezige passagiers dat er een probleem was ontstaan en zei dat hij een poging ging wagen om een oplossing te vinden. Hij keek eens rond of er hulp in de buurt was in de landelijke omgeving. Op een boerderij verderop brandde nog licht. Hij draaide het motorluik open en zag dat de gaskabel gebroken was. Hij trok de stoute schoenen aan en liep naar de boerderij om een stuk touw te vragen. De boer was uiterst behulpzaam zocht een flink eind stevig touw op. Dit werd vastgemaakt aan de gashendel op het motorblok en zo kon de chauffeur, met het touw in zijn hand, toch gas geven en voorzichtig richting garage rijden om de bus te ruilen.
Zelf heb ik dat ook ooit ervaren. Ik kwam tot stilstand aan de rand van de Universiteitswijk in Delft met een wagen uit de 9300 serie. Gas geven was niet mogelijk en met mijn technische kennis was het toen belabberd gesteld (nu nog hoor ik sommigen zeggen) dus ik riep hulp in van de centrale. Daar kwam de monteur voor ter plaatse, hij schroefde het motorluik los dat in het gangpad zat en ging uit de servicewagen een stuk touw halen, bond dat aan de eerder genoemde hendel en gaf mij het andere eind. Technisch had ik misschien geen hoog niveau maar creatief was ik wel. Ik bond het touw strak aan mijn stempel die in het stempelbakje stond en kon toen door de stempel naar voren te bewegen, gas geven. En zo ben ik onder begeleiding van de monteur naar de garage gereden en eigenlijk was dat redelijk te doen. Wel een ervaring die je niet meer vergeet.